‘Als je het eigen risico afschaft, haal je alle tien plagen van Egypte binnen’

vice-president Raad van State

‘Een prestatie van formaat’, noemt Piet Hein Donner het werk van kabinet-Rutte II. Maar hij heeft ook kritiek: ‘Kabinet, je maakt verkeerde keuzes.’

Piet Hein Donner, vice-president van de Raad van State: „Je kunt niet halverwege de doelpalen gaan verzetten.” ©

Het kabinet zíet de problemen in het land heus wel, zegt Piet Hein Donner. Alleen handelt het er niet naar.

De vice-president van de Raad van State, de belangrijkste adviseur van de regering, is van nature kritisch. Maar dit jaar een beetje meer. Natuurlijk, het tweede kabinet-Rutte heeft volgens Donner de afgelopen jaren „een respectabele prestatie neergezet”, met alle moeilijke bezuinigingen aan het begin van de regeerperiode. Alleen is het niet genoeg, zegt hij. Er moet méér gebeuren, vooral in de zorg, op de arbeidsmarkt, en rond het klimaat.

U was dit jaar zeker vlug klaar? Het kabinet heeft bijna geen nieuwe plannen meer.

„Daardoor kostte het ons juist méér tijd. Kijk, het kabinet heeft een prestatie van formaat neergezet. Als je ziet waar ze mee begonnen! Tegelijk gaan achter die gunstige economische cijfers onzekerheden schuil. De internationale onrust is groot. Neem de Brexit, en wat zoiets doet met het vertrouwen van de bevolking. Door die onzekerheden kun je als kabinet niet zeggen: omdat het nu even beter gaat doen we rustig aan.”

Is dat niet logisch, in zo’n laatste jaar voor de verkiezingen?

„Als je zo redeneert hebben we straks twee jaar stilstand. De verkiezingen zijn in maart volgend jaar en daarna moet het nog tot een nieuwe kabinetsformatie komen. Als het kabinet er niet in slaagt om besluiten te nemen, dan moet het in elk geval voorbereiden wat nodig is om te doen. Verkennen wat je ruimtes zijn, bijvoorbeeld rond de arbeidsmarkt. Daar lijkt het kabinet bang om de problemen te benoemen.”

Minister Asscher (Sociale Zaken, PvdA) moet toegeven dat zijn arbeidsmarktbeleid is mislukt?

„Uit alle cijfers blijkt dat de flexibilisering op de arbeidsmarkt doorslaat. Het kabinet heeft ingezet op het beperken van die losse contracten, maar daar zijn niet méér mensen door in vaste dienst gekomen. Het heeft veel mensen een nog onzekerder positie opgeleverd. Dat is een bron van zorg. De doorgaande automatisering komt daarbij, en de voorspelling dat die zowel de onderkant van de samenleving als de middenklasse gaat raken. Daar komt de sociale cohesie mee in gevaar. Ten derde heb je nog de asielmigranten, die óók een plek moeten vinden op de arbeidsmarkt. Daarom moet je nu naar dit probleem kijken, het niet verder uitstellen. Begin niet pas met deze discussie bij een nieuwe formatie.”

Ook in de gezondheidszorg moet volgens u méér gebeuren. Zijn de gelukte besparingen in de zorg toeval?

„Zo zit het niet. Minister Schippers heeft vooral kosten bespaard door afspraken over de prijs van medicijnen en behandelingen. Die beperking kun je één keer doen. Het grootste deel van de kosten in de zorg zijn loonkosten. En als je kijkt naar de razendsnelle ontwikkeling van de medische technologie, dan weten we helemaal niet hoe eindig een leven precies is. Dus wij hameren erop: kijk hoe je die kosten écht kunt gaan beheersen. Anders verdringen de zorgkosten straks de andere taken en bestedingsmogelijkheden van de overheid nog meer. Of de kosten worden, in de vorm van hogere premies, verdeeld over alle Nederlanders.”

Het eigen risico afschaffen, zoals sommige partijen nu willen, is volgens u dus een slecht plan?

„Als je het eigen risico zou afschaffen, haal je alle tien plagen van Egypte weer binnen. Wij zien dat de zorgkosten weer verder stijgen. Het zou verstandig zijn om alle grote kosten die mensen in het leven maken, in samenhang te bekijken. Dan gaat het om woonlasten, pensioen en de ziektekosten. Want met name ouderen maken veel zorgkosten, terwijl die verder lagere lasten hebben. Zij hebben vaak hun hypotheek al afbetaald. Het is gecompliceerd, maar een kabinet zou naar die opbouw van kosten in het leven moeten kijken.”

Ook wat de financiën betreft zit het niet goed, stelt Donner vast. De Raad van State controleert of Nederland zich aan de Europese begrotingsregels houdt. En de begroting van 2017 „is niet geheel in lijn” met die regels.

Juist de extra miljoenen waar het kabinet zo trots op is, die gaan naar veiligheid, defensie en de langdurige zorg, zijn niet volgens de regels uitgegeven. „Het kabinet zegt zelf in het voorjaar dat het zich aan de regels zou houden, waardoor de hele begroting binnen de Europese regels zou vallen. Dat gebeurt niet. Strikt genomen hebben ze vorig jaar met die vijf miljard euro lastenverlichting een probleem gecreëerd.”

Geen partij is toch tegen extra koopkracht, of meer geld voor zorg?

„Als je spelregels met elkaar hebt afgesproken, kun je niet halverwege de doelpalen verzetten en zeggen: tja, maar híer hebben we iets, dat is zo zielig, daar doen we wat aan. Zeker niet als dat ook had gekund op een manier die wél aan je eigen begrotingsregels had voldaan, namelijk de lasten weer verhogen. Maar ja, dat is politiek natuurlijk minder populair.”

U zegt in uw advies zelf ook dat er meer geld naar Defensie moet, vanwege de internationale onrust.

„Ja, maar niet ten koste van de financiële afspraken. Die zijn bedoeld om de politiek keuzes te laten maken. Wij zeggen niet: rek die kaders maar verder op, maar kabinet, je maakt de verkeerde keuzes. Het risico is dat als je één keer besluit om je eigen regels te negeren, het de volgende keer ook makkelijker gebeurt. Als je elke keer als de resultaten meevallen, afwijkt van het kader, komt de stabiliteit van het bestuur in gevaar. Onschuld kun je maar één keer verliezen.”

Verwacht u dat het kabinet luistert? Het is geen populaire boodschap.

„In de huidige politieke constellatie zegt men bij lastige vraagstukken min of meer autistisch: we hebben het opgelost en nou moet iedereen zijn mond houden. Maar onze rol is om duidelijk te maken dat zoiets altijd binnen de lijnen van behoorlijk bestuur moet gebeuren.”

Bent u bezorgd over het afnemende gezag van instituten als het uwe?

„We zijn niet verontwaardigd als men niet onmiddellijk luistert. Daar ben je adviseur voor. Al kunnen we bij concrete wetsvoorstellen ook tussentijds overleggen met bewindspersonen. Dan kunnen we dat proces zeker beïnvloeden. Niemand vindt het leuk om officieel tot de orde geroepen te worden.”

Dus u bespreekt veel achter de schermen met de ministers?

„Dat is ook onze rol, als wetgevingsadviseur. De Raad van State staat niet tegenover het kabinet, maar moet als onderdeel van het regeringsapparaat zorgen dat de besluitvorming goed verloopt en dat deugdelijke besluiten worden genomen.”