Ombudsman

Lezer Schrijft: die kop dekte de tobberige lading niet

Het interview met oud-rechter Hofhuis Foto Merlijn Doomernik

Een lezer maakt bezwaar tegen de kop boven het interview met een oud-rechter.

Leest u eens Folkert Jensma’s interview met Hans Hofhuis en kijk dan naar de kop boven het artikel. Geeft deze kop ook maar bij benadering de essentie, sfeer, of inhoud weer van het interview? Of is het meer een pseudo-sensationeel, uit-zijn-verband-gerukt quasi-citaat? En meer in het algemeen: worden koppenmakers ooit ter verantwoording geroepen voor malafide incompetentie, of is alles geoorloofd in de strijd om de clicks en de lezers?

Felix Vardy,
Washington D.C.

Allereerst: dat is wel heel straffe taal om kritiek op een kop te uiten. De lezer laat desgevraagd weten zijn toonzetting achteraf ook zelf ,,nogal grof “te vinden en maakt daarvoor excuses: ,,De irritatie had mij duidelijk in zijn greep.” Maar hij blijft bij zijn punt.

Terecht?

Chef Zaterdag René Moerland wijst erop dat de kop wel degelijk een vrijwel letterlijk citaat is uit het interview met de oud-rechter. Hij zegt daarin, over een verkeerd vonnis dat hij ooit velde in een moordzaak:

Het was meer dan dertig jaar geleden. Gelukkig is onze veroordeling in vrijspraak omgezet in hoger beroep. Daar denk ik nog vaak aan terug. Maar je moet niet blijven tobben, ook de rechter zelf ‘moet het ermee doen’. Dan moet je denken: ik heb m’n best gedaan.”

Het citaat zegt volgens de chef iets over de persoon van de geïnterviewde en het werk van de rechter. Uit de kop is immers op te maken dat de spreker juist wél een tobber is, althans iemand die veel en lang over fouten nadenkt - en tegen zichzelf zegt dat hij niet moet ,,blijven” tobben. Hij vindt de kop daarom zeker verdedigbaar, en niet uit het verband gerukt.

Mijn mening: de kop was niet onjuist of een ‘quasi-citaat’, maar dekte ook niet de lading van het interview. De strekking van het interview met Hofhuis was nu juist een aansporing aan rechters en anderen om meer te reflecteren, of te ‘tobben’, over foute vonnissen en rechterlijke dwalingen. Over de beruchte zaak-Lucia de B. zegt hij bijvoorbeeld:

Wij hadden de rechterlijke organisatie binnenstebuiten moeten keren en ons moeten afvragen - hoe kan het dat we daar mis zijn gegaan? Een stelselmatige reflectie over deze zaak is er niet geweest.

Anderzijds waarschuwt hij ook tegen teveel voorzichtigheid, onterechte vrijspraken zijn maatschappelijk óók ongewenst. Nog een reden om meer na te denken over rechterlijk handelen.

Het gaat in het interview uiteindelijk dus om twee niveaus om te ‘tobben’: het persoonlijke, of psychologische, en het maatschappelijke. Een rechter in functie moet nu eenmaal vonnissen en moet dáárover, dus over zijn eigen handelen, achteraf niet te lang tobben. Hofhuis pleit voor een zekere clementie met jezelf: iedereen maakt fouten. Dat keert terug in de kop.

Maar in maatschappelijk en juridisch opzicht moeten rechters en anderen uiteraard wél tobben over foute vonnissen en ervan leren. Zoals hij in het gesprek zelf ook uitgebreid en interessant doet.

Vandaar dat een andere kop in mijn ogen beter was geweest - wat allerminst betekent dat de gekozen kop fout of ,,malafide” was.