Geef ze een huis, en leer ze te leven

Integratie

Havenfamilie Van der Vorm kocht tweehonderd woningen voor Syrische gezinnen. Het doel: de statushouders zo snel mogelijk laten integreren in de Nederlandse samenleving.

Vader Achmed (47) en moeder Montaha Shahne (36) met hun zoon Salah (13) en dochter Bisan (11) aan de Maas in Rotterdam. Dankzij de Stichting Nieuw Thuis Rotterdam kregen ze een woning in de stad. Foto Rien Zilvold

„Later word ik politieman, dat lijkt me wel wat”, lacht de dertienjarige Bisan, uit Syrië. Zijn zusje Salah van elf haalt verlegen haar schouders op. Ze weet het nog niet, eerst maar eens settelen in hun nieuwe huis in Nederland.

Bisan en Salah zijn een jaar geleden met hun ouders uit Damascus gevlucht en wonen sinds mei in een rustige woonwijk aan de rand van Rotterdam. Hun kleine, maar gezellige flatwoning met uitzicht over een groene binnenplaats is sober ingericht, zonder persoonlijke spullen. Maar daar komt langzaam verandering in.

„Door de oorlog en de verwoesting hebben we niets uit ons huis in Damascus kunnen meenemen”, zegt moeder en verpleegster Montaha Shahne (36). „We moeten ons hele bestaan van de grond opnieuw opbouwen. We krijgen gelukkig veel hulp van Stichting Nieuw Thuis Rotterdam. Van post beantwoorden tot het uitzoeken van onze meubels. En sinds gisteren zijn we allemaal aan onze taalcursus begonnen. Mooi hè?”

Meedraaien in de maatschappij

De cursus Nederlands is onderdeel van het integratieprogramma van Stichting Nieuw Thuis Rotterdam, die ervoor wil zorgen dat nieuwe Syrische statushouders zo snel mogelijk meedraaien in de maatschappij. Deze organisatie valt onder de filantropische stichting De Verre Bergen, die zich sinds 2011 inzet voor een ‘sterker en beter’ Rotterdam. Financier van De Verre Bergen is de rijke Rotterdamse familie Van der Vorm, onder meer grootaandeelhouder van investeringsmaatschappij HAL. Taal en educatie staan bij alle projecten van deze familie hoog in het vaandel.

In 2015 ging de havenfamilie een flinke stap verder. Door de toestroom van vluchtelingen en asielzoekers naar Nederland ontstond bij De Verre Bergen het idee tweehonderd Syrische gezinnen met verblijfsstatus die zijn toegewezen aan de Rotterdam te huisvesten en hen intensief te begeleiden bij hun integratie.

Foto Rien Zilvold

Foto Rien Zilvold

De gemeente kreeg de opdracht dit jaar 1.751 statushouders te huisvesten. Zij worden doorgaans aan verschillende woningcorporaties toegewezen, maar door een tekort aan sociale huurwoningen liep de gemeente snel een flinke achterstand op. Ook van het streven de statushouders snel te laten integreren, kwam hierdoor weinig terecht.

Dat spoed geboden is, toont het rapport Geen tijd te verliezen van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Daaruit blijkt dat veel nieuwkomers het inburgeringsexamen niet halen en langdurig werkloos blijven.

Door zelf woningen aan te kopen en daarmee het aanbod voor statushouders te vergroten, springt de stichting van de familie Van der Vorm nu bij. Maar de nieuwkomers huisvesten is voor de Stichting Nieuw Thuis Rotterdam niet genoeg. Ze streeft ernaar in een vroeg stadium ondersteuning te bieden bij integratie en zelfredzaamheid. Doel daarvan is dat statushouders minder vaak een beroep hoeven doen op ‘maatschappelijke middelen’, zoals uitkeringen.

Alleen Syriërs

Inmiddels heeft de Stichting Nieuw Thuis Rotterdam de meeste van de beoogde tweehonderd woningen in haar bezit. Ze zijn verspreid over de hele stad, met uitzondering van wijken die onder de Rotterdamwet vallen. Deze wijken, waar aan nieuwe bewoners een minimuminkomenseis wordt gesteld, zijn sociaal-economisch al zwaar belast. Ze worden daarom bij de plaatsing van statushouders ontzien.

„We huisvesten nu uitsluitend mensen uit Syrië”, zegt Sayida Goedhoop, programmadirecteur van Nieuw Thuis Rotterdam. Dat komt vooral doordat Syriërs bij het begin van het project de grootste groep vluchtelingen vormden. Maar een homogene groep heeft sowieso voordelen. Omdat de stichting voor gezinnen heeft gekozen, zitten kinderen al in een redelijk stabiele situatie en kunnen die zich op een normale manier kunnen ontwikkelen. „Ook voor het taalprogramma”, zegt Goedhoop, „is het makkelijker je op een groep te richten.”

