Defensie: een hele kleine pleister

Begroting 2017

De begroting van Defensie is nog lang niet op het niveau dat de NAVO van bondgenoten eist.

Minister Jeanine Hennis-Plasschaert van Defensie en Commandant der Strijdkrachten, generaal Tom Middendorp. Foto ANP / Freek van den Bergh

De zestig wegbezuinigde Leopard-tanks komen niet terug. Tienduizenden personeelsleden van Defensie blijven zonder werk. Verschillende mijnenjagers en patrouilleschepen zijn al lang verkocht.

Defensie krijgt er 300 miljoen euro per jaar bij, staat in de Miljoenennota die dinsdagmiddag officieel werd gepresenteerd. Koning Willem-Alexander vertelde in de Troonrede dat extra geld voor Defensie nodig is „vanwege de veiligheidssituatie dichtbij en elders in de wereld.” Het extra geld lijkt winst, maar het echte verhaal is anders. In 2011 werd een miljard euro bezuinigd op Defensie. Afscheid van een berg materieel en een horde personeel volgde. De miljoenen die Defensie dinsdag krijgt kunnen worden gezien als de zoveelste pleister op de wond binnen Defensie die nog altijd niet geheeld is.

De begroting van Defensie, ruim 8,5 miljard euro, is bijvoorbeeld nog lang niet op het niveau dat de NAVO van bondgenoten eist. De NAVO vraagt landen 2 procent van hun bruto binnenlands product (bbp) aan Defensie uit te geven. Dat zou een begroting van 14 miljard betekenen. In Nederland was het percentage echter 1,2; dat loopt nu op tot 1,23 procent. Het is de bedoeling dat in 2020 weer 870 miljoen euro is toegevoegd aan het geslonken Defensiebudget, waarmee het nog altijd niet op het niveau komt van voor de grote bezuinigingen uit 2011. De Raad van State is dan ook kritisch en noemt de “voorziene verhoging van defensieuitgaven onvoldoende”.

Defensie op gênante wijze in problemen

Waarvoor gaat Defensie het extra geld gebruiken? Om de organisatie te stutten. Na de stevige bezuinigingen kondigde het kabinet aan: „De krijgsmacht wordt kleiner, maar wel één die weer gevuld is, met voorraden die op peil zijn en eenheden die naar behoren kunnen oefenen.” Daar kwam het niet van. Defensie kwam de afgelopen jaren vaak in de problemen, met soms gênante gevolgen.

Zo moest minister Hennis in mei, na een zeer kritisch rapport van de Algemene Rekenkamer, bekendmaken dat het leger niet meer in staat is het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied te verdedigen. Dat is de eerste grondwettelijke taak van de organisatie. Een probleem vormen bovendien de reserveonderdelen, waaraan al jarenlang een tekort is. Binnen de krijgsmacht doen verhalen de ronde over gevechtsmaterieel dat wordt gerepareerd met onderdelen van materiaal dat toevallig in het depot staat. Nieuwe reserveonderdelen liggen niet op de plank. Pijnlijk voorbeeld: afgelopen jaar moest een gemechaniseerd bataljon de voertuigen afstaan aan andere eenheden en zelf trainingen te voet afwerken.

Binnen de krijgsmacht leeft bovendien de vraag of het krappe budget wel goed wordt besteed. Er zijn twijfels over de manier waarop militairen in Mali worden ingezet – de grootste Nederlandse militaire bijdrage op dit moment. Commandanten Jelte Groen (Korps Commandotroepen) en Gerhard Polet (Defensie Helikopter Commando) verklaarden vorige week in de Tweede Kamer dat de militairen in Mali ver onder hun niveau werken. De troepen en het materiaal zijn te schaars om nog door te gaan in Mali, zeiden de commandanten. Regeringspartijen PvdA en VVD kwamen juist overeen om door te gaan met deze missie in Afrika. Het kabinet moet daarover nog een officieel besluit nemen.

Middendorp: aan ons om het waar te maken

Minister Jeanine Hennis (VVD, Defensie) is gematigd tevreden met de extra middelen die Defensie krijgt. Het duurt volgens haar wel even voordat militairen de effecten zullen merken: “

„Onze eerste prioriteit is het op orde brengen van de basisgereedheid. Dat kunnen we met dit bedrag doen. Het zal logischerwijs enige tijd duren voordat de maatregelen ook daadwerkelijk voelbaar en zichtbaar zijn. Maar, we komen nu op een punt waar we langzamerhand de positieve effecten van het extra geld gaan zien.”

Commandant der Strijdkrachten Tom Middendorp: „Ik wil benadrukken dat de bal ook bij onszelf ligt. De politiek heeft de problemen onderkend. Het is aan ons om het waar te maken.”

Militaire vakbonden AFMP en de Marechausseevereniging zijn boos over de begroting, blijkt uit een eerste reactie. AFMP-voorzitter Anne-Marie Snels: „Deze begroting zet géén zoden aan de dijk. Daarvoor zijn de chronische tekorten binnen Defensie inmiddels té groot. De veiligheid van de werknemers blijft in het geding.” Volgens AFMP is de uitrusting van militairen onder de maat, is er chronisch gebrek aan personeel, zijn veel voertuigen niet inzetbaar en blijft er een groot tekort aan reserveonderdelen. Snels: „Er is overal een schreeuwend gebrek aan.”

Uit de Defensiebegroting blijkt dat van de 300 miljoen extra slechts 200 miljoen euro beschikbaar is voor de strijdkrachten om „de basisgereedheid op orde te brengen.” Met het overige bedrag moeten kostenoverschrijdingen binnen de organisatie worden opgevangen; daarmee kunnen dus geen nieuwe voorraden worden aangelegd en geen materieel worden vervangen.