Zuid-Korea valt voor zombies

Kaskraker

11 miljoen Zuid-Koreanen hebben Train to Busan gezien. De zombiefilm zegt veel over hun angsten.

Een zombie-aanval in Zuid-Korea ©

De speelfilm Train to Busan heeft in Zuid-Korea deze zomer alle records gebroken. In de vijf dagen na de première (eind juli) was de film meteen goed voor een omzet van zo’n 30 miljoen euro. Inmiddels hebben meer dan 11 miljoen Zuid-Koreanen de film gezien, dat is meer dan eenvijfde van de bevolking. De film lijkt sinds de première in Hongkong vorige week ook daar records te gaan breken met bijna 2 miljoen euro in vier dagen aan de box-office.

Zoals bij de meeste zombiefilms is het script niet heel ingewikkeld, je zou het in emoji’s kunnen uitleggen. Een zakenman stapt met zijn dochtertje op de trein naar Busan in het zuidoosten van Zuid-Korea om zijn ex te bezoeken. Een virus dat uit een laboratorium van een farmaceutisch bedrijf is ontsnapt, verandert in Seoul ondertussen iedereen in zombies.

Met de herinnering aan de uitbraak van het MERS-virus vorige zomer nog vers in het geheugen, speelt Train to Busan natuurlijk perfect in op de angst voor zo’n scenario. De ziekte, die voor koorts en ademhalingsproblemen zorgt, grijpt in de film razendsnel om zich heen, alleen Busan lijkt veilig te zijn.

Het succes van de film is deels te verklaren door het feit dat het de eerste zombiefilm is die van Koreaanse bodem komt en die niet is geproduceerd in de Hollywoodstudio’s. Bovendien zitten in de film alle grote thema’s die het Koreaanse publiek belangrijk vindt.

Een 24-jarige studente internationale handel, Eunbi Cho, benoemt ze: liefde, vriendschap en het belang van de familie. „Een van de hoofdrolspelers moet uiteindelijk zijn vrienden die in zombies zijn veranderd te lijf gaan. Je kunt zien hoe moeilijk hij dat vindt. En dan is er nog de vader die alles op alles zet om zijn dochtertje te redden.”

Huilen op het toilet

De film hekelt ook de hebzucht van grote bedrijven. Zo blijkt gaandeweg dat het bedrijf van de hoofdrolspeler investeerde in de farmaceut die het virus ontwikkelde, iets waarover hij huilt op het toilet.

Van de regisseur Yeon Sang-ho kwam vorige maand de animatiefilm Seoul Station uit, min of meer een prequel op Train to Busan. In Seoul Station vindt de zombie-uitbraak onder daklozen plaats, die slapen in het station, omdat niemand naar hen omkijkt. Die kritiek op de tweedeling in de Koreaanse samenleving zit ook in Train to Busan. Zo is er een scène waarin het groepje hoofdrolspelers eerst niet toegelaten wordt tot de veilige coupé en door bange passagiers naar een minder veilige coupé wordt verbannen. Een bazige zakenman stookt de passagiers op tegen de zombies. Eunbi: „Dat niemand tegen hem durft in te gaan omdat hij de grootste mond heeft, dat is heel Koreaans. Hiërarchie en leeftijd spelen in Korea een grote rol.”

Aan het eind van de film moet de held van het verhaal zich opofferen om zijn dochter veilig te stellen. In het land waar de vice-president van de Lotte Group, een van Korea’s grootste familieconcerns met hotels en warenhuizen, twee weken geleden zelfmoord pleegde, een dag voordat hij moest getuigen in een fraudezaak tegen zijn onderneming, is ook zelfopoffering een onderwerp dat Koreanen niet onbekend voorkomt.