Recensie

Krijsen van opperst geluk

Florence Foster Jenkins, vaak beschreven als ‘The World’s Worst Singer’, kon dankzij een erfenis haar droom (en vooral illusie) nastreven: operazangeres worden ****.

Terwijl ze van het podium stommelt in een van haar met veren versierde jurken, begint cultsopraan Florence Foster Jenkins (1868-1944) over de Amerikaanse soldaten die op dat moment aan het Europese front vechten. Al na twee zinnen schakelt ze over op waar ze zich echt druk om maakt: is er voldoende aardappelsalade voor alle gasten op haar societyfeestje?

Op dat moment hebben kijkers Meryl Streep als Jenkins nog niet horen zingen, maar op dat genoegen hoeven ze niet lang meer te wachten. Meteen wordt duidelijk waarom Streep de schaarse hoofdrollen voor dames op leeftijd in grote Hollywoodproducties wegkaapt: ze weet van de wereldvreemde, tenenkrommend slecht zingende vrouw een wat hysterisch en tegelijk enorm aandoenlijk figuur te maken. Streep (een behoorlijk goede zangeres in werkelijkheid, die ooit ambities koesterde als operazangeres) mompelt, hikt en krijst de verkeerde noten.

Florence Foster Jenkins, vaak beschreven als ‘The World’s Worst Singer’, kon dankzij een erfenis haar droom (en vooral illusie) nastreven: operazangeres worden. Haar New Yorkse omgeving laat haar in haar waan, en geniet. Velen leefden geheel of gedeeltelijk op haar kosten – van haar onofficiële echtgenoot, manager St.Clair Bayfield (Hugh Grant op z’n charmantst) tot de talrijke muziekclubs waarvoor Jenkins fondsen wierf.

Stephen Frears’ biopic comprimeert de laatste jaren van Jenkins’ leven, waarin ze plaatopnamen uitbrengt en in Carnegie Hall optreedt. Dat levert een aaneenschakeling van tragikomische momenten op, mede dankzij een spottend grijnzende Simon Helberg (een van de geeks uit The Big Bang Theory en zelf een geschoold concertpianist), die Jenkins’ vaste pianist Cosmé McMoon speelt.

Het verhaal van een rijke dame met wanen die de risee is van haar omgeving, heeft ook een cynische kant. Dat blijkt onder meer uit het Franse Marguerite (2015), een vrijere interpretatie van Jenkins’ leven. Frears houdt het vrolijker. Of zoals hij Bayfield laat herhalen: „Isn’t ours a happy world?” Waarom zou je de illusie doorbreken? Als iedereen, zowel Jenkins als haar publiek, er vrolijk van worden? Een vraag die evengoed gesteld kan worden over Bayfields voor die tijd opmerkelijk openlijke buitenechtelijke affaire.