PvdA’ers weg omdat partij steun aan Erdogan ‘toedekt’

Zeeland

Twee Kapelse raadsleden verlaten de PvdA, omdat die geen afstand neemt van een Statenlid dat begrip toonde voor arrestaties in Turkije.

De tweekoppige PvdA-fractie uit de Zeeuwse gemeente Kapelle is opgestapt vanwege geruchtmakende uitspraken van het Zeeuwse Statenlid Bayram Erbisim.

Joyce Bommer en Cees van Ruiten gaven hun zetels op en zegden hun partijlidmaatschap op omdat ze ontevreden zijn over de handelwijze van de PvdA na de uitspraken.

PvdA’er Erbisim had begin deze maand in het tv-programma Nieuwsuur begrip getoond voor de massa-arrestaties die in Turkije zijn gepleegd door de regering van president Erdogan na de mislukte couppoging van juli. Van het partijbestuur hoefde hij daarover niet persoonlijk verantwoording af te leggen. Dat is Van Ruiten en Bommer in het verkeerde keelgat geschoten.

Volgens de raadsleden heeft Erbisim de martelingen en zuiveringen in Turkije goedgepraat en diende hij daarop te worden aangesproken. „Turkije moet je niet vergelijken met Nederland”, zei Erbisim destijds in Nieuwsuur. Hij pleit voor een „genuanceerd verhaal” over Erdogan en is „niet vóór martelingen”, maar dat martelen toch gebeurt „is nou eenmaal zo”.

De Statenfractie verklaarde in een reactie op die uitzending dat Erdisim „nadrukkelijk en volmondig aangegeven [heeft] tegen de zuiveringen en martelingen in Turkije te zijn en er afstand van te nemen”.

Dat was niet genoeg voor Bommer. Zij pleitte ervoor de uitspraken van Erbisim in een ledenvergadering te bespreken, omdat ze „in onze ogen in strijd zijn met beginselen van de partij”. Daar wilde het gewestelijk bestuur in Zeeland niet van weten.

‘Toedekcultuur’ in de partij

Bommer en Van Ruiten besloten de partij te verlaten, omdat ze in dit incident een symptoom in zien van een „toedekcultuur” binnen de PvdA.

Bommer: „Er zitten PvdA’ers op zichtbare posities die andere ideeën over mensenrechten hebben dan de partijlijn is. Dat weet de PvdA al langer: sinds de mannen van DENK uit de partij vertrokken zijn. Tegen dat soort politici zou openlijker stelling moeten worden genomen. Maar een gesprek daarover is niet goed mogelijk.”

Partijbestuur wil niet reageren

Bommer en Van Ruiten geven hun zetels terug aan de partij, en gaan niet als onafhankelijke raadsleden verder. Het gewestelijk bestuur laat weten hun vertrek te betreuren, maar wil verder niet reageren. Het landelijke partijbestuur, dat volgens Bommer nauw betrokken was bij de afwikkeling, wil ook niet reageren, omdat het om een „lokale kwestie” zou gaan.