Opinie

Kabinet, geef geen cadeautjes maar investeer

De goednieuwsshow van Prinsjesdag maskeert het feit dat Nederlandse huishoudens nog steeds kwetsbaar zijn voor tegenslag, vinden Barbara Baarsma en Hans Stegeman.

Premier Rutte komt dinsdag aan bij de Ridderzaal voor Prinsjesdag. Foto ANP / Remko de Waal

In de begroting staat veel leuks voor de kiezer. Koopkrachtstijgingen, terugdraaien van vervelende maatregelen in bijvoorbeeld de zorg en meer geld voor veiligheid en justitie en onderwijs. Een mooi lijstje. Dit levert echter structureel niets op. Sterker nog, dit moois is alleen mogelijk door te marchanderen met de Nederlandse begrotingsregels. De kiezer is meer gediend met behoedzaam begrotingsbeleid gekoppeld aan een investeringsagenda.

Goednieuwsshow

Prinsjesdag 2016 is een goednieuwsshow. Na de vijf miljard lastenverlichting die het kabinet dit jaar heeft uitgedeeld, valt er ook in de nu gepresenteerde Miljoenennota voor 2017 genoeg te lezen waar kiezers vrolijk van worden. En dat feestje gaan we niet bederven: dat goede nieuws is terecht. De economie groeit volgend jaar lekker door, de koopkracht stijgt en de werkloosheid daalt.

Tegelijkertijd is het ook duidelijk een verkiezingsbegroting: geen hervormingen meer en de kool en de geit worden gespaard. De scherpe randjes van eerder genomen maatregelen worden eraf gevijld om zo het electoraat niet al te veel te ontrieven.

Prinsjesdag 2016 is een goednieuwsshow.

Begrotingsregels

De Europese regels voor de begroting zoals vastgelegd in het Stabiliteits- en Groeipact zijn voor het kabinet-Rutte II de afgelopen jaren heilig geweest. Het tekort ligt ruimschoots binnen de fameuze grens van 3 procent en het EMU-saldo daalt gestaag richting de grenswaarde van 60 procent van het bruto binnenlands product.

Deze gunstige trend maskeert het feit dat het kabinet de eigen Nederlandse begrotingsregels niet volgt, vervat in het ‘trendmatige begrotingsbeleid’, beter bekend als de Zalmnorm. Belangrijk in trendmatig begrotingsbeleid is het begrip ‘uitgavenkader’. Daarmee wordt per uitgaventerrein (zorg, Rijksoverheid en sociale zekerheid) een plafond gesteld aan de uitgaven. Tussen deze uitgaventerreinen mag het kabinet niet met mee- en tegenvallers schuiven.

Dus een meevaller bij de werkloosheidsuitkeringen mag het niet gebruiken om hogere zorgkosten te compenseren en vice versa. Dit gebeurt in deze begroting wel. Daarnaast zondigt het kabinet door het totale uitgavenplafond te verhogen met 2,2 miljard euro; de Zalmnorm wordt rücksichtslos terzijde geschoven. Gebrek aan begrotingsdiscipline was een probleem voor de crisis en is dat in het zicht van de verkiezingen weer. Verstandig begrotingsbeleid gaat verder dan het vrijwaren van uitgaven van conjuncturele schommelingen. Ook is ruimte nodig voor investeringen in de structuur van de economie; in het groeivermogen van de economie.

Kwetsbaar in een recessie

Een volgend kabinet zou door hervorming van de woningmarkt en pensioenen de prikkels voor schuldenopbouw door huishoudens moeten verminderen. Huishoudens hebben enerzijds hoge (hypotheek)schulden en anderzijds vermogen in pensioen en huizen. Daardoor is Nederland kwetsbaar gebleken voor economische tegenspoed. In een recessie gaat onze economie harder onderuit dan in onze buurlanden.

Nu de economie in rustiger vaarwater is beland, is er ruimte voor dit soort weloverwogen beleid.

Als de kapitaalmarkten onrustig zijn en de economie krimpt, zijn de Nederlandse huishoudens daar extra gevoelig voor. Hun bestedingen staan dan onder druk. Dat is wat we in de crisis zagen: waar Duitse consumenten al snel weer gingen besteden, hielden Nederlanders de hand op de knip. Hun huizen stonden onder water, en hun pensioenpremies gingen omhoog of de pensioenuitkering omlaag. En ze konden niet bij hun vermogen, want dat zit vast in pensioenen en in huizen die ze niet met verlies wilden verkopen.

Daarom is het belangrijk dat een volgend kabinet nadenkt over hoe we die pensioenbesparingen toegankelijker kunnen maken als huishoudens het nodig hebben. Dat kan ook door de schotten tussen de woningmarkt, pensioenen en ook de (langdurige) zorg te beperken. Nu de economie in rustiger vaarwater is beland, is er ruimte voor dit soort weloverwogen beleid.

Daarnaast blijft investeren belangrijk. De Nederlandse economie presteert nog steeds flink onder haar kunnen. En het monetaire beleid loopt tegen zijn grenzen aan. Zo’n situatie vraagt om een overheid die inspringt om de vraag te stimuleren.

Investeren

Geen cadeautjes geven, maar investeren in onderwijs, onderzoek en ontwikkeling en duurzame energie, zodat het groeivermogen van de Nederlandse economie wordt versterkt. Bij de huidige lage rente zijn dit soort publieke investeringen renderend. Die kunnen het beste in Europees verband worden gecoördineerd.

Kortom, een volgend kabinet kan met een gerichte investeringsagenda gekoppeld aan een behoedzaam begrotingsbeleid de groei in Nederland nog meer aanzwengelen en de huishoudens voorbij de jaren van consumptiestilstand helpen.