Interview

Deze vluchteling blijft niet wachten op hulp

Asielopvang

Khaled Salhani wacht niet lijdzaam af. Eén jaar is de Syriër in Nederland, en hij trekt – anders dan veel andere asielzoekers – zijn eigen plan. En passant wijst hij op feilen in de Nederlandse aanpak.

Foto Olivier Middendorp

Eén nacht. Zo lang verbleef de Syriër Khaled Salhani (30) na zijn procedure in een asielzoekerscentrum. Toen pakte hij zijn spullen en ging hij logeren bij Nederlandse vrienden en kennissen.

Salhani – deze woensdag precies één jaar in Nederland – is een atypische vluchteling. Net als andere asielzoekers heeft hij moeten plaatsnemen in de wachtkamer van het asielsysteem. Maar anders dan de meesten weigerde hij zich als wachtende te gedragen.

Mede dankzij zijn vloeiende Engels ontpopte hij zich tot woordvoerder en leidsman van de vluchtelingen om hem heen. In de asielopvang van Crailo, waar Salhani na een maand in Nederland belandde, maakte hij een inventaris van de woonwensen. Met vrijwilligers reed hij naar de huizen van tal van Gooise donateurs en kwam terug met bankstellen, wasmachines, fietsen, koelkasten, tafels en laptops.

Toen de eerste vluchtelingen na een paar maanden weg moesten om elders hun asielprocedure te doorlopen, begon Salhani een initiatief om alle vertrekkende vluchtelingen te laten terugkeren: Crailo was voor velen een vertrouwd nest. Hij startte een WhatsApp-groep voor de uitgevlogen vluchtelingen, inclusief zelfontworpen logo; Salhani had zich in Syrië geschoold tot grafisch ontwerper. Hij praatte in op het COA, het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers, en verzekerde zich van de steun van Larens burgemeester, vrijwilligers en de school van de vluchtelingenkinderen. De opzet had succes: tientallen vluchtelingen keerden naar Crailo terug.

Salhani zelf – inmiddels statushouder – behoorde niet tot die groep. Hij had genoeg van het leven „in de cocon van de asielopvang”, regelde zijn eigen logeeradressen in Het Gooi. Hij gaat zijn eigen gang: in de winter liep hij fulltime stage bij een Amsterdams graphicdesignbedrijf, in de zomer presenteerde hij op het Hilversumse raadhuis samen met een Nederlandse ondernemer een plan voor snellere integratie van vluchtelingen.

Apathie onder vluchtelingen, door het lange wachten op de asielprocedure, is een bekend fenomeen. Hoe is het u gelukt daarvan weg te blijven?

Salhani: „Communicatie is essentieel. Ik kon, met mijn Engels, makkelijk contact maken met Nederlanders. Stel, je spreekt geen Nederlands én nauwelijks Engels. Wat ga je doen? Waar ga je heen? Om mij heen zag ik mensen die bang waren een trein te nemen, of de weg te vragen.”

Taal is de sleutel?

„En stabiliteit. Houd mensen zo veel mogelijk op één plaats. Laat ze daar integreren. Ik ken een gezin uit Aleppo – man, vrouw, drie kinderen – dat in Crailo verbleef en contact had met meerdere vrijwilligers en hun gezinnen. Ze gingen bij die Nederlanders op bezoek. Die vader sprak geen Engels en Nederlands, dus hij kon letterlijk níks zeggen tijdens zo’n bezoek. Hij meldde zich daarom meteen gemotiveerd aan voor een cursus Nederlands. Nu, na zijn asielprocedure, is hij met zijn gezin in de buurt van Enschede geplaatst. Hij kent er niemand. Zijn wereld is klein geworden, hij fietst naar een Marokkaanse supermarkt om de hoek, meer niet.”

Zo’n man zou tijdens zijn procedure toch Nederlands kunnen blijven leren?

„Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Totdat vluchtelingen een status krijgen, zijn ze aangewezen op vrijwilligers die taalles geven. Dat die vrijwilligers er zijn is geweldig, maar wat ontbreekt is een curriculum, een leerplan. Ik heb het in Crailo zo vaak meegemaakt: de vrijwilliger op woensdag weet niet wat de vrijwilliger op maandag heeft onderwezen. Er is geen overdracht, geen systeem. En er haken natuurlijk voortdurend nieuw aangekomen vluchtelingen aan: die hebben weer een heel ander niveau. Mensen uit de bestaande groep haken daardoor af. En ze verhuizen daarna ook nog eens naar een andere asiellocatie, en een maand later naar weer een andere. Daar raken ze van in de war.”

Op wat voor manier?

„Soms letterlijk. Dan moeten ze, met al hun bagage, met het openbaar vervoer van de ene asiellocatie naar de andere. Dat gaat regelmatig mis. Het COA geeft je een dagkaart en een uitdraai van 9292, en zegt: byebye! Mensen raken verdwaald. Ik ken een Syrische man die van Groningen naar Limburg moest, maar in een trein stapte die nog verder naar het noorden ging. Hij wist niet wat hij moest doen, sprak geen Nederlands, geen Engels. Een Nederlandse vrouw heeft hem toen geholpen. Ze zijn nog steeds vrienden.”

Salhani somt op waar het COA hem dit jaar heeft geplaatst. „Ter Apel, Olst, Kockengen, Laren, Kortenhoef, Crailo, Doetinchem, Vledder.”

Hoe waren al die verhuizingen voor u?

„Ik heb me er vooral over verbaasd. Het lijkt zo overbodig. Voor mijn asielprocedure moest ik van Crailo naar Doetinchem verhuizen. Daar bleef ik één maand. Weet je hoe lang de procedure zelf duurde? Vijftig minuten. Eerst een gesprek van dertig minuten, een dag later een van twintig minuten. Daarvoor zat ik dus één maand in Doetinchem, in een soort cel. De ramen konden niet open.

„Wat ik niet snap: waarom kon ik voor die gesprekken niet met een bus twee keer op en neer tussen Crailo en Doetinchem? Of nog beter: waarom komen de mensen van de IND niet simpelweg naar Crailo toe? Dat is toch veel goedkoper dan het verplaatsen van tienduizenden mensen naar hun procedurelocaties?”