Groot feest, want de favoriete film van de Fransen is vijftig

Wie deze zomer op vakantie was in de Bourgogne in Frankrijk, is daar misschien gestuit op een van de vele festiviteiten, die dit jaar zijn georganiseerd om het vijftigjarige bestaan te vieren van La Grande Vadrouille. In die klassieke film uit 1966 vormen Louis de Funès en de al in 1970 gestorven Bourvil (André Raimbourg) een stuntelend duo, dat een groep neergehaalde Britse vliegeniers in veiligheid moet zien te brengen in bezet Frankrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De film was met 17 miljoen bezoekers 32 jaar lang de best bezochte film ooit in Frankrijk, tot de film werd ingehaald door Titanic (1998). Maar nog altijd is La Grande Vadrouille de film waar de Fransen het meest van houden, bleek onlangs uit een poll: één op de vier Fransen noemde de film van regisseur Gérard Oury als favoriet. Reden genoeg voor plaatsen in Bourgogne, van Meursault tot Beaune, waar de film zich voor een deel afspeelt, om het jubileum groots te vieren – met filmvoorstellingen, nagespeelde scènes en tentoongestelde rekwisieten.

La Grande Vadrouille (letterlijk: ‘De grote omzwerving’, maar in Nederland destijds uitgebracht als Samen uit, samen thuis) is een monument, maar gelukkig wel een monument waar nog steeds veel leven in zit. Bourvil is de warme, sympathieke Augustin Bouvet, die zich ontpopt als held, maar alleen om in het gevlij te komen bij een meisje. De Funès speelt een dirigent van de Parijse opéra, Stanislas Lefort, die letterlijk een Britse vliegenier op zijn dak krijgt. Veel grappen gaan over de sociale spanningen tussen werkman Bourvil – hij is schilder – en De Funés die een onuitstaanbaar burgermannetje speelt. Dapper zijn de twee mannen niet: ze zijn meer geïnteresseerd in goede kaas en goede wijn dan in de oorlog. Ze ontfermen zich alleen over de gestrande Britten omdat het echt niet anders kan. Hun tanden klapperen oorverdovend van angst als ze in handen vallen van de Wehrmacht.

De film laat de bezettingsjaren zien zonder scherpe randen. Maar het beeld van de Fransen met hun gestuntel en kleinzielige standsverschillen is ook niet direct vleiend. De Jodenvervolging komt in de film niet voor, terwijl de Frans-joodse regisseur Oury zelf Frankrijk in 1940 had moeten ontvluchten. De film is wel omschreven als zijn „liefdesverklaring aan Frankrijk”. Inderdaad zag Frankrijk er zelden aantrekkelijker uit. Maar Oury is ook de Franse zwakheden bepaald niet uit het oog verloren.

is filmredacteur