Column

De zwarte gaten in de Troonrede

De Troonrede is amper begonnen of Mariëtte Baarda ziet kerken en lantarenpalen opdoemen in groene vlakten, die grenzen aan het water. De ‘L’ waarmee de openingszin ‘Leden van de Staten-Generaal’ begint, is een toren, de ‘e’ een weiland, de ‘n’ is een peilloos blauwe zee.

In de wereld van schrijfster Mariëtte Baarda zijn letters en cijfers omgeven door kleuren. Ze vermengt allerlei zintuiglijke waarnemingen die voor anderen gescheiden blijven. Ze is, zo heet dat in de neurologie, een synestheet. Schrijver Vladimir Nabokov is er ook een, en filosoof Nietzsche. De abonneenummers van Amstelveen zijn rood, omdat ze met een vier beginnen. Die van Amsterdam zijn vaak Venetiaans roze, vanwege de zes.

Dus als zij en ik naar de Troonrede kijken, zien we hetzelfde, maar als we die daarna lezen, daalt zij af in haar geheime tuin, terwijl ik door mijn leesbril de essentie zoek. Ze slaat haar armen om het hoofd bij de tweede alinea: „In de maalstroom zijn onrust en onbehagen…” – zoveel o’s. „De ‘o’ is een zwart gat”, zegt ze, „zoals je dat ziet in Battlestar Galactica, met kleine witte puntjes.”

Kernbegrip van dit jaar: ‘bestendige vooruitgang’. Klinkt beter dan de participatiesamenleving, vindt Baarda. Dat was zo’n bontgekleurd negenlettergrepig neologisme. „Daar maakt mijn hoofd overuren van.”

U kunt nu afhaken en denken: wat een kolder, maar u kunt zich ook mee laten nemen in het universum van een schrijfster die op Prinsjesdag debuteerde met een literaire kroniek over migraine, Kinderen waaien weg. Sensitief en essayistisch. Bij het schrijven, zegt ze, selecteert ze ook op kleur, vandaar veel lichte, korte woorden.

‘Bestendige’ is ronduit optimistisch. De drie groene ‘e’s’ zijn ruimtelijk, de ‘i’ is daar een geel lichtpuntje in. De twee schakeringen bruin in de ‘b’ en de ‘d’ geven het woord een natuurlijke, houtachtige uitstraling. De ‘t’ is stevig, de ‘n’ soepel. Water, weet u nog uit de eerste zin? De roze ‘s’ noemt Baarda een zweem zonsondergang aan de horizon.

‘Vooruitgang’ met alle klinkerkleuren is blikkeriger. Tikje onecht. „Ik zou kiezen voor ‘toekomst’. Dat klinkt een stuk vriendelijker, de lichte ‘e’ die de ‘o’s’ scheidt en daarmee de duisternis onschadelijk maakt.”

Het kleursysteem van de Nederlandse taal is voor haar een schreeuwend rozerood palet, met veel medeklinkers in dat spectrum. De ‘s’ is hardroze, de ‘r’ is rood, de ‘h’ oudroze. Daarom laat ze zich liever voorlezen. Werken van Multatuli of Elsschot, bij voorkeur door de stem van Job Cohen, die deze luisterboeken insprak. „Een stem als een haardvuurtje.”

‘Bestendige vooruitgang’ is een paradox, zegt Mariëtte Baarda, een kleine arena.

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl; Twitter: @JuttaChorus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.