Debat over ‘wat Nederland is’

Algemene Politieke Beschouwingen

Op de eerste dag ging het vooral over ‘onze manier van leven’. En partijen oefenden alvast hun verkiezingsverhaal.

Diederik Samson (PvdA): „Ik vraag u gewoon wat de consequenties zijn van uw voorstel.” FOTO’S DAVID VAN DAM

In geen jaren ging het belangrijkste debat over de begroting zó weinig over de begroting. Op dag één van de laatste Algemene Politieke Beschouwingen van het kabinet-Rutte II was de Miljoenennota aanleiding voor, maar niet onderwerp van debat.

Als het kabinet nog stilletjes hoopte op een pluim voor alle hervormingen en bezuinigingen van afgelopen jaren om Nederland uit de crisis te krijgen, dan boorden de fractieleiders van de oppositie die hoop woensdag vakkundig de grond in.

De meeste fractievoorzitters oefenden hun verhaal voor de verkiezingen van maart volgend jaar. Er ontspon zich een gesprek over wat zomaar hét thema van de campagne kan worden: de Nederlandse manier van leven. En vooral: hoe we die kunnen beschermen in tijden van vluchtelingencrisis en radicaal islamitisch terrorisme.

Volgens Halbe Zijlstra (VVD) leven we in een „land waar je gewoon lekker gek je zelf kan zijn”. „Een land waar we „veel te lang op terrasjes zitten en onze hamburgers laten aanbranden op de buurtbarbecue.” De Nederlandse vrijheden zijn absoluut en die moeten verdedigd worden tegenover conservatieve moslims en anderen die het wagen die vrijheden te bedreigen. Compromissen? Geen denken aan.

De fractievoorzitters waren opvallend eensgezind in hun definitie van wat hoort en niet hoort in Nederland. Ze kwam allemaal met dezelfde voorbeelden. Een homostel moet ongestoord hand in hand in over straat kunnen gaan. Dansen op politieauto’s, zoals treitervloggers in Zaandam de afgelopen week deden? Volstrekt onacceptabel.

SGP-leider Kees van der Staaij gaf zelfs een heus college over de fundamenten van de Nederlandse beschaving. Vanaf het spreekgestoelte toonde hij een levensgrote foto van achttien erflaters van onze cultuur, onder wie Erasmus, Thorbecke en koningin Wilhelmina, die een buste in de hal van de Tweede Kamer hebben.

Het kwam tot inhoudelijk debat

Regelmatig voerden de fractieleiders inhoudelijke, principiële debatten over de fundamenten van democratie en rechtsstaat: vrijheid van meningsuiting, godsdienst en onderwijs.

Zo voerden Alexander Pechtold (D66) en Sybrand Buma (CDA) een debat over een klassiek meningsverschil tussen het progressieve D66 en het conservatieve CDA: de verboden op godslastering en majesteitsschennis. Dom natuurlijk om dat laatste af te schaffen, volgens Buma: „Niet omdat koning Willem-Alexander dat niet verdient als mens, maar omdat wij symbolen hebben waar we in dit land aan hechten.”

Zelfs Geert Wilders (PVV), de grootste uitdager van de coalitie en eigenlijk ook van de rest van de Tweede Kamer, mengde zich af en toe in die inhoudelijke debatten. Al gebruikte hij ze consequent om zich in zijn vertrouwde positie van buitenstaander te manoeuvreren.

Wilders’ bijdrage was, zoals meestal, retorisch sterk. Kwam hij vorig jaar met een lijst van Nederlandse gemeenten die een asielzoekerscentrum kregen, nu dreunde hij de lange reeks aanslagen op van islamitische terroristen in de afgelopen „zwarte zomer van de jihad”. „Waarom heeft niemand het daarover?”, vroeg hij vervolgens bij herhaling – alsof de andere fractieleiders collectief hadden gezwegen over Orlando, Nice en Instanbul.

Wilders hield een inktzwart anti-islambetoog, net weer een tikje alarmistischer dan eerder: „Als we niets doen, overleven we niet. Onze beschaving is weg, onze levens zijn waardeloos.”

De spanningen in de Nederlandse samenleving die zijn ontstaan na de mislukte coup in Turkije speelden een hoofdrol in het debat. De schreeuwende Turks-Nederlandse Erdogan-aanhangers van op de Erasmusbrug in Rotterdam kwamen bij bijna elke partij terug. Voor Wilders was dit een reden om te concluderen: „Dicht die grenzen, geen Turk er meer in!”

Nationaal Zorgfonds bleek een aanzet

Zo’n beetje de enige die niet over de Nederlandse identiteit begon, was Emile Roemer (SP). Hij besteedde het grootste deel van zijn inbreng aan de gezondheidszorg. De SP wil het eigen risico, de jaarlijkse eigen bijdrage van 385 euro, afschaffen en in plaats daarvan een Nationaal Zorgfonds instellen. De Tweede Kamer sprak maar liefst anderhalf uur over zijn plan, maar vermoedelijk niet op de manier waarop Roemer had gehoopt: net als voorgaande jaren probeerden de andere fractievoorzitters hem onderuit te halen op zijn gebrek aan feiten- en cijferkennis.

Opnieuw slaagden ze daarin, al pakte het niet zo rampzalig uit voor Roemer als vorig jaar en het jaar dáárvoor. Met name Diederik Samsom (PvdA) wist hem zo klem te zetten op zijn gebrek aan financiële onderbouwing dat Roemer moest toegeven dat zijn Nationaal Zorgfonds slechts „een aanzet” was.

