‘Je kunt jurk zeggen, maar dat klinkt niet zo respectvol’

Het werkpak

Wat draag je naar je werk? En waarom? Deze week Jan van Duijnhoven (66). Hij is de jongste broeder in een Dominicaanse kloosterorde in Rotterdam.

Foto Niels Blekemolen

Al 600 jaar hetzelfde

Jan woont middenin het centrum van Rotterdam, twee minuten lopen van de McDonalds en de Markthal. In een huis met vijf mannen, broeders noemen ze elkaar. „In het weekend komt er hier van alle kanten kabaal binnen”, lacht hij. De wereld daarbuiten wordt steeds rumoeriger, terwijl hierbinnen de afgelopen 600 jaar veel hetzelfde gebleven is. De laatste tijd krijgen ze weer meer bezoekers. „Mensen zijn op zoek naar stilte.”

De oudste broeder is 86, Jan van Duijnhoven is de jongste, 66 jaar. Jan is de enige die elke dag de officiële kleding van de Dominicanen, de orde van de predikbroeders draagt, in het klooster en daarbuiten. Tegenwoordig dragen veel broeders het alleen nog in de liturgie. „Maar dit habijt tekent mijn leven.” Alleen voor de wekelijkse fietstocht of voor praktische werkzaamheden wisselt hij.

Drie stuks, meer niet

Hij heeft drie exemplaren: een in de was, een in de kast en een om te dragen, heel de week dezelfde. Jan doet maatschappelijk werk, voor arme mensen en daklozen. Zijn habijt zegt dat hij beschikbaar is. „Als ik ergens een bezoekje moet brengen is de weg ernaar toe soms bijzonderder dan het bezoekje zelf.” In de metro, tijdens het boodschappen doen, overal houden mensen Jan aan voor een praatje.

Het habijt bestaat uit drie onderdelen: de capuche, een soort schouderkapje. Een scapulier, een lang overkleed dat zuiverheid symboliseert. En daaronder nog een tuniek – „jurk kun je ook zeggen, maar dat klinkt niet zo respectvol” – voor de warmte, daar moet ook aan worden gedacht. Alle onderdelen zijn in gebroken wit. Dat staat voor licht, de waarheid. Officieel horen er nog een zwarte mantel en een capuche bij, die alleen bij heel bijzondere prediking gedragen worden.

Het is het mooiste habijt van de wereld, wordt wel eens gezegd. Praktisch, eenvoudig en ja, stijlvol is het ook. Dominicus Guzman, de stichter van de Orde, droeg het zelf, zo’n 800 jaar geleden.

De juiste keuze

Het is nu of nooit, had hij beseft. Veertig jaar geleden was dat, in een bus terug naar Arnhem, waar hij woonde. Of hij zou trouwen, kinderen krijgen en tot zijn 65ste doorwerken op een kantoor. Of hij zou kiezen voor het klooster, voor een leven van studie, gebed en verkondiging. Twee jaar later trok hij zijn vest uit, legde het op een stoel, en trok zijn eerste habijt aan.

Heeft hij nooit eens zin om het habijt uit te trekken, de gordijnen dicht te doen, de hele dag op bed te liggen en nu even geen broeder te zijn? Hij antwoordt: nee. „Wanneer je kiest voor wat je het meest bezighoudt en drijft, als je je roeping volgt, dan vallen alle andere puzzelstukjes ook in elkaar.” Elke week gebeuren er nog dingen waardoor hij weet dat hij toen de juiste keuze heeft gemaakt. Daarnaast is het, zoals met alles in het leven, natuurlijk ook een kwestie van vertrouwen. En van geloof.