‘Sorry dat ik zwart denk, en sorry dat ik zwart praat’

Twee Nederlandse rappers reizen naar Zuid-Afrika om dezelfde problemen te vinden als in eigen land: een door witten gedomineerde wereld die „wel hoort maar niet luistert”. Akwasi: „Ik vind het heftig. Ik voel de segregatie. Ik kan niet ademen.”

Akwasi Foto Michael Benjamin

De Amsterdamse rapper Akwasi Owusu Ansah zat meer dan elf uur in een vliegtuig voor het besef doordrong dat ook aan de andere kant van het Afrikaanse continent een door witte mensen gedomineerde wereld wacht. Er stonden alleen witte mensen in de rij voor de paspoortcontrole, en één zwarte vrouw die zijn blik leek te ontwijken. In het centrum van Kaapstad zag hij vooral witte mensen, met uitzondering van de taxichauffeurs en bediendes in de cafés en restaurants. Een oude witte vrouw drukte haar handtas dichter tegen zich aan, toen ze in de gaten had dat hij achter haar liep. „Dat gebeurt in Nederland, maar hier dus ook. Dat is toch belachelijk?”

Apartheid

Ook al is het nu 22 jaar na de val van apartheid, hij vindt het leven beklemmend hier. „Ik vind het heftig. Ik voel de segregatie. Ik kan niet ademen”, zegt Akwasi tijdens een ontbijt langs de hoofdstraat van Seepunt in Kaapstad. Hij is niet de enige. Zijn Zuid-Afrikaanse collega’s met wie hij op uitnodiging van het Nederlandse consulaat optreedt, voelen het net zo. Zwarte dichters. Gekleurde rappers, als Adrian van Wyk en Jitsvinger. Ze staan deze hele week samen op verschillende podia en festivals en treden op in tv-shows. De teksten van Akwasi, geboren in Amsterdam, met Ghanese roots, en van zijn Amsterdamse reisgezel Adeiye Tjon (kind van Surinaamse ouders) blijken net zo actueel in Nederland als in Zuid-Afrika. Ze zijn inwisselbaar met de woorden van hun Zuid-Afrikaanse collega’s.

„Sorry dat ik zwart denk, en sorry dat ik zwart praat./ Sorry dat ik zwart maak, en zwart werk, ik moet wel./ Ik touch geld, maak smartgeld, zwartgeld, zonder af te geven./ Schrob dagelijks me huid, zonder af te geven.”

Zwart licht - Wat sorry

Dat is wat Akwasi zong in een afgeladen Fugard theater tijdens de InZYNC poetry sessions. Het publiek was jong, zwart en gekleurd volgens de oude definities van het apartheidsregime. Afrikaans. Ze moesten even wennen aan zijn Nederlands, maar verstonden zijn gevoel woord voor woord en onthaalden zijn zinnen met gejuich. Het antwoord op zijn teksten kwam van zwarte Zuid-Afrikanen als Koleka Putuma, in eigen land bekend om haar gedicht over de verschillende betekenissen van water, voor wit en zwart.

„For you, the ocean is for surf boards, boats and tans/ And all the cool stuff you do under there in your bathing suits and goggles/ But we, we have come to be baptised here/ We have come to stir the other world here/ We have come to cleanse ourselves here/ We have come to connect our living to the dead here/ Our respect for water is what you have termed fear/ The audacity to trade and murder us over water/ Then mock us for being scared of it/ The audacity to arrive by water and invade us.”

Koleka Putuma- Water

Die woorden zijn zo pijnlijk dat het bestuur van de Universiteit in Stellenbosch de dichteres vorig jaar verzocht ze uit een TED-X voordracht te knippen die ze had gehouden op de universiteit.

VOC-mentaliteit

De Nederlandse rappers Akwasi en Adeiye Tjon arriveren op een moment dat de Zuid-Afrikaanse universiteiten opnieuw overspoeld worden met protest. Sinds de val van de apartheid werden de campussen en collegebanken weliswaar gevuld met zwarte studenten, maar het denken bleef wit. De theorieën gedoceerd in de colleges bleven Europees. De protesten van de studenten om dat te veranderen leidde al tot de val van het standbeeld van de Britse kolonist Cecil John Rhodes op de universiteit van Kaapstad. En ook tot het bevriezen van de collegegelden zodat ook arme studenten uit de townships toegang houden tot elitair onderwijs.

Wat Adeyi Tjon betreft moet Nederland nog net zo wakker worden, als wit Zuid-Afrika. Ook na de discussie over Zwarte Piet hebben ze het gevoel dat er wel gehoord wordt, maar niet geluisterd. „Toen Balkenende die VOC-mentaliteit prees, bleek dat wij ook nog niet die gesprekken hebben gehad. Dat bewustzijn en hoe we over dingen praten en hoe we kijken naar geschiedenis.”

De kritiek van Zuid-Afrikaanse studenten, is ook van toepassing op het Nederlandse onderwijssysteem, vindt Akwasi. Hij was de eerste student met een kleur op de kunstacademie van Maastricht. „Zuid-Afrika heeft veel meer meegemaakt dan Nederland. Wij hebben nog nooit rassenrellen gehad. Ik denk dat zoiets nog moet gebeuren voordat mensen echt wakker worden. Ik heb artikelen gelezen waarin mensen zeggen: pas als er doden vallen of iemand gewond raakt, gaat er iets veranderen. Met een dialoog alleen gaat er nog niet zoveel gebeuren. In Frankrijk, Engeland, Amerika, is al veel meer gebeurd. Ik hoop niet dat het zover komt dat mensen gewond raken, maar als het gebeurt worden mensen wel meer wakker.”