Tussen de regels door lieten alle fractieleiders, weer op Wilders na, vooral weten hoe graag ze met elkaar meedenken en samenwerken. „Daar heeft de heer Buma een punt.” „Ik kan een heel eind met de heer Klaver meegaan.” „Ik neem het plan van meneer Roemer serieus, laten we samenwerken, dat vragen de mensen van ons.” Eén grote groep meedenkende, constructieve politici die straks met elkaar een coalitie kunnen vormen.

Al bleek de politiek met een kleine ‘p’ toch nog verleidelijk. Rond half zeven was Geert Wilders aan de beurt. Maar gezamenlijk probeerden de andere fractieleiders dat moment uit te stellen, liefst tot ná het achtuurjournaal. Kamervoorzitter Khadija Arib greep in: die gunde hem zijn moment.

Roemer versus Samsom

Foto Remko de Waal / ANPL

Foto Remko de Waal / ANPL

Emile Roemer (SP) en Diederik Samsom (PvdA) over het SP-plan om het eigen risico af te schaffen: Samsom: „Een deel van uw plan gaat over de financiering, het eigen risico. U hebt zoiets laten doorrekenen en mijn vraag is hoeveel belasting mensen bij u gaan betalen vanaf het minimumloon, dat is 20.000 euro?”

Roemer: „Dat kun je op dit moment totaal niet zeggen omdat het voor iedereen een ander verhaal is. Ja, als je van die heel leuke ditjes en datjes eruit gaat halen. Daar trappen we niet meer in, meneer Samsom.”

Samsom: „U hebt een voorstel en strooit met bedragen waarvan u zegt dat ze zijn doorgerekend. Ik kon niets vinden. [...] Ik vraag u gewoon wat de consequenties zijn van uw voorstel.”

Roemer: „Wij geven de aanzet voor een nieuw systeem dat deugdelijker is dan het huidige, omdat wij zien wat er gebeurt in de zorg, wat er gebeurt met de salarissen, wat er gebeurt met de consultancy en met de macht van verzekeraars. [...] Doe mee in plaats van politici proberen te vangen op dingetjes.”

Samsom: „Als u een serieus voorstel heeft, onderbouwt u dat op een serieuze manier. Anders blijft het inderdaad een schimmenspel en blijft u zeggen dat het over dingetjes gaat. U onderschat het probleem zelf.”

Halbe Zijlstra versus Geert Wilders

Foto Bart Maat / ANP

Foto Bart Maat / ANP

Halbe Zijlstra (VVD) in debat met Geert Wilders (PVV) over wat fundamentele vrijheden zijn:

Wilders: „We moeten Nederland bevrijden van de islam. Als we dat niet doen, bestaan we dadelijk niet meer. Dan hebben we geen democratie meer en is er geen vrijheid meer. Alstublieft, begin daar ook aan.”

Zijlstra: „Als het gaat over de islam en radicale elementen daarin en wat dat betekent voor onze veiligheid, heeft de heer Wilders gewoon gelijk. [...] Maar ik geloof juist in de waarde van dit land. Dit land is gebouwd op het fundament vrijheid. Daar hoort ook de vrijheid van godsdienst bij. Als wij in dit land onze vrijheden voor groepen buiten werking stellen, is dat het einde van dit land.”

Wilders: „De heer Zijlstra kan mij politieke incorrectheid verwijten, maar geloof mij, wij raken onze vrijheid kwijt als wij mensen en hun ideologie toestaan om onze vrijheden te misbruiken om die van ons af te pakken. Dan zeg ik: dan pak ik ze liever van jullie af dan dat jullie ze van ons afpakken. Want daar maak ik Nederland alleen maar sterker mee.”

Zijlstra:„Ik ga niet onze vrijheden nu afschaffen voor bepaalde groepen, omdat dat juist het einde is van het Nederland waar ik voor sta.”

Van Haersma Buma versus Pechtold

Foto Remko de Waal / ANP

Foto Remko de Waal / ANP

Sybrand van Haersma Buma (CDA) en Alexander Pechtold in debat over de vrijheid van mensingsuiting: Buma: „Als een premier ‘pleurt op’, ‘lazer op’, ‘tuig van de richel’ of weet ik wat zegt, is dat niet zomaar vrijheid van meningsuiting. Dan denkt men: de premier zegt dit. Ik wil dan dat er óf daden komen óf dat je het niet zegt.”

Pechtold: „Als de premier dat zegt, is het slecht taalgebruik of een slechte opvoeding of wat dan ook.”

Buma: „Nee, het is veel meer!”

Pechtold:„De vertegenwoordiger van het CDA hecht nog wel aan het verbod op godslastering – nou, een beetje God staat boven beledigingen, hoor – en aan een volstrekt achterhaald artikel als majesteitsschennis. Tegelijk verbindt hij een misstand als treiterende jongeren aan de vrijheid van meningsuiting. Ik kan die gedachtekronkel gewoon niet volgen. Dat gaat toch gewoon om het Wetboek van Strafrecht, om aanpakken, opsluiten en opvoeden?”

Buma: „Nee. [...] Je mag een politieman niet beledigen, niet treiteren en niet zwartmaken, want hij staat voor het gezag van onze democratie. Ik vind dat er opgetreden moet kunnen worden. Als dat beperking van de vrijheid van meningsuiting is, so be it.”