Niet overal gaat het zo makkelijk

Woningmarkt

Er worden fiks meer huizen verkocht dan een jaar geleden. Maar niet overal. In de grote steden is de woningmarkt oververhit door te weinig aanbod.

Er worden méér woningen verkocht en ze gaan ook nog sneller en tegen hogere prijzen van de hand. Maar in de grote steden is de trend minder positief. Foto ANP

Op de achtergrond zegt hij net de laatste bezoekers gedag. Marc Crone, makelaar in Amsterdam, leidt vandaag geïnteresseerden rond in een huis in Oud-Zuid en vertelt over de telefoon: „Ik doe dit werk nu 24 jaar en heb nog nooit zoiets meegemaakt.”

Hij heeft het over de huizenmarkt in Amsterdam. De oververhitte huizenmarkt, welteverstaan. Een markt waarin huizen binnen drie dagen verkocht zijn. Een markt waarin ook huizen van een miljoen euro en meer zó weer van Funda verdwijnen. Een markt waarin gewilde huizen Funda soms niet eens halen, zo gauw hebben ze een nieuwe eigenaar gevonden.

Dat er weer huizen worden verkocht is natuurlijk positief. In augustus werden in heel Nederland zelfs flink meer huizen verkocht vergeleken met dezelfde maand een jaar eerder, blijkt uit cijfers die het Kadaster maandag heeft gepubliceerd.

Het aantal verkochte huizen steeg met 25,9 procent naar 19.975. Ter vergelijking: in crisisjaar 2009 wisselden in de zomermaand slechts 9.572 huizen van eigenaar.

In alle provincies steeg deze maand het aantal verkopen, in Drenthe het meest: daar werden 38,4 procent meer huizen verkocht. In Noord-Holland was de stijging met 15,9 procent het laagst. Het Kadaster registreert een huis als verkocht als de notaris de transactie bij hen inschrijft; op het moment van de eigendomsoverdracht dus.

Ook de prijzen stijgen. Bedroeg de gemiddelde vraagprijs voor een gemiddeld huis in het tweede kwartaal van 2015 nog 273.000 euro, in 2016 was dat in diezelfde periode al 287.000 euro, laten cijfers van Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) zien.

Woningen staan gemiddeld ook kórter te koop, zag de NVM: 305 dagen, een daling van 13 procent in vergelijking met een jaar eerder.

Oververhit

Maar die goede cijfers vertellen maar een deel van het verhaal. En dat is niet alléén positief. De Nederlandse woningmarkt kent namelijk grote regionale verschillen. In veel grote steden en omliggende gemeentes is de woningmarkt oververhit. In Amsterdam ja, maar ook in Haarlem, Utrecht, zelfs in Groningen is het dringen. Kwestie van te weinig aanbod.

Cijfers van het CBS laten dat ook zien. Stonden vorig jaar augustus in Amsterdam nog 3.400 woningen te koop, dit jaar waren dat er 2.200. Landelijk daalde het aanbod in diezelfde maand van 170.000 naar 130.000 te koop staande woningen.

„De vraag is groter dan het aanbod”, zegt ook woordvoerder van de Vereniging Eigen Huis (VEH) Hans André de la Porte. „De woningmarkt droogt op. In Amsterdam wil iedereen wel in een leuke oude wijk wonen en nieuwbouw is al verkocht als het net op papier staat.”

Vooral nu de rente op een hypotheek laag is kiezen veel mensen ervoor een huis te kopen, zegt Roeland Kimman, woordvoerder van de NVM. „Dat drijft de vraag op. De rente is zo laag dat iedereen denkt: ik wil me op de woningmarkt storten.”

Ook huren is soms onbetaalbaar

Wie het in deze woningmarkt moeilijk hebben, zijn de starters. Zij hebben last van het geringe aanbod en de stijgende prijzen, zeker in combinatie met de strengere regels voor het afsluiten van een hypotheek.

Wie geen eigen vermogen (iets dat starters vaak nog niet hebben) of rijke ouders meeneemt, maakt niet veel kans.

Maar ook huren in de stad is soms onbetaalbaar. De NVM waarschuwde onlangs nog in een persbericht voor de groeiende behoefte aan vrijesectorhuurwoningen in het middensegment, van 700 tot 1.000 euro per maand. Die zijn bedoeld voor mensen die te veel verdienen voor een sociale huurwoning, maar geen of niet voldoende hypotheek kunnen krijgen voor een koopwoning.

Tekst gaat verder onder de grafiek.

Hoe anders is de situatie in Limburg en Drenthe. In de laatste provincie stijgt het aantal verkopen weliswaar snel, maar staat een huis wel gemiddeld drie tot zes maanden te koop, vertelt Fijko Vos, makelaar bij Aa & Hunze uit Gieten in Drenthe.

Met name in dorpen met voorzieningen – een school, busverbindingen en winkels – verkoopt hij de huizen redelijk snel. Daar willen de „jonge gezinnen uit Groningen” die op zoek zijn naar een grotere gezinswoning wel graag wonen, zegt hij.

Maar bij een huis dat opgeknapt moet worden – „dat niet kant-en-klaar is” – of dat in een dorp staat dat die voorzieningen niet heeft, kan het al gauw een jaar duren voordat hij het weet te slijten.

Bij makelaar Crone uit Amsterdam zal dat niet snel gebeuren. Bij haast iedere bezichtiging komt hij mensen tegen die „niet alleen snel een woning willen, maar ook al drie keer achter het net hebben gevist”. Zij zijn geneigd veel en snel te bieden. „Er wordt heel makkelijk over vraagprijzen heen geboden.”