Hervormingskabinet Rutte II liet belangrijke hervormingen liggen

Drie kwesties Het kabinet-Rutte II mag zich op de borst kloppen over zijn economische beleid, maar er is ook behoorlijk veel blijven liggen. Drie voorbeelden.

Het kabinet in Vak K in de plenaire zaal tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen. Foto Bart Maat/ANP

Een sterk gedaald begrotingstekort bij een herstellende economie, dat is samengevat het belangrijkste wapenfeit van het kabinet Rutte II. Maar voltooid is de taak geenszins, zoals het kabinet in de Miljoenennota constateert. Drie belangrijke kwesties in de economie zijn de afgelopen periode onvoldoende beslecht en worden nu door Rutte c.s. doorgeschoven naar een volgend kabinet.

Pensioenen

Enorme pensioenbesparingen, torenhoge hypotheekschulden: Nederlanders sparen relatief zeer veel, en hebben tegelijk forse leningen lopen. Een hoge Europese functionaris vergeleek ons land onlangs met een hedgefonds, een speculatief beleggingsfonds dat met financiële hefboom werkt. We hebben, ook in de woorden van het kabinet, een ‘lange balans’.

Dat maakt de economie kwetsbaar. Voor veranderingen in de rentevoet bijvoorbeeld, of voor waardeschommelingen in het vastgoed en op de financiële markten. Dat blijkt: de extreem lage rente eist al enige jaren zijn tol: door het lage verwachte rendement op beleggingen worden de toekomstige pensioenverplichtingen op papier onbetaalbaar. Het gevolg: verschraling, het achterwege blijven van de indexering van pensioenen en soms zelfs kortingen. Niet alleen voor gepensioneerden, die het nu al voelen, maar ook voor toekomstige gepensioneerden: de huidige werknemers. En die realiseren zich dat vaak nog niet.

Nu heeft het kabinet de pensioengerechtigde leeftijd al verhoogd naar 66 in 2018 en 67 in 2021, en daarna gaat de leeftijd met de levensverwachting verder omhoog. Maar er zijn partijen, zoals 50Plus en de PVV die deze maatregel weer terug willen draaien. Er is ook gemor over de lage rentevoet waarmee pensioenfondsen gedwongen worden te rekenen. En er is de roep om een verdere individualisering van het pensioen. Af is dit dossier geenszins.

Arbeidsmarkt

De zzp’ers, payrollers en andere ‘losse’ werknemers maken deel uit van wat de ‘flexibele schil’ heet op de arbeidsmarkt. Die schil is, stelt het Centraal Planbureau, veel groter geworden dan in andere Europese landen. De roep om meer zekerheid en meer vaste contracten klinkt nu. De wens komt zelfs van D66, dat voorheen groot voorstander was van flexibilisering.

De Wet Werk en Zekerheid (Flexwet) van minister Asscher (PvdA) had vast werk minder vast moeten maken en flexibel werk minder flexibel. Voorlopig resultaat: het aantal flexwerkers blijft toenemen en vaste werknemers blijken nóg lastiger te ontslaan, zodat zij voor werkgevers nog minder aantrekkelijk zijn.

De kritiek op de wet is vrijwel Kamerbreed. Niet alleen van links: ook de VVD kan zich nauwelijks inhouden. Nieuwsuur registreerde premier Ruttes antwoord op een vraag over de Flexwet vorige week: „Als ik die eerlijk ga beantwoorden, heb ik een kabinetscrisis”, zei de premier. Die eerlijkheid zal snel toenemen naarmate maart 2017 nadert. Het overleven van de Flexwet in zijn huidige vorm is hoogst onzeker.

Belastingen

En dan de hervorming waar het nooit van kwam: die van de belastingen. Anderhalf decennium na de vorige herziening was het daar hoog tijd voor, maar het kabinet werd het er zelf al niet over eens.

Eén deel van wat destijds Het Belastingplan heette is wél uitgevoerd, maar dat was dan ook het makkelijkste. Elke belastinghervorming heeft ‘smeergeld’ nodig om de acceptatie ervan te bevorderen en negatieve effecten voor bepaalde groepen te mitigeren.

Het smeerbedrag was becijferd op 5 miljard euro. Dat bedrag is inmiddels als lastenverlichting uitgekeerd. Tegenover de Europese Commissie werd deze uitgave desondanks gerechtvaardigd als een ‘structurele hervorming’. Maar dan zonder structurele hervorming, dus.