VS: Rusland verantwoordelijk voor aanval op hulpkonvooi

Rusland ontkent elke betrokkenheid. Bij het bombardement werden 18 vrachtwagens met hulpgoederen vernietigd.

De gebombardeerde vrachtwagens van het hulpkonvooi Foto Aleppo 24 via AP.

Het Witte Huis gaat er van uit dat twee Russische gevechtsvliegtuigen verantwoordelijk zijn voor de aanval op het hulpkonvooi nabij Aleppo. Dat hebben Amerikaanse overheidsfunctionarissen laten weten aan persbureau Reuters. Rusland ontkent elke betrokkenheid.

Een van de afspraken bij de wapenstilstand in Syrië was dat Rusland ervoor zou zorgen dat er geen luchtaanvallen zouden worden uitgevoerd in gebieden waar hulp zou worden geboden.

Hulpgoederen op weg naar belegerde gebied in Aleppo

Bij de aanval van afgelopen maandag werden 18 van de 31 vrachtwagens vol met medicijnen, voedsel en andere hulpgoederen vernietigd. De goederen waren op weg naar de stadsdelen van Aleppo die in handen zijn van verschillende rebellengebiedenen. Volgens het Syrische Rode Kruis zijn bij de aanval twintig mensen omgekomen.

De luchtaanval vond plaats enkele uren nadat het Syrische leger de zevendaagse wapenstilstand had beëindigd.

‘Sukhoi SU-24 in de lucht boven hulpkonvooi’

Uit informatie van de Amerikaanse inlichtingendienst zou blijken dat twee Russische Sukhoi SU-24 gevechtsvliegtuigen in de lucht waren boven het hulpkonvooi op het moment dat de vrachtwagens werden gebombardeerd. De inlichtingendienst concludeert daaruit dat Rusland deze aanval heeft uitgevoerd.

Volgens Ben Rhodes, veiligheidsadviseur van president Obama, is Rusland verantwoordelijk voor deze “enorme humanitaire ramp”. Hij liet in het midden of de Russen de aanval daadwerkelijk hebben uitgevoerd.

Een woordvoerdster van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken zei in een reactie dat de Amerikaanse overheid “geen feiten heeft” voor deze aantijging. Ze liet verder weten dat “we niets te maken hebben met deze gebeurtenis”. Volgens Rusland en Syrië was het hulpkonvooi niet getroffen door een luchtaanval maar in brand gevlogen vanwege beschietingen op de grond.

De Verenigde Naties heeft na het bombardement alle hulpoperaties in Syrië opgeschort.

VS en Rusland proberen wapenstilstand nog te redden

Het bombardement op het hulpkonvooi is niet het enige incident dat de wapenstilstand in Syrië bedreigt. Afgelopen zaterdag kwamen tientallen Syrische soldaten om het leven na een bombardement van de internationale coalitie, geleid door de Verenigde Staten. De luchtaanval vond plaats bij het vliegveld van Deir ez-Zor, in het oosten van Syrië.

De coalitie was in de veronderstelling dat het strijders van terreurgroep Islamitische Staat onder vuur nam. Na de aanval gaf de VS haar fout toe, maar benadrukte dat het Russische leger vooraf was ingelicht. Het zorgde ervoor dat de gespannen relatie tussen de VS en Rusland, initiatiefnemers van het staakt-het-vuren in Syrië, verder onder druk kwam te staan. Ook hielden steeds minder partijen in Syrië zich aan de wapenstilstand. In Idlib en Aleppo vonden luchtaanvallen plaats en op meerdere plekken in Syrië pakten rebellengroepen weer de wapens op.

Toch is de wapenstilstand nog wel van kracht. Dat liet John Kerry, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, op dinsdag weten tijdens een bijeenkomst in New York van de International Syria Support Group (ISSG). Ook Rusland wil zich blijven inzetten om het akkoord te redden. Volgens de speciale VN-gezant voor Syrië, Staffan de Mistura, is de wapenstilstand nog niet voorbij, maar wel in gevaar. Vrijdag praat de ISSG verder over een oplossing.