Column

Feitenvrijheid? Da’s helemaal niet nodig

Kun je ook tevéél gegevens hebben over de economie? Moeilijke vraag, maar in een week als deze het stellen waard.

maartenschinkel0

Woensdag begonnen de Algemene Beschouwingen in de Kamer, en vandaag gaan ze door. Ze zijn, met de verkiezingen in maart in het vooruitzicht, nog sterker politiek gekleurd dan anders. En in de grabbelton van gegevens vindt iedereen wel iets van waarde om zijn argumenten kracht bij te zetten.

Een kwart eeuw geleden was de hoeveelheid cijfers over economie en samenleving nog relatief beperkt. De intervallen waren lang en de publicatie was sterk vertraagd. Nu kom je om in de gegevens, die niet langer op jaarbasis zijn, maar vaak op kwartaal- en in veel gevallen al op maandbasis. Publicatie is vaak vrijwel instant. We gingen daardoor van een beschrijving van het vroeger naar een schets van het nu. En steeds vaker zijn we al verhuisd naar het nieuwe nu: het straks. Prognoses, schattingen en ramingen zijn sterk in belang, en in aandachtswaarde, toegenomen. Het resultaat van peilingen wordt verward met de waarheid.

Neem twee recente peilingen. Uit een onderzoek dat Ipsos deed in opdracht van de NOS kwam deze week naar voren dat Nederlanders niet erg blij zijn met de economie. Vorig jaar verwachtte 3 op de 10 dat het beter zou gaan, nu zijn dat nog maar 2 op de 10. Maar op maandag bleek uit een andere peiling, die van het consumentenvertrouwen door het Centraal Bureau voor de Statistiek, dat Nederlanders juist zeer positief zijn over de economie – het meest rooskleurig zelfs sinds de crisis in 2008. En de bereidheid om grote aankopen te doen is het grootst sinds 2001.

Kan het allebei tegelijk waar zijn? Dat zal misschien liggen aan spreidingen en concentraties van de meningen van ondervraagde burgers.

Ander, en potentieel brisant, probleem. Gepensioneerden gingen er de afgelopen vier jaar het meest in koopkracht op achteruit. Maar van geen enkele groep is de armoede deze eeuw zo sterk afgenomen als van 65-plussers. De inkomensongelijkheid in deze groep is in die periode afgenomen, en sowieso kleiner dan in de rest van de bevolking. De vermogensongelijkheid onder ouderen is daarentegen juist groot. Hun gemiddelde inkomen is vrijwel hetzelfde als van mensen tussen 25 en 45 jaar, het spitsuur in het leven waarin het gezin van de grond komt. Verdienen gepsensioneerden extra steun? Ja. Nee.

Nog ééntje dan, naar opgave van Bloomberg. De Nederlandse economie groeit in 2017 met maar 1,3 procent, volgens de raming van ING. Dat is om pessimistische van te worden, niet? Gelukkig is er de raming van ABN, met een economische groei van 1,5 procent in 2017. Of wordt het zelfs 1,6 procent (Rabo)? Welnee, het Centraal Planbureau zegt 1,7 procent, terwijl het Internationale Monetaire Fonds het eerder hield op wel 1,9 procent. Onzin, natuurlijk: het wordt veel beter. Kijk maar naar de raming van de Europese Commissie, met 2 procent, of die van de OESO, met 2,1 procent.

De prognoses hebben allemaal hun eigen methodiek, zijn op verschillende tijdstippen gedaan en allemaal te verdedigen als een eigen waarheid. Want de realiteit van 2017 is er nog niet. En zal tegen die tijd al verdrongen zijn door de verwachtingen voor 2018.

Er wordt, dezer dagen, volop geklaagd over feitenvrijheid in de politiek en in de openbare meningsvorming. Maar een loopje nemen met wat voor feiten doorgaat is helemaal niet nodig. Want het probleem is veel groter: er is op dit moment veel te veel tegelijk ‘waar’.

Maarten Schinkel schrijft elke week over macro-economie en de financiële markten