President Joseph Kabila wil gewoon president blijven

Congo

Het einde van de ambtstermijn van de Congolese president is in zicht. Maar hij wil niet vertrekken. Nu komt de straat in opstand en vallen er doden.

Foto AFP

De volkswoede tegen de Congolese president Joseph Kabila heeft sinds begin deze week de straten van de hoofdstad Kinshasa en de steden Lubumbashi en Goma overspoeld. Volgens bronnen binnen de oppositiepartijen kwamen bij botsingen met veiligheidstroepen vijftig mensen om, volgens de overheid zeventien. Na de terugkeer uit ballingschap twee maanden geleden van de oudgediende Etienne Tshisekedi is de oppositie nieuw leven ingeblazen en stevent Congo af op een grote crisis.

‘Le glissement’, het geruisloos wegslippen van het einde van zijn ambtstermijn, noemen de Congolezen de pogingen van Kabila om, in strijd met de grondwet, aan de macht te blijven. Eind december moet er een nieuwe president zijn gekozen en daarom had de verkiezingscommissie op uiterlijk 19 september de datum van nieuwe verkiezingen bekend moeten maken. Maar sinds Kabila in 2011 onder dubieuze omstandigheden de verkiezingen ‘won’, is hij continue bezig geweest die datum voor zich uit te schuiven. Toen de aankondiging van de verkiezingen deze week uitbleef, ontplofte de woede.

Tshisekedi

Sinds de laatste gewelddadige betogingen begin vorig jaar kon de verdeelde oppositie met moeite een paar honderd betogers de straat op krijgen. Daar lijkt gezien de grote opkomst de afgelopen dagen in verscheidene delen van de hoofdstad met tien miljoen inwoners een einde aan te zijn gekomen. Die grote stimulans tot verzet komt van de 83 jaar oude politicus Tshisekedi, hardnekkige opposant van de dictator Mobutu(1965-1997), diens opvolger Laurent Kabila (1997-2001) en diens zoon Joseph. Nadat onder gejuich van tienduizenden inwoners Tshisekedi in juli Kinshasa werd binnengehaald, won de oppositie aan cohesie en kwam Kabila’s ‘Le glissement’ onder steeds meer druk.

„Het presidentiele paleis moet eind december zijn ontruimd”, waarschuwde Tshisekedi na zijn terugkeer. „En 19 september is de rode lijn. Als er dan geen verkiezingsdatum bekend is, pleegt Kabila hoogverraad”.

De hoofdrolspelers in het Congolese presidentiële drama:

Met dergelijke opmerkingen speelt de oppositie in op de impopulariteit van de regering. De entourage van de president wil echter geen enkele concessie doen. In tegendeel: de standpunten verharden zich en voor de alom gerespecteerde katholieke kerk lijkt er geen bemiddelingsrol weggelegd.

Naast Tshisekedi is Moïse Katumbi (51) de belangrijkste oppositieleider. Katumbi werkte als gouverneur van de mineraalrijke provincie Katanga jarenlang samen met Kabila, maar sinds hij eind vorig jaar zijn presidentiële ambities openbaar maakte, is hij de gebeten hond van de regering. Een corrupte rechtbank veroordeelde hem onlangs tot drie jaar gevangenisstraf wegens de verkoop vele jaren geleden van een huis dat niet van hem was. Katumbi leeft nu in ballingschap. De superrijke zakenman is eigenaar van de uiterst succesvolle voetbalclub TP Mazemba en een goede kanshebber bij vrije verkiezingen.

Geen prioriteit voor het Westen

Onder auspiciën van de Afrikaanse Unie begon het kamp van Kabila begin van deze maand onderhandelingen met een klein deel van de oppositie. Er werd een compromis bereikt: volgend jaar juli komen er verkiezingen en tot die tijd treedt een coalitieregering aan als interim-bestuur. Maar in de huidige uitbarsting van geweld door Kabila’s Presidentiele Garde zoeken de meeste oppositieleden nog slechts de confrontatie. Joseph Kabila heeft in de ogen van de meeste Congolezen geen legitimiteit meer en als hij doorgaat met zijn tactiek van ‘glissement’ maakt hij met Congo een gevaarlijke sprong in het duister.

Frankrijk, België, de Verenigde Staten en de Verenigde Naties hebben het geweld veroordeeld en Kabila’s houding bekritiseerd. Washington wil zelfs sancties afkondigen, maar de Congolese president lijkt nauwelijks onder de indruk van deze dreigementen.

„De ontwikkelingen in Congo gaan niet over terrorisme en migranten”, zegt een VN-waarnemer.

„Kabila weet dat zijn land daarom niet hoog op de prioriteitenlijst van Westerse hoofdsteden staat.”