Volkert van der G. hoeft geen verdere psychologische hulp

Het gerechtshof staat achter het oordeel van de rechtbank eerder dit jaar.

Volkert van der G. verlaat de rechtbank in Osdorp in 2003. Vincent Jannink / ANP

Volkert van der G. hoeft geen begeleiding meer van de psycholoog te ondergaan. Dat heeft het gerechtshof in Den Haag dinsdag beslist. Van der G. is veroordeeld voor de moord op politicus Pim Fortuyn in mei 2002 op het Mediapark in Hilversum.

In februari besloot de rechtbank in Den Haag al dat Van der G. geen nieuwe psychologische behandeling meer hoeft te ondergaan. Van der G. had dat in een kort geding tegen het OM geëist. Volgens de rechtbank “staat vast dat de begeleiding door de psychiater is afgerond”.

Het OM was daarop in beroep gegaan. Bij de uitspraak in februari werd aangegeven dat er onzekerheid bestond over “een aantal (toekomstige) sociaal-emotionele factoren zoals werk, relatie en sociaal netwerk”, aldus justitie destijds. Het OM meende dat zicht op deze zaken noodzakelijk is om de kans op herhaling juist te kunnen inschatten.

De man moest zich als voorwaarde bij zijn vrijlating ofwel door een psychiater ofwel een psycholoog laten behandelen. Zijn behandeling door een psychiater is in maart vorig jaar afgerond. De moordenaar van Fortuyn moet van het hof wel blijven meewerken aan de evaluatie van de hem opgelegde voorwaarden. Ook blijft hij verplicht om vragen van de reclassering te beantwoorden en inzicht te geven in zijn situatie en plannen.

Enkelband en locatieverbod

Van der G. is veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien jaar. Hij kwam in mei 2014 vrij nadat hij tweederde van zijn straf had uitgezeten.

Aan zijn vrijlating was een heel aantal voorwaarden verbonden. Zo moest hij zich zes jaar lang wekelijks melden bij de reclassering. Ook kreeg Van der G. een enkelband met gps en een locatieverbod. Hij mocht zich niet meer in Rotterdam (de oude woonplaats van Fortuyn), Den Haag (het politieke centrum van Nederland), Hilversum (waar hij Fortuyn doodschoot) en de woonplaats van de nabestaanden begeven.

In juli vorig jaar stapte Van der G. naar de rechter in Den Haag om sommige voorwaarden aan te vechten. De rechtbank besloot dat het locatieverbod en de enkelband “disproportionele maatregelen” waren. Daar was het gerechtshof het in oktober mee eens.