Nieuwe kunstgrepen van Bank van Japan

Monetair beleid

De Japanse centrale bank gaat aankoersen op een inflatie van boven de 2 procent, maar loopt ook tegen grenzen aan.

Als eerste grote centrale bank gaat de Bank van Japan aansturen op een inflatieniveau dat langere tijd boven de 2 procent ligt. Tegelijkertijd past de centrale bank haar aankoopprogramma van staatsleningen aan. Zo wil zij de negatieve effecten hiervan op particuliere banken verminderen. Dit bleek woensdagochtend uit een verklaring.

De zoektocht van centrale banken naar manieren om de hardnekkig lage inflatie omhoog te krijgen gaat door en de Bank van Japan bevestigde woensdag wat dit betreft haar reputatie als monetair laboratorium. Maar ook werd nog eens duidelijk dat de bijwerkingen van het experimentele monetaire beleid groot zijn.

De Bank van Japan stuurt nu aan op een inflatie die de eigen officiële doelstelling van 2 procent „overstijgt”. De inflatie moet „op een stabiele manier” boven de 2 procent blijven. Het idee hierachter is dat de inflatie al zo lang zo laag is (de voorbije drie maanden minus 0,4 procent), dat het inflatiedoel op langere termijn juist hoger moet liggen. Dan kom je ‘gemiddeld’ rond de 2 procent uit. Het signaal aan beleggers is: het stimuleringsbeleid gaat nog lang door, ook na het bereiken van het 2 procentsdoel.

2 procent geldt als ideaal percentage waaronder de economie kan groeien, zonder dat de prijzen de pan uit rijzen. De Bank van Japan gaat hier dus nu overheen. Toch is dit vooral een symbolische stap, bedoeld om verwachtingen te wekken op de financiële markten. Op de korte termijn loopt de Bank van Japan aan tegen de grenzen van het eigen monetaire beleid.

Al enige tijd ondervindt de bankensector hiervan schade. Enerzijds hanteert de Bank van Japan een negatieve depositorente. Banken betalen een boete om geld te stallen bij de centrale bank. Zo moeten ze worden gestimuleerd het geld uit te lenen, maar dit lukt ze amper. Banken worden zo op kosten gejaagd. Anderzijds krijgen de banken minder rente-inkomsten, omdat de lange termijnrente fors is gedaald. Banken hebben veel langlopende staatsobligaties in hun bezit (met een looptijd van 10 jaar of langer) die rente moeten opleveren. Alleen is die rente onder de nul gezakt, door de massale opkoop van obligaties door de Bank van Japan.

Nu wil de Bank van Japan het opkoopprogramma zo vorm geven dat de lange termijnrente niet verder zakt. De rente op tienjaars leningen moet „ongeveer op het huidige niveau” van rond de nul blijven. De Bank of Japan kan bijvoorbeeld meer kortlopend in plaats van langlopend papier gaan kopen.

In feite legt de centrale bank zichzelf zo nieuwe regels op die het juist weer moeilijker maken om het „overstijgen” van het inflatiedoel te bereiken. Beleggers leken woensdagochten niet erg onder de indruk. De rente op Japanse tienjaars obligaties schoot na het besluit even boven de nul, maar daalde daar even later weer onder. Aandelenprijzen van Japanse banken schoten wel omhoog.