Niemand weet hoe belangrijk het getal 36 is

Klimaat Bijna niemand weet dat president Obama al jaren geleden een cruciale maatregel heeft genomen tegen klimaatverandering. Hij heeft laten vaststellen dat CO2-uitstoot de maatschappij 36 dollar per ton kost. “De volgende stap is dat bedrijven die schade moeten betalen.” 

Foto AP

De Amerikaanse president Barack Obama kreeg vaak het verwijt dat zijn klimaatbeleid zich heeft beperkt tot mooie toespraken over de risico’s van de opwarming, ondanks alle grote beloftes die hij deed bij zijn aantreden. Dat veranderde pas vorig jaar, toen Obama een deal sloot met China om gezamenlijk een succes te maken van de klimaattop in Parijs. Inmiddels hebben de VS (en China) de Parijse afspraken geratificeerd en is de meeste kritiek verstomd.

Wat velen niet weten is dat Obama al veel eerder een cruciale stap heeft gezet, die grote gevolgen kan krijgen. Hij zette wetenschappers en beleidsmakers aan het werk om in te schatten hoe groot de financiële schade door klimaatverandering is. Wat kost het de samenleving als één ton kooldioxide de atmosfeer wordt ingeblazen?

Twaalf overheidsinstellingen zijn jaren bezig geweest om tot een bedrag te komen. Wat is de toekomstige schade door overstromingen en bosbranden? Wat gebeurt er met de economie? Wat zijn de consequenties van hittegolven voor de volksgezondheid? Hoe sterk zal de landbouwproductiviteit afnemen? Dat soort vragen moesten ze beantwoorden.

Die berekening is noodzakelijk omdat president Ronald Reagan in 1981 bepaalde dat overheidsinstellingen alleen nog maatregelen mochten nemen als zo’n maatregel de maatschappij minder kost dan hij oplevert. Reagan kreeg veel kritiek van mensen die vreesden dat hij dit alleen maar deed om het bedrijfsleven de vrije hand te geven en milieubescherming te voorkomen. Maar Obama heeft met zijn ‘sociale kosten van koolstof’ laten zien dat dit niet zo hoeft te zijn.

Stiekeme invoering

In 2013 stelden Obama’s beleidsmakers die sociale kosten vast op 24 dollar per ton CO2. Inmiddels is het bedrag verhoogd naar 36 dollar (32 euro).

Michael Greenstone, een van de architecten van het principe en directeur van het Energy Policy Institute van de Universiteit van Chicago, noemt dit „het belangrijkste getal waar je nog nooit van hebt gehoord”. Volgens hem gaat het niet om zomaar een „krakkemikkige kosten-batenanalyse. Dit is wat onze kleinkinderen willen dat we doen.”

Dat kan zo zijn. Maar toch kreeg Obama veel kritiek voor zijn stiekeme invoering. „Dit is een heel vreemde manier om beleid te maken over zoiets belangrijks”, zei Frank Ackerman, die een boek schreef over de economie van klimaatverandering, destijds tegen persbureau Bloomberg. Een advocaat van de kolenindustrie was duidelijker: „Dit is nogal een belangrijke stap. Om dat te doen zonder deelname van buitenaf is bizar.” Republikeinen in het Congres probeerden in 2014 de werkwijze in twijfel te trekken. Maar de Amerikaanse rekenkamer concludeerde dat de rekenmethode klopte.

Op de website Yaleclimateconnections.com staat een mooi voorbeeld van hoe het werkt. Het milieuagentschap EPA en het ministerie van Transport wilden autofabrikanten dwingen om kleine bestelwagens energiezuiniger te maken. Ze becijferden dat die bedrijven daarvoor de komende vier decennia zo’n 350 miljard dollar moeten investeren. De milieuvervuiling zou afnemen, de volksgezondheid zou erop vooruitgaan en energiezekerheid toenemen. Die baten werden beraamd op 280 miljard. Conclusie: de richtlijn kon niet doorgaan, want hij kostte 70 miljard meer dan hij opleverde. Toen echter ook de uitstoot van broeikasgassen als een extra kostenpost werd begroot, bleek de richtlijn ineens 100 miljard dollar op te leveren.

