Column

Smeerolie

Flessenpost uit de VS

Schrijfster Pia de Jong woont met haar gezin in Princeton, in de VS. Ze bericht wekelijks over wat haar daar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

Sebastian, de man met wie ik een eetafspraak heb in New York, trekt me op deze bloedhete dag dwars door de chaos van 42nd Street tot we stilstaan voor Gabriel, zijn vaste lunchadres.

„Hier is het”, zegt hij met zichtbare trots. Voor ik het weet sta ik in een prachtige ruimte, een oase van rust. Zo druk en heet het buiten was te midden van de zwervers en jongleurs, dronkaards en muzikanten, zo rustig en koel is het binnen. Sebastian trekt een briefje van 5 dollar uit een metalen clip en geeft het aan de jonge vrouw die ongevraagd zijn tas aanpakt.

„Graag mijn vaste tafel bij het raam”, zegt hij tegen de gastvrouw, die ons naar een tafel brengt. Hij stopt haar twee vijfjes toe.

„Natuurlijk”, zegt ze met haar liefste glimlach.

„Hi, Sebastian”, zegt de maître d’, die bij ons tafeltje komt staan. „Alles naar tevredenheid?”

„Alex,” zegt Sebastian, „wat heb je vandaag voor ons klaargemaakt?”

„De wijn van vorige week, die was perfect”, zegt Sebastian tegen de dame die hem laat kiezen uit de wijnlijst op haar iPad. Even later lepelt een zenuwachtige jongen de specialiteiten op.

Dineren in een goed restaurant is als een attractie in een amusementspark. Het eten zelf is maar een onderdeel van het ritueel en stelt vaak weinig voor. Het gaat om de totale ervaring, om zien en gezien worden. Ik kon er dan ook op wachten dat Sebastian de beroemdheden ging aanwijzen. Kijk, daar zit Diane Sawyer, en daar Barbara Walters.

Personeel dartelt in vliegende vaart om ons heen. Een man schenkt voortdurend onze waterglazen bij, alsof zijn leven ervan afhangt. Waarschijnlijk is dat ook zo. Eén klacht van de vaste clientèle, of nog erger, morsen op een handgemaakt maatpak, en hij staat buiten in het park tussen de zwervers en jongleurs.

Sebastian geniet van het gevoel van exclusiviteit dat hij hier krijgt. Dat hij daar grif voor betaalt, doet daar niets aan af. Terwijl aan de overkant in Bryant Park een mevrouw het papier van een sandwich afwikkelt , een jongen op rolschaatsen een hap neemt van een hotdog en een kindje aan een ijsje likt, peuter ik met mijn vork in een torentje van raketsla en avocado, dat ik wegspoel met een glas Barolo. Sebastian neemt een hap van zijn kreeftsalade. De rekening: 172 dollar. Ik kijk nieuwsgierig mee als hij de fooi bijschrijft.

De psychologie rondom het geven van fooien is moeilijk te vatten voor zuinige Nederlanders, die het nu eenmaal als een deugd zien om elke cent twee keer om te draaien. Richtlijn is om minimaal 15 procent van het totaalbedrag als fooi te geven. Maar het verbaast me niet dat Sebastian daar nog eens een paar flinke scheppen bovenop doet.

„Nooit bezuinigen op de fooi”, zegt hij alsof hij mijn gedachten leest. „Het is de sociale smeerolie in Amerika. Denk altijd aan de volgende keer. Personeel onthoudt altijd een minimale fooi. Goede service kun je daarna wel vergeten. Bij een ruimhartige tip daarentegen gaan alle deuren voor je open.”

Als we weggaan geeft hij het meisje dat hem zijn jas overhandigt twee vijfjes . De jongen die een taxi aanhoudt, krijgt een vijfje. Sebastian laat mij, een Hollandse ingénue, zien hoe het hoort, het leven in de wereldstad. De demonstratie verliep geolied. Ik onderdruk de neiging hem een fooi te geven. Goed zo jongen, hier heb je een vijfje.

Reacties naar: pdejong@ias.edu