‘Natuurlijke reflex van mensen is zich te bedekken, niet ontbloten’

Interview Mehmet Sahin, Turkse fabrikant van boerkini’s

In Turkije wordt de boerkini ‘hasema’ genoemd, naar het bedrijf dat het badpak er als eerste op de markt bracht.

Een vrouw in boerkini en een meisje in bikini in zee, in Nederland. Foto ANP / Roos Koole

Mehmet Sahin (50) begon met bedekkende badkleding te maken omdat hij als vrome rechtenstudent niet in een zwemslip naar het strand wilde. In de jaren tachtig knipten veel moslimmannen hun broekspijpen af voor het zwemmen, vertelt hij in het kantoor van zijn succesvolle bedrijf in Istanbul. „Of we hielden een lange pantalon aan in het water”. Hoogst oncomfortabel.

De zwembroeken tot over de knie beslaan nu een klein rek in de flagship store van zijn merk, Hasema. Langs de wanden hangen vrouwenbadpakken variërend van half tot van top tot teen gekleed. Met of zonder bijbehorende hoofd- en handdoek. Een reclamefilmpje toont een vrouw die duikt en onder water grote slagen maakt. Haar hele lichaam is bedekt.

„Er zijn grenzen, ook voor mannen, aan wat je kunt dragen”, zegt Sahin. In gepaste kleding „kunnen we ons meer ontspannen en op ons gemak bewegen”. De behoefte van Sahin en zijn vrienden bestond bij hun vrouwen en dochters ook. In 1991 begon hij met badkleding voor moslima’s. Doordat hij de eerste was is merknaam Hasema het Turkse woord geworden voor boerkini. Sahin produceert zo’n 100.000 exemplaren per jaar waarvan 20.000 voor de export.

Ondernemers hopen Istanbul te kunnen laten uitgroeien tot de wereldwijde hoofdstad van moslimmode. In mei vond hier voor de tweede keer de International Modest Fashion Week plaats. Volgens het rapport Global Islamic Economy werd in 2014 zo’n 230 miljard dollar aan ‘moslimkleding’ uitgegeven en zal dat 327 miljard dollar zijn in 2020.

Foto Özge Sebzeci

Oprichter Mehmet Sahin van Hasema. Foto Özge Sebzeci

De ondernemer schuwt ideologische uitspraken niet. In Turkije woedt al decennia een intens debat over de scheiding van kerk en staat. Die was vroeger rigide. Vanaf 2002, toen de partij van Erdogan aan de macht kwam, zijn vrome moslims – ongeveer tweederde van de Turkse vrouwen draagt een hoofddoek – veel zichtbaarder. Op straat en op het strand.

Zoals veel mensen in de huidige Turkse politieke elite praat Sahin over zijn product als het resultaat van een emancipatieproces. „Er was sociale druk om alleen in zo’n slipje te lopen. Het klinkt misschien zwaar en ideologisch, maar het idee achter de hasema is rebels: jonge mensen die de vrijheid wilden om te dragen wat ze wilden hebben iets gecreëerd dat tegen de status quo in ging. Die was: wil je naar het strand, moet je een bikini dragen.”

U zegt: Frankrijk met het boerkiniverbod is als Turkije in de jaren tachtig?

„Natuurlijk. Er kwamen toen geen agenten het strand op. Maar er was weerstand tegen ons product. Ik zei: als een Franse ontwerper het in 1946 lukt mensen de bikini te laten accepteren, lukt ons dit ook. Ik voorspelde dat de hasema populairder zou worden dan de bikini, werd uitgelachen. De natuurlijke reflex van mensen is zich te bedekken, niet ontbloten.”

De Hasema-catalagus, gefotografeerd door correspondent Marloes de Koning:

Wat vindt u van het boerkinidebat?

„Heel primitief voor Europa, waar ze top zijn als het gaat om mensenrechten en vrijheden. Europa is verder dan wij als het gaat om vrijheid van meningsuiting of martelingen. Europa is inconsistent. Het is een mensenrecht zelf te bepalen wat je draagt.”

Is de hasema een politiek of een cultureel symbool?

Foto Özge Sebzeci

Foto Özge Sebzeci

„Niet politiek. Het staat wel dicht bij onze cultuur. ‘Geloof en voel je vrij’ is onze slogan. De markt is heel breed. Er zijn ook mensen met een blanke huid of een wat misvormd lichaam die de voorkeur geven aan ons product.”

De Hasema-collectie wordt uitgebreid naar sportkleding voor moslima’s, zoals tennispakken zonder kort rokje en minder strakke hardloopbroeken en paardrijkleding.

„Ik ken veel mensen wier dochters sporten, maar ermee stoppen als ze zo’n dertien zijn. We willen dat ze kunnen blijven sporten en zich tegelijk cultureel oké voelen.”