Column

Scrummen op kantoor is HE-LE-MAAL te gek

We worden overspoeld met kantoorclichés op ons werk. Worden we daar beter van, vraagt Japke-d. Bouma zich wekelijks af.

japke0

Toen ik voor het eerst over ‘scrummen’ hoorde, was ik meteen enorm opgewonden. Scrummen! Rugby! Een kluitje zweterige mannen dat worstelt om een bal – dat zie je doorgaans alleen op kantoor als er nog maar één stukje taart over is.

Maar nee, scrummen op kantoor is natuurlijk heel wat anders. Het heeft met rugby gemeen dat het „een teamsport is”, dat je „samen een doel moet bereiken” en „moet inspelen op veranderende omstandigheden”, zo leerde ik op een ‘webinar scrum’, maar daar houdt de vergelijking HELAAS op. Scrummen op kantoor is een manier om projecten op tijd af te ronden.

Scrummen is een hele toestand met regels, rollen en spullen, maar het komt er in het kort op neer dat de klant vertelt wat hij wil, dat er elke dag een vergadering is waarin je afspreekt wie wat doet om dat te bereiken, dat je daarna kijkt wat is afgerond en dat doet tot het klaar is.

Dat lijkt allemaal niet zo revolutionair, maar het grote voordeel van scrummen is, dat er voor al die dingen die we al miljarden jaren hetzelfde deden op kantoor, nu allemaal chille Engelse woorden zijn verzonnen.

070916__japke_scrummen

Zo heet een manager een ‘scrum master’; heet het begin een ‘kick-off’; werk je niet, maar hou je ‘korte sprints’; heet de baas een ‘product owner’, heeft de klant een ‘user story’; en wordt de vergadering ‘stand-up’ genoemd omdat je erbij moet staan anders duurt het te lang en wordt het een gewone vergadering en die zijn niet hip. Maar het belangrijkste van scrummen is dat je organisatie ‘lean’ werkt, dus zonder ballast en dat iedereen iets doet, soms zelfs dingen waar ze niet voor waren aangenomen – en dát heet dan ‘agile’, wendbaar.

En dan zijn er nog de post-its! Man, heerlijk. Want alles wat er moet gebeuren (‘to do’), schrijf je op een kattenbelletje (post-it!) en dat plak je op een muur (‘scrummuur’). De volgende dag kijk je dan welke briefjes weg mogen (‘done’) en welke moeten worden verplakt naar morgen (‘doing’).

Jongens, ik zeg het maar gewoon: ik vind scrummen HE-LE-MAAL te gek. Sterker nog, ik doe het nu ook thuis. Elke ochtend komt er een stand-up comedian, mijn kind gaat volledig bestickerd naar school en de katten vullen zelf hun post-its in (zelfsturende teams).

Maar de echte winst zit hem natuurlijk op mijn werk. Daar sprinten alle collega’s agile naar de deadline en komt er elke dag een krant af. Ze hebben niet eens door dat ik er soms ook wat post-its van mezelf tussen plak (‘200 gr Parmezaan’, ‘remlicht repareren’, ‘prei’) en dan is alles een uurtje later geregeld. Verder plak ik er wat aandachtspunten voor mijn collega’s tussen (‘liever geen witte legging, Bianca’, ‘een pepermuntje kan af en toe geen kwaad, Willem’). En alles komt vanzelf goed.

Er was wel een collega die zei: „Hee, dat scrummen, dat is hoe we altijd al werkten, maar dan maf geformuleerd”, maar die heb ik een hartje op haar hoofd geplakt en op vakantie gestuurd. Want natuurlijk is scrum gewoon ‘werkoverleg’ en blijft de collega die liever niks doet, niks doen, brengt de lapzwans nog steeds overdag zijn auto naar de garage, blijft de stagiair verdwalen in het gebouw en heeft de eikel van sales ook na het scrummen meer verstand van zijn lease-Audi dan van zijn targets.

Maar zolang er wijn in zakken zit en de keizer kleren draagt, hoor je mij niet klagen.

Het kantoorcliché dat Japke-d. Bouma vorige week aanpakte: ‘Durf te dromen’ is het slechtste carrièreadvies ooit

Meer #kantoorclichés op Twitter via @Japked