Kabinet pakt de financiële ruimte

Overheidsfinanciën

Volgens minister Dijsselbloem koos het kabinet ervoor het laatste stapje naar begrotingsevenwicht niet te zetten.

Foto David van Dam

Wat is er mooier voor een minister van Financiën dan begrotingsevenwicht in zijn laatste begroting te kunnen presenteren? Jeroen Dijsselbloem was er bíjna. Het tekort volgend jaar komt volgens zijn departement uit op 0,5 procent. Toen hij eind 2012 aantrad zat Nederland met een tekort van 3,9 procent nog ruim boven de Europese begrotingsnorm – de norm die Dijsselbloem in zijn nevenfunctie als voorzitter van de eurogroep zo streng bewaakt.

Het kabinet heeft er nadrukkelijk niet voor gekozen dat laatste kleine stapje te zetten dat nodig is om een begrotingsevenwicht te bereiken. Dat zei Dijsselbloem dinsdagmiddag in een toelichting voor journalisten op de Miljoenennota voor 2017.

In plaats van nog gezondere overheidsfinanciën kiest het kabinet Rutte II een half jaar voor de verkiezingen voor het laten oplopen van de uitgaven, met ruim 2,5 miljard. Vorig jaar was er al ruimte gevonden om 5 miljard aan lastenverlichting te geven, vooral voor Nederlanders met een baan. Dit jaar gaat het om een koopkrachtreparatie van 1,1 miljard, niet alleen voor werkenden maar ook voor gepensioneerden en mensen met een uitkering. Daarnaast steekt het kabinet 1,5 miljard in uiteenlopende „maatschappeijke prioriteiten”: veiligheid, zorg, onderwijs en armoedebestrijding.

Van een feestbegroting wil Dijsselbloem niet spreken en van cadeautjes uitdelen al helemaal niet. De minister koos wat minder uitbundige bijvoeglijke naamwoorden: „een nette begroting” en „een evenwichtig inkomensbeeld”.

Uitgavenregel

Dijsselbloem erkent dat hij in zijn laatste jaar in functie de uitgavenregel die onderdeel is van de eigen begrotingsregels heeft overschreden. Die regel, bij het regeerakkoord eind 2012 geformuleerd, legt de uitgaven van de centrale overheid nauwkeurig vast. Maar het strakke uitgavenplafond van enkele ministeries is nu welbewust wat opgekrikt.

Verschillende departementen zaten, na het afsluiten van nieuwe cao’s met hogere ambtenarensalarissen, financieel behoorlijk klem. Ze hadden hogere kosten maar hun begroting mocht niet meer stijgen dan de inflatie. Tot nu toe was Dijsselbloem resoluut en streng: u moet tegenvallers zelf oplossen, zei hij tegen zijn collega-ministers. Dit jaar is hij schappelijker. De minister schaamt zich daar niet voor. Het is bedoeld voor „dingen die noodzakelijk zijn en rechtvaardig”.

Verkiezingen

Bovendien is er financiële ruimte voor. Want, zo redeneert het kabinet, bij het regeerakkoord was het begrotingstekort voor 2017 met 1,4 procent een stuk hoger ingeschat dan de 0,5 procent van nu. Waarvan het CPB overigens zegt dat het iets hoger uitkomt. Het betekent in elk geval dat er een paar miljard ‘over’ is om uit te geven, zonder de begrotingsafspraken op dit punt te schenden.

Hebben de aanstaande verkiezingen er iets mee te maken? Nee, zegt Dijsselbloem, „maar u hoeft me niet te geloven”. Hij vindt het verantwoord om nu extra geld beschikbaar te stellen, omdat het economische beeld ook voor volgend jaar – een groei van 1,7 procent – gunstig is. „Als dat niet het geval zou zijn, had ik me tegen het verhogen van de uitgaven verzet.” En hoewel hij zegt dat de „vlag nog niet uit mag”, denkt Dijsselbloem dat het gedroomde begrotingsevenwicht echt bijna bereikt is. „Ik zie het liggen, achter de horizon.” Hij is minder optimistisch over zijn eigen politieke toekomst. „Ik denk alleen niet dat ik dat meemaak”, zei hij.