Opinie

Willem-Alexander brengt duidelijke boodschap, maar schuttert te veel

Recensie Troonrede

Foto Sander Koning/ANP

Zoals autocoureur Max Verstappen een slechte start vaak wijt aan technische problemen met z’n auto, mag koning Willem-Alexander na deze Troonrede zeer kritisch zijn over zijn spreektekst.

Dat zat ’m niet zozeer in de inhoud van de toespraak. Al was de tekst niet bepaald swingend. Sprankelende voorbeelden ontbraken volledig en niets maakte het persoonlijk. Elk lid van de regering had deze Troonrede moeiteloos kunnen uit spreken zonder een woord aan te hoeven passen.

Voor de verandering liep er deze keer wel een rode draad door de Troonrede. Neem de eerste zeven alinea’s. Wie elk van deze alinea’s in enkele woorden probeert samen te vatten, komt al snel tot deze kernboodschap: Nederland staat er goed voor / maar het is begrijpelijk dat u zich zorgen maakt / ons land heeft eerder grote tegenslagen overwonnen / en ook nu houdt het kabinet koers / want we zaten in een grote crisis / iedereen heeft grote offers gebracht / en daarom nu gaat het weer goed.

Je kunt het er inhoudelijk mee oneens zijn, maar duidelijk is het wel. Ook de taal was begrijpelijker. „Het is belangrijk dat kinderen die dreigen op te groeien in armoede deel kunnen nemen aan schoolreisjes, lid kunnen worden van een sportclub en de mogelijkheid krijgen op muziekles te gaan. Daarvoor komt 100 miljoen euro beschikbaar.” Weinig mis mee. Zeker als je bedenkt wat voor vaagtaal vorig jaar in de Troonrede stond, met pareltjes als: „Er is een integrale aanpak nodig die rekening houdt met alle relevante factoren.”

Het grootste probleem met de spreektekst zat ’m niet in wat er stond, maar hoe de tekst was opgemaakt. Dat leest u goed.

Onze koning versprak zich tijdens de Troonrede regelmatig. Dat gebeurde steeds op dezelfde momenten: wanneer hij een lange zin uitsprak die doorliep op de volgende pagina. Een beginnersfout van z’n staf. Onbegrijpelijk. Basisregel bij het opstellen van een spreektekst: zorg dat een zin nooit, nooit, nóóit op de ene pagina begint en op een volgende pagina eindigt. Dan liever wat extra witruimte. Ook een muzikant zorgt ervoor dat hij nooit de bladmuziek hoeft om te slaan tijdens het moeilijkste gedeelte van een stuk.

Zo klopte er wel meer niet. Nog zo’n basisregel bij spreekteksten: begin iedere zin op een nieuwe regel. Dat maakt het gemakkelijker om aan het einde van een zin het publiek aan te kijken en je boodschap extra impact te geven. Onze koning deed het tegenovergestelde: net als Jean-Claude Juncker bij zijn State of the Union, keek hij aan het begin van iedere zin steeds kort omhoog, om bij het einde van de zin weer naar z’n blaadje te kijken. Weg impact.

Nu is het verleidelijk om de schuld te leggen bij de speechwriters die deze tekst hebben opgesteld. Maar net als Max Verstappen heeft onze koning het vak kunnen leren van z’n ouders. Hij weet dat elk detail telt om op het hoogste niveau mee te doen. Speechen is z’n corebusiness. Hij mag tijdens de Troonrede dan wel niet z’n eigen woorden kunnen kiezen, in de opmaak heeft hij de vrije hand. En juist daar ligt nog veel ruimte voor verbetering.

Lars Duursma is oprichter van Debatrix. Hij geeft trainingen voor speeches en presentaties.