Hoe voelt afzondering als afstand niet meer bestaat?

Interview Sarah van Sonsbeeck (40), beeldend kunstenaar, maakt al tien jaar werk rondom het thema ‘stilte’. Dat hoeft geen akoestische stilte te zijn, ‘geografische stilte is ook stilte’. Op Tristan da Cunha, het meest afgelegen bewoonde eiland ter wereld, probeert ze de stilte op een nieuwe manier te ervaren.

Sarah van Sonsbeeck op Tristan da Cunha. Links de zuurstoffles die als gong wordt gebruikt als de mannen van het eiland worden opgeroepen te gaan vissen. Foto’s Sarah van Sonsbeeck Foto's Sarah van Sonsbeeck

Haar stem klinkt luid en duidelijk door de telefoonlijn, alsof ze gewoon thuis in Amsterdam op de bank zit in plaats van aan de andere kant van de wereld. Kunstenaar Sarah van Sonsbeeck (1976) is twee weken geleden aangekomen op Tristan da Cunha, het meest afgelegen bewoonde eiland dat er bestaat. Het is er koud en guur, zegt ze. „Net iets boven het vriespunt. Het weer is hier nogal veranderlijk. Tristan ligt op de grens van de ‘roaring forties’, het onstuimige gebied vlak boven de Zuidpool.” Ze wil er op zoek gaan naar de stilte, een thema dat een rode draad vormt in haar oeuvre sinds ze tien jaar geleden afstudeerde aan de Rietveld Academie.

Gelegen in het diepe zuiden van de Atlantische Oceaan, midden tussen Kaapstad en Zuid-Amerika, is Tristan een plek waar het vrijwel altijd waait en regent. Schrijver Boudewijn Büch bezocht het vulkanische eiland ooit, in de voetsporen van de Katwijkse visser Pieter Groen die er in 1836 strandde. Zodoende wist Van Sonsbeeck van het bestaan van Tristan. Ze kan haast niet geloven dat ze er nu eindelijk is, na een kleine week varen vanuit Kaapstad. „Zes dagen lang heb ik alleen maar zee gezien, en toen opeens doemde die hoge vulkaan op.”

2009HGV_sonsbeeck_5_4k

Drie jaar kostte het haar om een plek op de boot te krijgen. Slechts negen schepen per jaar doen Tristan aan, waarvan acht vissersschepen en één wat luxer poolexpeditieschip. Vliegtuigen kunnen er niet landen, daarvoor zijn de rotsen te steil. Op toeristen zitten ze sowieso niet te wachten op het eiland, dat slechts 265 inwoners telt – al kreeg Van Sonsbeeck uiteindelijk wel een warm onthaal. Het zijn vooral wetenschappers die Tristan bezoeken, op zoek naar unieke albatros- en pinguïnsoorten die alleen daar voorkomen. Van Sonsbeeck: „Elke keer als Cynthia Green van de ‘VVV’ van Tristan me zei dat er toch geen plaats was op de boot, was ik zowel teleurgesteld als opgelucht. Ik vroeg me af of het niet beter was van het eiland te blijven dromen zonder er ooit heen te gaan.”

Eind augustus kreeg Van Sonsbeeck bericht dat er tot 1 oktober toch een plekje op de expeditieboot was omdat er iemand had afgezegd. Ze moest binnen een week vertrekken. Het betekende dat ze de opening van haar eigen tentoonstelling in de etalage van de Amsterdamse Bijenkorf zou mislopen, maar dat moest dan maar. „Het is zo gek om hier nu eindelijk te zijn”, zegt ze. „Ik stelde me een ongerepte, paradijselijke plek voor. Maar het is hier best modern. Ik kan bellen en appen, er is zelfs internet. Al mag je daar alleen in de avonden op, omdat het overdag beschikbaar moet zijn voor de school en de kantoren.”

Lawaaiige buren

2009CUL_sarah_8

Sarah van Sonsbeeck werd aan de TU Delft opgeleid als architect, maar stapte in 2002 over naar de Rietveld Academie. Tijdens haar afstuderen raakte ze gefascineerd door de stilte. „Ik had vreselijke lawaaiige buren, die altijd ruzie maakten. Ik werd er gek van. Tot ik een interview met kunstenaar Bruce Nauman las waarin hij zei dat alles wat in een atelier gebeurt, kunst kan zijn. Toen heb ik besloten de herrie van de buren te gebruiken als materiaal voor mijn kunst.”

Voor haar eindexamenpresentatie in 2006 maakte ze een installatie met de opgenomen geluidsoverlast. Ook hing er een ingelijste brief met de tekst: ‘Beste bovenburen, na berekening kom ik erop uit dat jullie 80 procent van mijn woning innemen met jullie geluid. Graag zou ik jullie willen vragen ook het overeenkomstige deel van de huur te voldoen. Jullie kunnen het overmaken op mijn rekeningnummer 466826370. Alvast bedankt.’