De woningen die Nieuw Thuis Rotterdam kocht, kostten in doorsnee rond een ton en stonden gemiddeld al een halfjaar te koop. Hoewel leegstand de leefbaarheid van een wijk zelden bevordert, was niet iedere buurtbewoner meteen enthousiast over het project. Mensen bleken bang voor geluidoverlast en onaangepaste asielzoekers. Ook was er vrees voor een ‘doorgangshuis’: een woning met een groep alleenstaande mannen waarvan de samenstelling snel wisselt.

Goedhoop: „Vooroordelen en angst voor het onbekende moet je serieus nemen. Via de verenigingen van eigenaren licht onze stichting alle bewoners voor van een buurt waar we een huis hebben gekocht. We benadrukken dat het om intensief begeleide gezinnen gaat. Dat neemt een groot deel van de angst weg. En als mensen elkaar eenmaal ontmoeten, is onze ervaring, bieden veel buurtbewoners hulp aan of vragen nieuwelingen op de koffie.”

Nieuw Thuis Rotterdam maakt geen winst op de woningen. De huur die de Syrische gezinnen betalen is gebaseerd op het puntensysteem voor sociale huurwoningen. De stichting gebruikt die inkomsten weer grotendeels voor integratiebegeleiding. De woningen zijn niet gegemeubileerd. Daardoor moeten nieuwkomers de weg leren kennen naar kringloop- en witgoedwinkels, weten hoe ze een boedelbak regelen of hoe ze de buren om hulp moeten vragen.

Goedhoop: „Jezelf weten te redden in de Nederlandse maatschappij is voor ons erg belangrijk. De methodiek daarvoor hebben we deels overgenomen van Bureau Frontlijn, een gemeentelijke instantie die kwetsbare gezinnen begeleidt. Wij doen dingen voor, vervolgens doen begeleiders en bewoners belangrijke taken samen. Daarna kan de nieuwkomer al snel zelfstandig aan de touwtjes trekken, met de begeleider aan de zijlijn.”

Studenten

De begeleiders van Nieuw Thuis Rotterdam zijn professionals uit het maatschappelijke werk, stagiairs en pas afgestudeerden van maatschappelijke hbo-opleidingen. De studenten leveren goedkoop basale begeleiding; ze hebben de tijd nieuwkomers intensief in de praktijk bij te staan. Goedhoop: „De studenten ondersteunen bij het zoeken van een kinderdagverblijf of huisarts, of ze gaan mee naar het gemeenteloket. Verder bieden ze bijvoorbeeld hulp bij het verkennen van de wijk en het kennismaken met de buren.” Statushouders krijgen ook hulp bij het zoeken naar werk of een geschikte opleiding.

Ingewikkelder wordt het wanneer statushouders kampen met trauma’s, depressies, gedrags- of gezondheidsproblemen. Om die te signaleren zijn er getrainde professionals. Voor de begeleiding van mensen met zulke klachten verwijst Nieuw Thuis Rotterdam naar gespecialiseerde zorg. Hierbij spelen ook vier connectors – Syrische ‘oudkomers’, die al langere tijd in Rotterdam wonen – een belangrijke rol. Zij fungeren voor de families als het eerste ‘vriendelijke gezicht’ in hun nieuwe thuis, leggen in de moedertaal de gang van zaken uit en signaleren eventuele problemen.

Muzkin Youssef (39) is zo’n connector. Zij woont negen jaar in Nederland. Vertalen is haar voornaamste taak, maar ze helpt ook met dagelijkse klusjes, en biedt een luisterend oor. „Je hoort soms verschrikkelijke verhalen over wat mensen hebben meegemaakt. Het is erg zwaar om vanaf niets een nieuw leven op te bouwen. Mensen zijn ongeduldig en krijgen stress omdat dit veel tijd vergt. Ik adviseer ze om Nederlands te leren en snel een opleiding, stage of vrijwilligerswerk te gaan doen. Alles, behalve thuis zitten. Dan gaat het een stuk soepeler.”

De groep die Nieuw Thuis Rotterdam begeleidt, omvat hoogopgeleiden en laaggeletterden met uiteenloepnde achtergronden. Hun overeenkomst is dat ze het liefst zo snel mogelijk Nederlands leren spreken. Een deel van hen leert de taal volgens de methode van het taleninstituut Regina Coeli, beter bekend als de ‘Nonnen van Vught’. Daarnaast zijn er ‘taalmaatjes’, vrijwilligers die met de gezinnen oefenen, helpen bij het huiswerk en gesprekken voeren in het Nederlands.

De stichting hoopt door haar intensieve aanpak meer mensen te laten slagen voor het inburgeringsexamen te laten stijgen en hun integratie te versnellen. Goedhoop: „Onze kracht ligt in de kleinschaligheid, waardoor we statushouders intensief kunnen begeleiden, en in de verbinding die we zoeken met de buurt.”