Opinie

Cultuurrelativisme (lees: wegkijken) is exportmiddel nr. 1

Opinie Politici die oproepen tot standvastigheid voor onze waarden en normen, zouden daar eens aan moeten denken als ze op wereldniveau zaken doen met onderdrukkers, schrijft Roxane van Iperen. „Stop met navelstaren op de boerkini.”

„Mensenrechten blijken niet absoluut te zijn. Wereldwijd conformeren we ons aan afwijkende normen als ons dat goed uitkomt.” Foto’s Reuters ©

Wie had ooit gedacht dat het uiteindelijk een handjevol vrouwen in boerkini zou zijn, dat het westerse model in zijn hemdje zet. Sluit deuren en ramen, grijp rieken en vorken, want het moslimvolk wil onze dochters in lakens vangen. Of, zoals minister Schippers haar zorgen voor de toekomst in de Schoo-lezing verwoordde: „Die zorgen gaan over de vrijheid die mijn dochter zal hebben om haar eigen keuzes te kunnen maken. Om haar eigen identiteit te kunnen bepalen. […] Hoe zij zich wil kleden.”

In onze houding tegenover de rest van de wereld streven we naar ‘realistisch buitenlandbeleid’ door samenwerking met onderdrukkers, zoals Schippers’ collega Halbe Zijlstra in Liberaal Reveil benadrukt, waarbij relativisme blijkbaar opportuun is, maar binnen de muren moeten we opeens staan voor elementaire waarden.

Nu ben ik geen cultuurrelativist; ik vind het een intellectueel lui uitgangspunt, dat objectieve waarheid en geloof aan elkaar gelijkstelt, en iedere notie van vooruitgang blokkeert. Maar wat minister Schippers doet met haar oproep tot standvastigheid voor onze normen en waarden, is hypocriet en leidt af van het werkelijke probleem: dat is dat we ons wereldwijd nu juist continu conformeren aan afwijkende normen als ons dat goed uitkomt, en mensenrechten dan helemaal niet absoluut blijken te zijn.

Dat dit in een geglobaliseerde wereld als een boemerang terugkomt, is niet zo verwonderlijk. Ik heb voor mijn dochter meer zorgen over de problemen die dat momenteel teweegbrengt, op het gebied van migratie, klimaat, groeiende ongelijkheid en machtspolitiek, dan over het mogelijke gordijn dat over haar westerse schouders wordt getrokken.

Globalisering betekent niet veel meer dan dat de aardbol één grote marktplaats is geworden, gefaciliteerd door de heilige drie-eenheid deregulering, privatisering en individuele verdienste. Het resultaat is een door nationale overheden gefaciliteerde, oppermachtige private sector, die vrijuit de wereld afstruint en de krenten uit de pap haalt.

Zo kan bijvoorbeeld een multinational als H&M in Bangladesh tegen minimumloon (wat een fractie is van een leefbaar loon) en met enkele tientjes afdracht aan bedrijfsbelasting zijn spullen laten maken, en die met megamarges in rijke landen afzetten. Als iemand klaagt is het argument: „Wij houden ons gewoon aan lokale wetgeving.”

Wordt het echt te heet onder de voeten dan draagt men de productie over naar een land als Ethiopië, waar arbeid nog goedkoper is. Dit wereldmodel vaart wel bij cultuurrelativisme: alles wat thuis niet normaal is, is in arme landen opeens aanvaardbaar als ‘lokale praktijk’.

Minister Schippers illustreert in de Schoo-lezing eigenlijk de beroemde Shell-mentaliteit: binnen de muren van ons eigen bedrijf respecteren we mensenrechten, daarbuiten dicteert de handel – behalve dat ze het tweede gedeelte vergat te vermelden.

Niet navelstaren op boerkini’s

In plaats van navelstaren op boerkini’s, verwacht ik van een minister dat zij het grotere plaatje begrijpt en dáár een visie over schetst. Globalisering genereert een vrije stroom over de wereld van kapitaal, goederen en informatie, vormgegeven door internationale politiek. Niet verwonderlijk lopen migratiestromen hier parallel aan. Toch blijven politici doen alsof we het ene van het andere kunnen scheiden.

Voor internationale handelsverdragen zetten alle politieke zwaargewichten zich in – maar een gemeenschappelijk asielbeleid is jarenlang getraineerd, met als uitkomst grote nationale autonomie en de chaos waarin we ons momenteel bevinden. De handel met landen als Saoedi-Arabië gaat door „want er is geen embargo”; maar als de salafisten hun zuivere islam hier komen verspreiden willen PvdA en VVD een verbod. Mensenrechten zijn heilig voor ons, maar voor een migratiedeal met Turkije knijpen we graag een oogje toe; andere deals met Afrikaanse dictators zijn in de maak.

De vrijemarkteconomie heeft hele onderklassen opgetild, die volgens de regels van dit nieuwe spel ook de wereld gaan afstruinen op zoek naar de beste plek; ze gaan ‘offshoren’ en nemen hun religie mee. Initiatief en maakbaarheid zijn mooie concepten voor ons, maar het was natuurlijk niet de bedoeling dat die sloebers op een idee werden gebracht.

Ik sta achter minister Schippers als ze zegt dat niet alle culturele gebruiken gelijkwaardig zijn. Mensen die hun persoonlijke moraliteit op een externe autoriteit als religie baseren, met alle gevolgen van dien: ik zal er nooit in meegaan. Maar het is precies wat wij op wereldniveau doen: het overdragen van ons morele handelen aan wetgeving die de bovenklasse het best uitkomt, en daarmee allerlei vormen van onacceptabel gedrag legitimeert. „Moeten wij dan een compromis sluiten met de mensen die onze normen en waarden afwijzen? Nee!”, zijn de woorden van Schippers, die je één-op-één in de mond van een arbeider uit een pesticidenfabriek in India kan leggen – behalve dat niemand naar hem luistert.

Om dit wereldmodel te faciliteren is cultuurrelativisme exportmiddel nummer één, en het komt keihard in ons gezicht terug. ‘Onze identiteit!’ als lokkertje voor nationale verkiezingen met de boerkini als angstaanjagend schrikbeeld, terwijl de koehandel achter de schermen gewoon doorgaat. In een wereld die zo verbonden, complex en licht ontvlambaar is als deze, maak ik me voor míjn dochter vooral zorgen over een overheid met een visie die het lokale niet ontstijgt.