Na dat persoonlijke debuut maakte Van Sonsbeeck diverse conceptuele werken over het thema stilte. Zoals ‘One Cubic Metre of Broken Silence’, een kubus van akoestiekwerend glas waarin ze de stilte had gestopt en die, toen hij bij Museum De Paviljoens in Almere stond, aan diggelen is geslagen. Ook maakte ze objecten met Faraday paint, een peperdure verf die radiogolven en dus het bereik van mobiele telefoons tegengaat. En in de tuin van het Nederlandse consulaat in Istanbul plaatste ze een bankje met het opschrift ‘Sessizlik Belediyesi’, ofwel ‘Stilte Gemeente’. Omdat, aldus Van Sonsbeeck, „stilte heerlijk kan zijn, maar ook gevaarlijk als de persvrijheid in het geding is”.

Sinds ze met de stilte werkt, vertelt ze, hebben veel mensen haar aangeraden om op stilteretraite te gaan. „Dat idee leek me vreselijk, maar ik vond wel dat ik persoonlijk weer eens echte stilte moest ervaren. Dat hoeft geen akoestische stilte te zijn. Je hebt ook geografische stilte. Zo kwam ik op het plan om naar Tristan te reizen. Hoe zou het zijn die afzondering te voelen? Of maken moderne middelen – er is sinds een paar jaar een internetcafé – juist dat die afstand niet meer bestaat?”

Apollo 12

Vooraf had ze allemaal mooie ideeën voor kunstwerken die ze op Tristan zou kunnen maken. Ze liet zich daarbij onder meer inspireren door het Moon Museum, een project uit 1969 waarbij kunstenaars als Robert Rauschenberg, Andy Warhol en Claes Oldenburg gevraagd waren tekeningetjes te maken op een kleine keramische tegel die met de Apollo 12 meeliftte naar de maan. Ook de Sixth International Caribbean Biennial van Maurizio Cattelan, een fictieve biënnale in de vorm van een boek, was een voorbeeld.

2009HGV_sonsbeeck_4_4k

„Ik vraag me af wat voor betekenis kunst kan hebben op het meest afgelegen bewoonde eiland ter wereld”, mailde ze me vlak voor vertrek. „Misschien zal ik er stiekem een kunstwerkje achterlaten, net als het Moon Museum deed op de maan. Misschien zal ik er met hulp van de bewoners een Tristan de Cunha biënnale maken. Misschien gooi ik wel een briefje goud in de zee, zoals Yves Klein in de Seine gooide, of kom ik readymades tegen?

„Maar misschien ook blijk ik er het nuttigst als ik help een hekje op te zetten, zoals Bruce Nauman ooit deed. Ik wil er open minded heengaan, zonder concreet plan, met alleen mezelf en de middelen die ik normaal voor mijn kunst gebruik.”

Een ander plan was om een stiltebankje te maken op de vulkaan, door bijvoorbeeld een bestaand bankje te vergulden, ter nagedachtenis aan Katwijker Pieter Groen van wie op Tristan nog altijd 71 inwoners afstammen. Maar nu ze er eenmaal is, vindt Van Sonsbeeck het toch niet zo’n goed idee. „Dat zou een beetje koloniaal zijn. Want hoe kon ik nu van een afstand weten wat hier een mooi werk is?” Dus loopt ze rond, praat ze met mensen, maakt ze haar schetsen.

Een van de dingen die haar fascineert is de gong die in het vissershaventje hangt. Vanwege de onstuimige wind kan er op Tristan gemiddeld maar twee dagen per week gevist worden. Iedere ochtend beslissen twee weermannen of het veilig genoeg is. Op die visdagen luidt in de vroege ochtend de gong, een oude metalen zuurstoffles, waarop met een hamer geslagen wordt. Alle mannelijke eilandbewoners worden dan opgeroepen om mee te gaan vissen op kreeft, de voornaamste inkomstenbron van Tristan. ’s Avonds maken de vrouwen in de fabriek die kreeften gereed voor de verkoop.

2009HGV_sonsbeeck_3k_2

„Die gong staat symbool voor de vindingrijkheid van de eilanders”, vindt Van Sonsbeeck. „Alles wordt hier hergebruikt, niets wordt weggegooid. En hij symboliseert het extreme klimaat, de gevaarlijk snelle wisselingen in het weer.” Ze denkt erover om een nieuwe gong voor de eilanders te maken. „Daarover wil ik met de mensen op Tristan praten. Misschien kan ik een mooie bronzen klok maken. Maar ik wil eerst weten of die niet te luid zal zijn. Ik wil de bewoners natuurlijk niet uit hun slaap houden.”

Heeft ze de stilte intussen gevonden, daar op Tristan?

„Hoe langer ik de stilte onderzoek, hoe meer ik me afvraag wat stilte eigenlijk ís. Volgens de vogelwetenschappers op de boot is dat overigens gangbaar. Hoe meer je je thema opzoekt, hoe meer het van je verwijdert, net als de horizon.

„De heftigste stilte die ik ooit hoorde, was in de anechoïsche kamer van het Institut de Recherche et Coordination Acoustique/Musique (IRCAM) in Parijs, een ruimte zonder echo. Daar kon je je eigen bloed horen stromen. Daarmee vergeleken is Tristan zo stil nog niet. Het is hier het stilst als het internet even niet werkt. Pas dan voel je echt hoe ver weg je bent.”

Sarah van Sonsbeeck: Seven Bars of Gold, Dripped is tot en met 25 september te zien in de etalage van de Bijenkorf, Damrak, Amsterdam. Werk van Sarah van Sonsbeeck is ook te zien tot en met 30 september in het kantoor van Manifesta, Herengracht 474, Amsterdam.