Moederdolfijn ‘praat’ prenataal

Dolfijnencommunicatie

Nu weten we het zeker: aanstaande moederdolfijnen laten zich veelvuldig horen aan hun nog ongeboren jong.

Tuimelaar met pasgeboren jong. Foto IStock

Dolfijnen doen aan prenatale communicatie. Een aanstaande tuimelaar-moeder laat ruim voor de worp steeds vaker haar persoonlijke handtekening-roep horen. Dat is haar gekende eigennaam waarmee ze haar andere geluiden lardeert. Twee weken voor de geboorte gebruikt ze die roep veel meer en herhaaldelijk. Zo kan het nog in het vruchtwater zwevende jong die alvast leren herkennen en er vertrouwd mee raken.

Zulk gedrag was bij deze dolfijnen al wel eerder gesignaleerd, maar onderzoeksters van de Universiteit van Mississippi hebben het nu nauwgezet vastgelegd en bevestigd bij een groep in gevangenschap. Ze presenteerden hun gegevens op de jaarlijkse bijeenkomst van de American Psychological Association.

Na de worp gaat het vrouwelijke dier – de vroeger gebruikelijk term ‘het vrouwtje’ schuurt tegenwoordig – daar twee weken uitgesproken mee door. In verder gepaste stilte, want de andere groepsleden houden zich dan opvallend geluidloos, waarschijnlijk om naamsverwarring te voorkomen. Het jonge dolfijntje imiteert aanvankelijk het geluid van de moeder, maar komt na twee maanden met een eigen handtekening-roep. Handig genoeg lijkt die dan niet op die van de groepsgenoten of moeder.

De dolfijnen staan hierin niet alleen. Bij vogels is gevonden dat zij met de inhoud van hun eieren converseren; die eieren kunnen trouwens onderling ook afspraken maken over het uitkomen. Onder zoogdieren doen mensen iets verwants bij een naderende bevalling, als ze al dan niet bewust meer van zich laten horen. Of, zoals in beginnende gezinnen van muzikanten, alvast toonladders laten klinken.

Over het nut van prenatale communicatie verschillen de meningen. En het is niet zo netjes het meer natuurlijke stemgedrag van aanstaande moeders te onderzoeken met controlegroepen zónder dat stemgedrag. Gelukkig vinden we dat bij dolfijnen ook. Hard bewijs blijft dus uit, maar het veronderstelde doel is geloofwaardig. Want het nut van naamherkenning is er zelfs aan twee kanten. Dichteres Neeltje Maria Min schreef over de moeder in volle verwachting al: ‘Mijn kind weet nog niet hoe ik heet. Hoe moet ik mij geborgen weten?’