Uitleg over de ‘social cost of carbon’:

Geen broddelwerk

Of 36 dollar een realistisch bedrag is, valt moeilijk te zeggen. Een studie in 2012 in het Journal of Environmental Studies and Sciences schatte de werkelijke kosten op een bedrag tussen de 55 en 266 dollar per ton CO2. Onderzoekers van de universiteit van Stanford kwamen vorig jaar tot bijna 200 euro per ton.

In een evaluatie van The Brookings Institution schreven wetenschappers uit Oxford en Cambridge twee jaar geleden dat 36 dollar in de meeste gevallen te weinig is om het verschil te maken. Om werkelijk te „bijten” moet het principe in alle sectoren van de economie worden ingevoerd en moet het bedrag omhoog, vonden zij.

Volgens Joseph Aldy, milieueconoom van Harvard en adviseur van Obama, is het ook een kwestie van ethiek. Het hangt ervan af „hoeveel waarde we toekennen aan toekomstige generaties”.

De vraag is wie uiteindelijk moet betalen. De Amerikaanse regering heeft het principe nog maar een paar keer gebruikt, en alleen om bedrijven tot maatregelen te dwingen. Die verzetten zich daar fel tegen. Zo stapte Zero Zone, bouwer van koelsystemen voor het bedrijfsleven, naar de rechter toen zij hun koelkasten energiezuiniger moesten maken. Ze vonden de berekening van de sociale kosten van koolstof „willekeurig en onvoorspelbaar”.

Maar het federale Hof van Beroep in Chicago concludeerde vorige maand dat het ministerie een betrouwbare kosten-batenanalyse heeft gemaakt. In tegenstelling tot wat Zero Zone beweert, is er geen broddelwerk geleverd, zeiden de rechters (alle drie Republikeinen), zijn er geen willekeurige cijfers gebruikt en geen onvoorspelbare conclusies getrokken.

Keystone pijpleiding

Voor Obama’s klimaatbeleid is dit een grote overwinning – misschien wel de belangrijkste van zijn presidentschap. „Als bedrijven activiteiten ondernemen die schade aanrichten waarvoor ze niet betalen – omdat ze die via een schoorsteen in rook laten opgaan of via een pijpleiding in het water laten verdwijnen – bestaat er nu een manier om de kosten waarvoor de maatschappij opdraait te bepalen”, zegt Daniel Esty, hoogleraar aan Yale Law School in een interview met de website The Daily Beast.

En waarschijnlijk zal het daar niet bij blijven. De regering zou de sociale kosten van koolstof kunnen gaan verhalen op de vervuiler. Neem Keystone XL, de door Obama voorlopig afgewezen pijpleiding voor zeer vervuilende teerzandolie uit Canada. Onderzoekers berekenden dat de pijpleiding in vijftig jaar verantwoordelijk zou zijn voor 935 miljoen ton extra CO2-uitstoot. Het doorberekenen van de kosten daarvan zou de pijpleiding ineens bijna 34 miljard dollar duurder maken.

Of, dichter bij huis. De gemiddelde Amerikaan produceert met zijn auto zo’n 6 ton CO2 per jaar. Daarmee richt hij dus voor ruim 200 dollar aan ‘maatschappelijke klimaatschade’ aan. Die wordt op dit moment nog door niemand betaald – of liever gezegd, het wordt betaald door de maatschappij als geheel.

Volgens jurist Daniel Esty is het een kwestie van tijd voordat hier een einde aan komt. „De volgende stap is bedrijven te laten betalen voor de schade”, zegt Esty.

„Dat is de richting voor de komende jaren.”