Opinie

Graag minder mannen in de Ridderzaal

Verkiezingen Van de 16 fractievoorzitters die gisteren bij de Troonrede waren, is één vrouw. „Feminiene kracht moet ons vastgelopen economische model veranderen”, schrijft Marianne Thieme.

©

De verwachtingen waren hooggespannen toen in 1917 het passief vrouwenkiesrecht werd ingevoerd. De mogelijkheid van evenredige vertegenwoordiging was niet langer aan alleen mannen voorbehouden. Maar in de aanloop naar het honderdjarig jubileum van het vrouwenkiesrecht valt er maar weinig te vieren. Van de zestien fractievoorzitters die dinsdag in de Ridderzaal zaten, is er slechts één vrouw. In 2008 waren het er nog vijf van de tien, een record. Het aantal vrouwelijke Kamerleden lijkt over z’n top heen.

Toen Mary Wollstonecraft in 1792 haar boek A Vindication of the Rights of Women schreef, reageerde filosoof Thomas Taylor direct met het satirische pamflet A Vindication of the Rights of Brutes.

Hij vond het geven van rechten aan vrouwen net zo’n lachwekkend idee als het geven van rechten aan dieren zou zijn. Vrouwen hadden immers evenals dieren geen ziel?

Ook het debat in het Britse Lagerhuis over de mogelijkheid van vrouwenkiesrecht leverde destijds de vraag op wat de volgende stap zou moeten zijn wanneer vrouwen kiesrecht zouden krijgen. Rechten voor koeien? Paarden? Ezels? Geiten? Vrouwen werden destijds geassocieerd met natuur en dierlijkheid, mannen met cultuur en redelijkheid.

Tot op de dag van vandaag worden vrouwen anders beoordeeld dan mannen in de politieke arena.

CDA-voorzitter Ruth Peetoom zei daarover tijdens een debatbijeenkomst van ProDemos, dat politiek in brede zin vaak verwordt tot verbale knokpartijen waarvan vrouwen zich afvragen of ze hun tijd wel willen verspillen aan dat mannetjesgedoe. Vrouwen kunnen volgens haar beter zichzelf blijven dan proberen heel masculien over te komen.

Vrouwen die het redden in de politiek worden vooral gewaardeerd om hun mannelijke eigenschappen. Marilyn Monroe heeft daarvan gezegd: „Vrouwen die gelijk willen worden aan mannen hebben een gebrek aan ambitie.”

Janka Stoker, hoogleraar leiderschap, deed onderzoek naar vrouwelijk leiderschap na de crisis van 2008. De crisis bleek de waardering voor feminien leiderschap minder te maken en het ideaalbeeld van de sterke, masculiene leider nieuw leven in te blazen.

In 2008 vonden veel mensen dat de crisis mede veroorzaakt was door falend leiderschap en bijbehorend risicovol gedrag, juist vanuit masculien leiderschap. Toch bleek in weerwil daarvan de roep om mannelijke leiders groter dan voorheen.

Irene van Staveren, hoogleraar pluralistische ontwikkelingseconomie, heeft aangetoond dat er veel waars schuilt in de hypothese dat onder vrouwelijk leiderschap de financiële crisis waarschijnlijk niet was ontstaan.

Onderzoek toont aan dat vrouwen gemiddeld minder risicovol gedrag vertonen, wat in instabiele situaties een groot voordeel is. Daarnaast is het morele en ethische gedrag van vrouwen gemiddeld veel meer gericht op het bredere perspectief: moet alles wat kan, ook kunnen? Mannen hanteren meer de ethiek met vaststaande normen, regels en plichten: als de wet het niet verbiedt, dan mag het. De belangrijkste klokkenluiders van de financiële crisis waren allemaal vrouw.

Feminiene kracht is nodig om ons vastgelopen economische model te veranderen in een economie van waarden. Een systeem waarin sociale en ethische waarden leidend zijn om klimaatverandering, armoede en ongelijkheid in de wereld aan te pakken.

De Partij voor de Dieren is tot dusver de enige partij die economische groei niet als de oplossing ziet voor alle problemen, maar als de oorzaak ervan. Dat verklaart wellicht dat de partij relatief veel vrouwen aanspreekt. Er werken op dit moment voornamelijk vrouwen op de Tweede Kamerfractie, zonder dat dit partijbeleid is.

De 19de eeuwse feministen Cécile en Elsa de Jong van Beek en Donk, streden voor vrouwen- én dierenrechten. Zij kregen in 1892 – honderd jaar na de publicatie van Wollstonecraft – de vraag waarom ze niet streden tegen sociale uitbuiting van mensen in plaats van het beuzelachtige beschermen van dieren. Hun antwoord was duidelijk en nog steeds actueel: „Is het kleine niet een deel van het groote, is er wel iets klein in de wereldorde? Wij beschermen de kleinen, maar tevens beschermen wij de mensch.”

Het gebrek aan meer vrouwelijke fractievoorzitters en de ondervertegenwoordiging van vrouwelijke Kamerleden vormt een wezenlijk democratisch tekort. Het is een gemiste kans om deze instabiele wereld stabiel te maken via principes van mededogen, duurzaamheid, persoonlijke vrijheid en verantwoordelijkheid.

De kansen om de onevenwichtigheid in de Tweede Kamer te herstellen op 15 maart 2017 lijken zeer beperkt te zijn. Van alle nu in de Tweede Kamer vertegenwoordigde partijen, is er maar één van plan de verkiezingen in te gaan met een vrouwelijke lijsttrekker. In Den Haag kan de kiezer een betere verhouding afdwingen door op een vrouw te stemmen. Dat zouden we straks massaal moeten doen.

Marianne Thieme is fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren.