Hij was de chroniqueur van Zuid-Afrika

Necrologie Allister Sparks (1933-2016)

Voormalig NRC-correspondent beschreef de overgang van apartheid naar democratie.

©

Een ontmoeting met Allister Sparks was als een audiëntie, waarin hij, niet wars van bombast, in gebeeldhouwde zinnen de stand van het land neerzette. Geen journalist kwam zo dicht bij de macht, sprak zoveel leiders, ontrafelde hun spelletjes zo geraffineerd. Mandela was een boezemvriend, die hem thuis opzocht. Haarscherp, tot het einde.

Sparks was niet alleen de chroniqueur van Zuid-Afrika, die in drie monumentale boeken de overgang van het dictatoriale apartheidsregime naar democratie beschreef. Hij schreef voor The Washington Post, The Observer, The Economist en NRC Handelsblad (1981-1992) de rest van de wereld inlichtte over zijn land.

Die baan als correspondent nam hij na te zijn ontslagen als hoofdredacteur van anti-apartheidskrant Rand Daily Mail. Het was die krant die in 1977 de ware toedracht van de dood van bevrijdingsstrijder Steve Biko ontdekte. De apartheidsregering wilde de wereld laten geloven dat Biko was bezweken aan zijn hongerstaking. Sparks sprak de patholoog die bevestigde dat Biko was doodgeslagen door zijn celbewaarders. Het verhaal werd opgeschreven door Helen Zille, nu premier van de West-Kaap.

Emotioneel stateloos

In zijn boek Beyond the Miracle schrijft Sparks dat hij zich in die tijd ‘emotioneel stateloos’ voelde. Tot de inauguratie van Mandela als eerste zwarte president in 1994 voelde hij zich nooit thuis in het land waar hij over schreef.

„Ik kon me niet identificeren met mijn geboorteland door de dingen waar ik van gruwelde. Ik voelde geen trots als ik het nationale volkslied hoorde of de vlag zag.”

Het viel hem zwaar voor de overgang naar democratie even kritisch te zijn over Mandela’s ANC als over het apartheidsregime. „Toen ik hem in 1992 zei dat ik vond dat de verslaggeving in het algemeen objectiever kon, barstte hij in woede uit”, vertelt NRC-opvolger Peter ter Horst.

„Dus jij zou in 1933 in Berlijn een objectieve journalist zijn geweest?’, vroeg hij. Dat vond hij een fabeltje.”

Rond dezelfde tijd dat Sparks’ nauwgezette historische studie van The Mind of South Africa uitkwam (1990), verscheen ook het zelfkritische My traitors heart van Rian Malan. Daarin rekent de witte journalist af met zijn status als liberale journalist die wel het lijden van de zwarte bevolking beschrijft, maar het niet leeft.

Dat was niet Sparks’ stijl. Zijn teleurstelling over het ANC-bestuur legde hij bloot in Beyond the Miracle en in zijn columns. Hij was overrompeld toen hij vorig jaar doelwit werd van een twitterstorm nadat hij apartheidarchitect Hendrik Verwoerd een van Zuid-Afrika’s ‘scherpzinnige’ leiders had genoemd. Hier sprak Sparks de afstandelijke analyticus, die niet kon begrijpen waarom Zuid-Afrikanen zijn rol als anti-apartheidsjournalist en luis in de pels van leiders als Verwoerd zo makkelijk vergaten in hun tweets van 140 tekens.

Hij verdiende beter dan dat.