Beladenmuseum

Nieuw Museum

President Obama opent komend weekend op loopafstand van het Witte Huis het Nationale Museum van Afrikaans-Amerikaanse Geschiedenis en Cultuur.

Links: Smithsonians National Museum of African American History and Culture, met erachter het Washington Monument. Boven: Interieur en objecten in het museum, zoals slavenboeien en een paar Nike Airsneakers met het gezicht van president Obama. Foto gebouw AFP PHOTO / JIM WATSON. Andere foto’s: REUTERS/ Kevin Lamarque, Chip Somodevilla/ Getty Images/ AFP.

De ellende begint in de donkere, beklemmende kelder. Met een houten brokstuk van een schip dat slaven van Afrika naar de Nieuwe Wereld bracht. Met smalle roestige boeien die alleen een klein kind geketend konden houden. Een slavenhut, intact. Gruwelijke verhalen over de ontmenselijking van negros. En de kale cijfers over mensenhandel en massasterfte.

Komend weekend opent president Barack Obama op loopafstand van zijn Witte Huis het Nationale Museum van Afrikaans-Amerikaanse Geschiedenis en Cultuur. Een controversieel museum dat een ontstaansgeschiedenis van honderd jaar kent en waarvan het kolossale gebouw op een omstreden plek in Washington DC is verrezen. Een museum met ras als beladen onderwerp, en met grote ambities. Het moet, zegt directeur Lonnie Bunch, „Amerika confronteren met de donkerste momenten uit zijn geschiedenis”.

Maar het is ook bedoeld als bron van „hoop, verzet, spiritualiteit en geluk”. Bovendien moet het volgens Bunch ook aantonen dat de „de ervaring van Afrikaanse-Amerikanen dé typische Amerikaanse ervaring is”.

De museumdirecteur maakt een hoop van zijn ambities waar. Een bezoek aan dit museum is meer dan een uitstapje; het is een ervaring. Alle verschrikkingen en successen van de hoofdpersonen zijn weliswaar bepaald door hun huidskleur, toch kan het centrale thema op heel Amerika betrekking hebben; uiteindelijk gaat het om een zoektocht naar en een strijd om vrijheid. Van de basale vrijheid om geen slaaf te zijn tot de vrijheid van onderwijs, expressie, identiteit en om je haar te mogen dragen zoals je wilt. De vrijheid om volwaardig te kunnen zijn wie je bent.

Maar de geschiedenis van de zwarte bevolking van de Verenigde Staten is ten eerste dramatisch, en zo begint het museum ook. Bezoekers worden na binnenkomst drie verdiepingen onder de grond geleid. Een groot deel van de historische tentoonstelling is, uiteraard, gewijd aan de slavernij die de Afrikaans-Amerikaanse geschiedenis heeft bepaald en die nog steeds resoneert. Het verhaal over de globalisering van mensenhandel en de verschrikkingen op de schepen en plantages is niet nieuw. Maar de afgrijselijke details worden wel indringend gepresenteerd. Tussen tekeningen en attributen uit de slaventijd staan teksten op de muur. Eerst de namen van schepen die in de 18de eeuw westwaarts voeren en hoeveel van hun lading de oversteek overleefde. Het Nederlandse schip De Vergulde Zon vertrok in 1701 met 365 slaven, bij aankomst waren er nog 315 in leven. De Franse Valeur scheepte 543 Afrikaanse slaven in, 135 haalden Amerika.

De kale en schokkende cijfers worden gevolgd door de feiten over de waarde van mensenlevens. Toen in 1808 de import van slaven in de VS werd verboden, kwam de binnenlandse verkoop pas echt op gang. Opnieuw werden families en gezinnen uit elkaar gerukt. De advertenties boden „een meisje van een jaar of elf, een negerin die voor zover ik weet gezond is” aan of een kind voor een dollar. Het staat, schijnbaar eindeloos, op ooghoogte op de muur geschreven zodat geen bezoeker onder de confrontatie uitkomt.

Segregatie

Na de Amerikaanse burgeroorlog werden slaven in 1865 vrijgelaten, maar van vrijheid of gelijkwaardigheid was geen sprake. Aan het tijdperk van segregatie is het boeiende tweede deel van de expositie in het museum besteed. Een periode van onverholen en geïnstitutionaliseerd racisme die voor niet-Amerikanen nauwelijks onderdeel uitmaakt van het collectieve geheugen en daarom des te fascinerender is.

