Daten met hulp van Big Data

Een programmeur ontwikkelde software om automatisch dates voor hem te regelen. Wat leerde hij over online daten?

Illustratie: Kamuza Eekman

Stel: je bent single, woont in een stad waar elke vrijgezel minstens drie datingapps gebruikt en je bent software-ontwikkelaar. Hoe pak je online daten dan aan? De 31-jarige programmeur Sebastian Stadil uit San Francisco schreef software om op verschillende datingplatforms (onder andere Tinder, OkCupid en Hinge) namens hem te swipen, berichtjes te sturen en zelfs afspraakjes te plannen. Vier maanden en ruim tweehonderd dates later (en 6.000 dollar armer) heeft hij veel geleerd over online daten. Alleen is hij nog steeds vrijgezel.

Het idee achter zijn datingproject is een wiskundig vraagstuk dat ‘het secretaresseprobleem’ wordt genoemd. Iemand is op zoek naar een secretaresse en spreekt een vooraf vastgesteld aantal kandidaten één voor één. Direct na de ontmoeting moet je beslissen of je diegene kiest. Je mag iemand die je hebt afgewezen niet terugroepen. De wiskundige oplossing is dat je eerst 37 procent moet afwijzen, waarna je de eerste persoon kiest die beter was dan alle voorgaande. Dan stop je op het optimale moment en eindig je met de best mogelijke secretaresse.

Stadils idee was daarom: honderd keer daten, 37 vrouwen afwijzen, daarna de eerste kiezen die leuker was dan alle voorgaande. „Maar ik had met een ding geen rekening gehouden”, zegt hij. „Daten is tweerichtingsverkeer. Zij moet jou ook leuk vinden.”

Hij wijzigde zijn plan en besloot 150 vrouwen te daten, van wie er hopelijk één de ware was. Het vinden van die dates besteedde hij uit aan zijn software. Het programma swipte 200.000 vrouwen op rechts, wat tot 10.000 matches leidde. Zo’n 1.400 vrouwen beantwoordden zijn berichtjes en met 150 vrouwen kwam het tot een date. Onder die vrouwen waren er vier met wie hij een relatie wilde, maar vier keer werd het (om verschillende redenen) niets. Spijt heeft hij niet, „want ik heb ontzettend veel leuke mensen ontmoet en interessante dingen geleerd”, zegt hij.

Het project heeft hem een aantal interessante inzichten opgeleverd. Bijvoorbeeld dat het niet uitmaakt of je iemand op een datingapp een persoonlijk berichtje stuurt of een generieke vraag stelt. „In het wilde weg vragen of iemand van goede koffie houdt, werkt net zo goed”, zegt hij.

Een andere tip die hij kan geven op basis van de data: het loont om meerdere berichtjes te sturen, ook als er in eerste instantie niet gereageerd wordt. Stadil kreeg van 43 procent van zijn matches een antwoord na het eerste berichtje, 21 procent na de tweede en 14 procent na de derde. „Vrouwen klagen dat ze te veel berichtjes krijgen op datingapps, maar mijn experiment laat zien dat de aanhouder wint.”

Bijna dan, want een relatie heeft Stadil nog steeds niet. Zijn programma gebruikt hij niet meer. Het daten gooit hij nu over een andere boeg: hij vraagt vrienden en kennissen hem te koppelen.