Column

Geen recht op onderwijs als je je nieren niet afstaat

Februari, Maxim 8 2013 011

Het verheugt me dat we in dit land steeds opener en vrijer met elkaar spreken. Zonder meel in de mond. Ongekunsteld. Laatst zag ik een damesblad rondslingeren met de aankondiging van een coververhaal voor ouders. „Als je kind teringslecht slaapt.” Bij het begin van dit studiejaar gaf een VVD-wethouder in Amsterdam nieuwe studenten advies mee. „Wees een arrogante Amsterdammer. Studeer, werk, sport, zuip en leef.” Ik voorspel u dat deze ongedwongen cultuur ooit zijn weg zal vinden naar de straat.

Het is daarom jammer dat de taal van het recht niet mee groeit. Pardon, ik zeg ‘jammer’, maar ik bedoel natuurlijk dat het klote is. Laat ik daar helder over zijn. Je ziet het belang van duidelijke taal in de discussie rondom de donorwet. Mensen bedenken verrassend slimme argumenten voor en tegen orgaandonatie en de diverse systemen van donorregistratie. Maar de discussie struikelt uiteindelijk over het gebruik van moeilijke woorden als ‘mits’ en ‘tenzij’. Nee echt, als er straks doden vallen, komt het door taal- en begripsverwarring.

Eerst die slimme argumenten maar eens. Die gaan allemaal uit van het principe oog om oog. Je hebt geen recht op een donororgaan als je niet zelf je organen doneert, zeggen veel mensen. Je verliest je recht op iedere medische zorg als je geen organen doneert, gaan anderen een stap verder. Zo heb je in Engeland nu al geen recht meer op zorg zodra je te dik bent. Dan ook geen huurtoeslag indien je te dik bent, kun je daar beredeneerd aan toevoegen. Geen recht op onderwijs als je je nieren niet afstaat. Geen belastingaftrek als je slecht slaapt.

Veel mensen stoppen niet bij zulke medische voorwaarden, maar voegen er normatieve aan toe. Geen organen voor salafisten en pedofielen, schrijven ze. Zorg moet niet alleen afhangen van je lichamelijke levensstijl, maar ook van je morele keuzes en politieke overtuigingen. De AIVD, die zojuist het recht op privacy heeft afgeschaft, kan je standpunten nu heel gemakkelijk registreren, waarna we de informatie breed kunnen gebruiken. Geen recht meer op tandheelkundige zorg voor pedofielen. Geen toegang tot universiteiten voor aanhangers van de VVD.

Hierbij stuiten we, zoals gezegd, op onduidelijkheden in de taal. De termen ‘mits’ en ‘tenzij’, bedoeld om voorwaarden te benoemen, blijken in het dagelijks gebruik lastig. Tot nu toe heeft Nederland voor donorregistratie een ‘nee, tenzij-systeem’ gehad, waar andere landen een ‘ja, tenzij-systeem’ hadden. Volgens het nieuwe plan wordt iedereen donor, tenzij je zegt niet te willen, wat door alle kranten een ‘ja, mits-systeem’ wordt genoemd.

In de discussie die is losgebarsten over de registratie kun je zien dat dit ‘ja, mits’ tot onbegrip leidt. Serieuze gebruikers van sociale media proberen aan elkaar uit te leggen hoe het systeem werkt. ‘Orgaandonor mits bezwaar’, schrijft een fysiotherapiepraktijk ernstig. Het vat de gangbare interpretatie goed samen. „In principe donor, mits familieleden dit tegenhouden.” „Daarom is het in dit voorstel ook: ja, mits familie dat kan weerleggen.” „(Je lichaam) is van ons mits je aangeeft dat je dat niet wilt.”

Het toppunt van alle verwarring wordt bereikt door de hoogleraar psychologie die het belang van het nieuwe systeem wil beargumenteren. De deskundige, die het oude systeem een ‘nee, mits-systeem’ noemt, wijst erop dat een ‘ja, tenzij-systeem’ tegemoet komt aan mensen die wel degelijk donor willen zijn, maar steevast vergeten dit te melden.

In de psychologie is het gesneden koek, schrijft ze, dat mensen besluiten voor zich uitschuiven. Dat ze niet doen wat ze van plan zijn te doen. Te lui voor actie.

En dus vindt de hoogleraar dat je mensen maar beter automatisch donor kunt maken. De mensen die niet willen, kunnen er dan nog gemakkelijk onder uit, besluit ze luchtig. „Bijvoorbeeld door ze er regelmatig aan te herinneren dat ze zich kunnen uitschrijven.”

Waarna je verbijsterd blijft zitten met haar wetenschappelijk gesneden koek. Want had ze niet juist stellig beweerd dat regelmatig herinneren nooit helpt?

Nee, de discussie gevolgd hebbend, ben ik mijn vertrouwen in registratie voorgoed kwijtgeraakt. De Nederlandse staat eigent zich mijn organen toe. De beveiligingsdienst eigent zich mijn privéleven toe. Wetenschappers nudgen alleen nog maar in de richting van hun voorkeur en professionals hebben op last van de wethouder tijdens hun studie zoveel gedronken dat ze het verschil tussen wel en niet zijn vergeten.

Ik ben echt bang dat zo’n handig registratiesysteem mij straks zal aanwijzen als salafist wiens lichaam moet worden geveild om de campagne van D66 te bekostigen. Ik kan u wel verzekeren dat ik hierdoor al een week teringslecht slaap.