Recensie

Nog sterker dan een stevige slok tequila

Interview Stephen Frears

De regisseur over zijn film over de Amerikaanse sopraan die geen noot zuiver kon zingen, maar wel volle zalen trok.

Meryl Streep en Hugh Grant als Florence Foster Jenkins en haar man St.Clair Bayfield. ©

‘Of ze zelf besefte hoe vals ze zong? Als ik die vraag zou beantwoorden, zou de film saaier zijn.” De 75-jarige Britse filmregisseur Stephen Frears (Philomena, High Fidelity, The Queen) laat in zijn film over de toon-dove cultsopraan Florence Foster Jenkins (Meryl Streep) in het midden of ze haar eigen onkunde herkende.

Jenkins’ gepiep

Het lijkt waarschijnlijk dat er iets mis was met Jenkins’ gehoor – of wellicht met haar mentale capaciteiten – aangezien ze zelf de negen platen heeft beluisterd die ze uitbracht in de jaren 40. De opnames zorgden decennialang in Amerika en daarbuiten voor vermaak op de radio en op feestjes. Een nieuwe generatie kan Jenkins’ gepiep, gemompel en gekrijs dat voor onder meer Mozart, Delibes en Strauss moet doorgaan ontdekken via YouTube. David Bowie rekende de opnamen van Jenkins tot zijn favoriete platen.

Florence Foster Jenkins: ´The Bell Song’/Air des clochettes, Lakmé (Delibes)

Frears antwoordt in Londen droogkomisch en kort op vragen van filmjournalisten die in zijn komedie kritiek op sociale hypocrisie willen zien. De Britse regisseur heeft naar eigen zeggen simpelweg de bekende feiten over de laatste jaren van de zangeres verfilmd. Hij heeft, zegt hij met nadruk, „absoluut geen idee wat er in haar hoofd omging”.

Natalie Dessay: ´The Bell Song’/Air des clochettes, Lakmé (Delibes)

Ook zonder psychologische verdieping blijft het leven van Florence Foster Jenkens (1868-1944) onderhoudend. De welgestelde Florence was een kindsterretje – ze speelde ooit piano op het Witte Huis – maar haar vader weigerde haar te steunen bij het verder uitbouwen van een piano-carrière. Hij was mogelijk de enige man die haar ooit tegen zichzelf wilde beschermen. Florence, overtuigd dat ze talent had, trouwde met de arts Francis Thornton Jenkins, die haar passie voor muziek niet in de weg zat, maar haar door zijn schuinsmarcheerderij wel syfilis bezorgde. Dat was een mogelijke oorzaak van gehoorschade en andere neurologische problemen later. Florence vertrok al snel bij haar losbandige echtgenoot en belandde na omzwervingen met de erfenis van haar vader op zak in New York waar ze talrijke muziekclubs financieel ondersteunde. Pianospelen ging door een handaandoening niet langer. Op de door haar en haar tweede echtgenoot – de gesjeesde acteur St.Clair Bayfield – georganiseerde feestjes, zong ze en speelde ze in tableaux vivants. Steeds sterker overtuigd van haar eigen zangtalent huurde ze op late leeftijd Carnegie Hall af. En verkocht de zaal met 3.000 plaatsen uit, puur door mond-tot-mondreclame.

Florence Foster Jenkins: ‘Adele’s Laughing Song’/Mein Herr Marquis, Die Fledermaus (Strauss)

Het is moeilijk niet in lachen uit te barsten als Meryl Streep als Jenkins haar kattengejank inzet. Iedereen die naar de voorrondes van Idols of aanverwante zangwedstrijden heeft gekeken, kent de aandrang. Waarom wekt een extreem vals zingende vrouw spontaan een lachbui op? Frears: „Het is gewoon een ridicuul, verschrikkelijk geluid. Ook het zelfvertrouwen waar ze het mee brengt speelt mee.”

Edita Gruberova: ‘Adele’s Laughing Song’/Mein Herr Marquis, Die Fledermaus (Strauss)

Lacht het publiek om Florence of lachen we haar uit? „Ik hoef die vraag niet te beantwoorden. Luister gewoon zelf naar Florence op YouTube”, zucht Frears. „Dat is een verpletterende ervaring: belachelijk en ontroerend op hetzelfde moment. Net de combinatie van die twee dingen maakt het interessant.”

Applaussalvo

Al in de jaren veertig stonden besprekingen van Jenkins’ platen vol dubbelzinnigheden. Een aankondiging van haar LP met onder meer een aria uit Die Fledermaus beloofde luisteraars: „Een grotere kick dan voor hetzelfde bedrag (2,60 dollar) geïnvesteerd in tequila, wodka of marihuana te krijgen valt.”

Volgens ooggetuigen in de documentaire Florence Foster Jenkins: A World Of Her Own (2008) proestten mensen het tijdens haar optredens uit. Tegelijkertijd vertelde Jenkins’ vaste pianist Cosmé McMoon dat het publiek probeerde haar gevoelens te sparen. Als ze het echt niet meer hielden van het lachen, barstte er een applaussalvo los, zodat er vrijuit gelachen kon worden.

Florence Foster Jenkins: ‘Der Hölle Rache’, Aria van de Koningin der Nacht, Die Zauberflöte (Mozart)

Frears heeft zich de laatste jaren gespecialiseerd in films die zijn gebaseerd op daadwerkelijk bestaande personen. In 2008 was er The Queen over de Britse koningin Elizabeth, in 2013 Philomena, een op feiten gebaseerd drama over een vrouw die op zoek gaat naar de zoon die ze als ongehuwde moeder moest afstaan. Frears: „Op een vreemde manier is het gemakkelijker om fantasierijk te zijn met het echte leven. Als het verhaal van Florence fictie zou zijn geweest, zou het haast te eenvoudig zijn om het te verfilmen. Dat het echt is gebeurd, dat het concert in Carnegie Hall echt heeft plaatsgevonden, geeft een extra lading.”

Cristina Deutekom: ‘Der Hölle Rache’, Aria van de Koningin der Nacht, Die Zauberflöte (Mozart)

Maar veel fantasie was er voor het personage Jenkins niet nodig: de lijst hilarische, door bronnen beschreven eigenschappen is eindeloos. Ze hield van theatrale uitdossingen – op het toneel en daarbuiten. Als hobby verzamelde ze stoelen waarin beroemdheden waren overleden. De reden dat we schaamteloos kunnen lachen om Jenkins is ook omdat ze het financieel niet slecht had en haar dierbaren het oprecht goed met haar lijken te hebben voorgehad. Bij Frears plooit St.Clair Bayfield (Hugh Grant) zich dubbel om het Florence naar de zin te maken. Frears: „Maar hij hield er wel een andere vriendin op na. Toch kan er geen twijfel over bestaan dat hij van Florence hield. Net dat maakt het interessant. De situatie was ingewikkeld. Maar het leven is ingewikkeld. Mijn leven in ieder geval.”