De Fed voorzichtig, Japan gedurfd

FED en de Bank van japan

De Fed durft een renteverhoging nog niet aan. De Bank van Japan komt met maatregelen die absurd lijken.

Fed-president Janet Yellen woensdag, nadat ze bekend heeft gemaakt dat het rentetarief niet wordt verhoogd. Foto Saul Loeb/AFP

Het zijn buitengewoon lastige tijden voor centrale bankiers. Dat bleek woensdag eens te meer in Washington DC en in Tokio. In Washington durfde het bestuur van de Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank, een renteverhoging ook ditmaal nog niet aan, ondanks een reeks zinspelingen daarop de voorbije maanden. En in Tokio presenteerde het bestuur van de Bank van Japan een paar opmerkelijke kunstgrepen om beleggers te overtuigen van haar geloofwaardigheid.

Janet Yellen, de president van de Fed, zei dat de argumenten voor een renteverhoging in de VS „sterker zijn geworden”. Het gaat goed met de arbeidsmarkt en de economie moet niet „oververhit raken”. Een renteverhoging voor het einde van het jaar is waarschijnlijk. Maar toch wacht de Fed op „verder bewijs”. In december 2015 verhoogde de Fed voor het eerst in zeven jaar de rente, naar tussen de 0,25 en 0,5 procent, en de centrale bank zei toen klaar te zijn voor een reeks verdere renteverhogingen. Maar daarvan is het nog steeds niet gekomen.

Het grootste probleem is de inflatie van nu 1,1 procent die weliswaar wat oploopt, maar nog flink onder het Fed-doel van 2 procent ligt. 2 procent geldt onder centrale bankiers wereldwijd als een optimaal inflatiecijfer, waarbij de economie gezond kan groeien zonder dat de prijzen excessief stijgen. Bij een renteverhoging kan het langer duren voordat de 2 procent in zicht komt.

Het Fed-bestuur is verdeeld: drie bestuurders stemden tegen het besluit van woensdag omdat ze per direct een renteverhoging willen. Het bestuur, zei Yellen, „worstelt met de vraag wat het ‘nieuwe normaal’ is” in de economie. Centrale bankiers weten al een tijd niet goed wat ze aan moeten met een wereld waar ultralage inflatie de basistoestand lijkt te worden. Yellen heeft het nog relatief makkelijk: de inflatie in de VS van rond de 1 is hoger dan die in de eurozone (0,2) en zeker dan in Japan (-0,4 procent).

De Bank van Japan kwam woensdag met een drastische nieuwe maatregel, die op het eerste gezicht absurd lijkt. Als eerste gaat zij aansturen op een inflatieniveau dat lange tijd bóven de 2 procent ligt. Het idee hierachter is dat de inflatie al zo lang zo extreem laag is, dat het inflatiedoel op langere termijn juist hoger moet liggen. Dan kom je ‘gemiddeld’ rond de 2 procent uit. Het is een symbolisch signaal dat beleggers gerust moet stellen: het stimuleringsbeleid van de Bank van Japan gaat nog lang door. Maar op de korte termijn loopt de Bank van Japan aan tegen de grenzen van dit beleid. Al enige tijd ondervindt de bankensector hiervan schade.

data5064445

Enerzijds hanteert de Bank van Japan een negatieve depositorente. Banken betalen een boete om geld te stallen bij de centrale bank. Zo moeten ze worden gestimuleerd het geld uit te lenen, maar dit lukt ze amper. Banken worden zo op kosten gejaagd. Anderzijds krijgen de banken minder rente-inkomsten, omdat de langetermijnrente fors is gedaald.

Banken hebben veel langlopende staatsobligaties in hun bezit (met een looptijd van 10 jaar of langer) die rente moeten opleveren. Alleen is die rente onder de nul gezakt, door de massale opkoop van obligaties door de Bank van Japan.

Nu wil de Bank van Japan het opkoopprogramma zo vorm geven dat de langetermijnrente niet verder zakt. De rente op tienjaarsleningen moet „ongeveer op het huidige niveau” van rond de nul blijven. De Bank of Japan kan bijvoorbeeld meer kortlopend in plaats van langlopend papier gaan kopen. In feite legt de centrale bank zichzelf zo nieuwe beperkingen op die het juist weer moeilijker maken om het inflatiedoel te bereiken. Het monetair beleid wordt zo een gordiaanse knoop. Na het Fed-besluit steeg de waarde van de dollar met een halve cent ten opzichte van de euro.