Recensie

Tonio is van een in Nederland zelden vertoond niveau

A.F. Th. van der Heijden richt in Tonio een hartverscheurend monument op voor zijn 21-jarige zoon Tonio, op de ochtend van 23 mei 2010 met zijn fiets geschept na een nacht stappen in Club Trouw.

Ooit hoorde ik dichter Jean Pierre Rawie vertellen over Sterfbed, dat vaak op uitvaarten wordt voorgedragen. Hoe hij zijn verdriet over zijn vaders dood in een sonnet verwerkte. Kwatrijn, volta, terzine: schuivend met woorden voelde Rawie – niet zonder schuldgevoel – zijn verdriet grondstof voor een kunstwerk worden.

Iedereen weet dat je over trauma’s moet praten, dat ze je anders van binnenuit verteren. Dat je er een verhaal van moet maken dus: schrijvers lijken in het voordeel bij rouwverwerking. Zie A.F. Th. van der Heijden, die in Tonio een hartverscheurend monument oprichtte voor zijn 21-jarige zoon Tonio, op de ochtend van 23 mei 2010 met zijn fiets geschept na een nacht stappen in Club Trouw.

Lees ook het interview met hoofdrolspeler Pierre Bokma: ‘Ineens zijn alle momenten op’

Tonio leest eerst als een draaikolk van observatie, verdriet, schuld en herinnering, tot de schrijver op onderzoek gaat en de roman verhaal wordt. Waarom was Tonio die avond niet in Paradiso met Jenny, dat meisje dat hij drie dagen eerder fotografeerde? Waarom kruiste zijn fietsroute de Stadhouderskade? Er is geen waarom, zo blijkt. Hooguit een hoe: het is noodlot. Maar dan rest alleen het machteloze falen van de vader-beschermer.

In de film Tonio krijgt het verlies wel betekenis: als verhaal, requiem, zelfanalyse. En Paula van der Oest verdient grote lof dat ze in Van der Heijdens boek deze film vond van een in Nederland zelden vertoond niveau. Tonio begint op een lome zondagochtend in Amsterdam Zuid: zonlicht dat geel door de gordijnen filtert, zaterdagkrant op bed, gestommel in de keuken. Dan de deurbel, een schreeuw: de realiteit fragmenteert in ontzet gestamel in de taxi en de bleekheid van het ziekenhuis, doorsneden door ondraaglijk warme flashbacks.

Dan de rouw. We zien echtgenote Mirjam – een fenomenale Rifka Lodeizen – het doorleven: opgerold als foetus, huilend, schreeuwend. En de schrijver, Pierre Bokma, verstijfd in ontzetting: hij beleeft, in eigen woorden, zijn verlies als innerlijke bloeding. Er is pijnbestrijding in de vorm van bijna suïcidale volumes alcohol en valium. Tot het paar zich opricht door het verhaal van hun verlies te zoeken.

Er worden meer films dan ooit gemaakt over rouwverwerking, films waarin we de rouwstadia van Kübler-Ross doorlopen om na die reis door de nacht te ervaren dat de zon toch weer opkomt, al is het een schrale, bleke zon. Zo ook in Tonio, een intense film die alles uit de kast haalt – kleurenfilters, extreme montage.

Stem ook in NRC’s verkiezing van de beste film van de afgelopen vijf jaar

Eén scène vat samen hoe knap Tonio is: als de schrijver eindelijk de dvd durft af te draaien van de bewakingscamera die het ongeluk vastlegde. Dat akelig lege kruispunt bij nacht, Tonio die komt aanfietsen zonder licht, wiebelig, in zichzelf gekeerd. Beeldje voor beeldje schokt de dvd verder, maar wij willen die klap evenmin zien als de schrijver. Stop, zet uit, verniel dat nare schijfje.

Misschien is dat een handicap van de schrijver bij rouwverwerking: hij kan de tijd omkeren. Van der Heijden blijft Tonio tot leven wekken, onlangs in feuilleton President Tsaar op Obama Beach. In de roman doet hij ook iets anders met de dvd: hij bekijkt Tonio’s ongeluk juist keer op keer, bij wijze van acceptatie. Zou het? Dat Van der Oest het tegendeel kiest, bewijst hoe knap zij Tonio interpreteert.