Het museum, dat 13 jaar geleden van start ging met een half budget en zonder één enkel museumstuk, heeft onder andere de open doodskist bemachtigd van een 14-jarige jongen die in Mississippi bruut werd gelyncht nadat hij ervan was beschuldigd met een blanke vrouw te hebben geflirt. Een touw dat bij een ophanging werd gebruikt, is bewaard gebleven, net als puntmutsen met maskers van de Ku Klux Klan. Zowel een gesegregeerde treincoupé als een wachttoren uit de beruchte Angola-gevangenis is verplaatst naar het museum. Ook hangt er een jurk van Rosa Parks, de vrouw die beroemd werd omdat ze niet langer accepteerde dat ze achterin de bus moest zitten.

De collectie van het museum is grotendeels bijeengesprokkeld met een Kunst & Kitsch-achtige tournee door het land. In 15 steden werd mensen gevraagd erfstukken te doneren. Van de 40.000 verzamelde voorwerpen zijn er bij de opening 3.500 tentoongesteld.

Het segregatie-hoofdstuk van het museum probeert – misschien een tikje geforceerd – ook vooral positieve, hoopvolle verhalen vertellen. Curator Spencer Crew heeft zich erg gericht op de opbouw van zwarte gemeenschappen, hun ondernemerschap, geloof, blues en poëzie. „De nasleep van slavernij was voor veel mensen niet veel beter dan de slavernij zelf. Segregatie was een andere vorm van gevangenschap.”

Crews uitdaging was om de lichtpuntjes te vinden. Hij is bijzonder trots op de acquisitie van de klokkentoren van de Citizens Savings Bank uit Nashville, Tennessee. „Omdat Afrikaanse-Amerikanen elders geen leningen kregen om bedrijven te beginnen of uit te breiden, richtte de gemeenschap samen een eigen bank op. Dat vind ik het bijzondere aan deze periode. Je ziet mensen die steeds obstakels tegenkomen in hun leven en een manier vinden om die te overwinnen.”

Black Lives Matter

Hoe hoger naar de oppervlakte de historische tentoonstelling de bezoeker leidt, hoe meer licht en lucht er tussen de panelen ontstaat. De periode van en na de civil rights movement in de jaren zestig voelt bovendien bekender. De tentoonstelling wordt echter ook rommeliger.

In de opbouwfase van het museum werd verondersteld dat het chronologische overzicht zou ophouden bij de verkiezing van Obama, de eerste zwarte president van de VS. Maar de recente opkomst van de Black Lives Matter-beweging en de daar aan verwante demonstraties tegen politiegeweld vormen een nieuw hoofdstuk. „Dat is maar goed ook”, zegt curator William Pretzer. „De verkiezing van Obama betekent niet dat de worsteling van Afrikaanse-Amerikanen een happy ending heeft. We zijn er nog niet.”

Opvallend afwezig in het historische overzicht is de grote leider van de burgerrechtenbeweging: Martin Luther King Jr. Ja, hij staat op verschillende foto’s en zijn citaten larderen de muren, maar het museum heeft geen attributen van de in 1968 vermoorde King kunnen bemachtigen. De drie nog levende kinderen van de dominee zijn notoir lastig met het doneren of uitlenen van zijn nalatenschap.

Juist Kings toespraak in 1963, op de National Mall waar het museum aan grenst, maakt dit mede zo’n historisch beladen locatie. Het museum heeft de laatste open plek aan het nationale park midden in de hoofdstad ingenomen. Niet iedereen in DC is gelukkig met een nieuwe kolos aan het tot nu toe redelijk open park. Dat is overigens niet de voornaamste reden dat het museum er bijna niet gekomen was. Al ruim een eeuw geleden werd gepleit voor een museum toegewijd aan Afrikaanse-Amerikanen, maar het werd politiek steeds tegengehouden. Soms met verbloemd racisme, soms met de suggestie dat elke bevolkingsgroep dan vast een museum zou willen. Wat overigens ook gebeurde, in 2004 opende een museum over de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika. Dit Nationale Museum van de Amerikaanse-Indianen is meer gericht op educatie en folklore dan het veel politiekere museum voor Afrikaanse-Amerikanen, dat in 2003 groen licht kreeg.

Het National Museum of African American History & Culture is 1 van de 19 Smithsonian musea in Washington DC die gratis te bezoeken zijn. Inl: nmaahc.si.edu