Geestelijke defensie

Deckwitz, Ellen 10-2015 02

Doordat er de laatste tijd op steeds meer scholen zelfverdedigingslessen worden aangeboden, zijn mijn buurmeisjes van dertien en vijftien ineens in staat om hun vervelende broer van negentien in drie simpele handelingen tegen de grond te werken. Ook op de school van mijn neefjes krijgen de kinderen sinds kort elke week een uurtje judo. Op de ouderavond (mijn zus is alleenstaande moeder, ik moet altijd met haar mee) vroeg ik naar de precieze reden. De docent zei dat het nou eenmaal rare tijden zijn.

Toen we naar huis liepen, was ik boos. Met judo maak je kinderen misschien weerbaar, maar ook onnodig bang: er is kennelijk gevaar, anders zouden ze dit soort lessen niet nodig hebben. En waarom moet er alleen aandacht aan fysieke weerbaarheid worden besteed? Met al dat geterroriseer op internet is het eerder tijd voor geestelijke defensie.

„Wat een goed idee!”, zei mijn zus. „Lessen in mentale zelfverdediging! Maar hoe? Oxazepam in de lunchpakketjes stoppen? Debatlessen?”

We probeerden na te gaan waar wij onze grote mond en evenwichtige persoonlijkheid vandaan hadden. Toegegeven, onze stemming werd al jaren door medicatie ongeveer stabiel gehouden, maar dat wil niet zeggen dat we er zelf geen moeite voor hebben moeten doen.

„Ik werd minder onzeker toen ik The Catcher in the Rye las”, zei mijn zus. „Het was een geruststellende gedachte dat er nog veel vervelender mensen rondliepen dan ik.” Zelf was ik iets minder bang voor de dood geworden door Alle mensen zijn sterfelijk van Simone de Beauvoir. Daarin is sprake van iemand die niet kan sterven en dat vreselijk vindt. Tegen het einde ben je als lezer vet blij met je eigen vergankelijkheid.

We concludeerden dat literatuur kan helpen bij mentale zelfverdediging. Maar dan kom je voor de vraag te staan hoe je kinderen aan het lezen krijgt. Ze houden wel van boeken als Het leven van een loser of Twilight, maar de overstap naar volwassenenromans blijft lastig. We belden onze moeder, die docent Nederlands is en jongeren al jaren aan de romans krijgt. „Je moet ze gewoon afraden bepaalde boeken te lezen. Mijn derdeklassers waarschuw ik voor Het Diner van Herman Koch. Dat ze daar veel te dom voor zijn. Tien hebben er inmiddels hun leesverslag over gemaakt.”

„Maar dat zei je vroeger ook altijd tegen ons, dat we te dom waren voor bepaalde boeken”, sputterde mijn zus tegen.

„En kijk eens hoe goed jullie terecht zijn gekomen”, antwoordde mijn moeder voldaan. Blijkbaar waren we zelfverzekerd geworden, omdat er vaak genoeg tegen ons was gezegd dat we te dom waren. We hingen op, en hadden nog een avond lang gemengde gevoelens.

Ellen Deckwitz heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.