Deze vriendschap escaleert wel erg snel in ruzie

De cast van Winterbloemen

‘Vrouwen als ik willen niks te maken hebben met vrouwen als ik”. Dat is een treffende oneliner uit het nieuwe toneelstuk Winterbloemen van Peer Wittenbols. Maar intussen hebben de vier vrouwen die de hoofdrol vertolken wel degelijk met elkaar te maken. Sterker: ze zijn tot elkaar veroordeeld. Het viertal vrouwen van rond de vijftig besluit een wellnessweekend te verpozen in Wallonië. Op voorhand is er een lijst van verboden gespreksonderwerpen: mannen, kinderen, opvliegers en al te openhartige intimiteiten. Die lijst genereert meteen boosheid en drama. Een van hen, Beertje, is door „God of de natuur” ertoe veroordeeld kinderloos te blijven. Dat maakt haar kapot, het ontwricht haar.

Het decor van verbogen vangrails en opengeslagen koffers toont hevige ontregeling. De auto’s waarmee de vriendinnen reisden, zijn op elkaar gebotst. Omringd door de huiver van chaos en sneeuw komen de vriendinnen tot verregaande bekentenissen, maar vooral tot genadeloze kift. Je zou hier compassie en empathie verwachten, maar nee. Actrices Susan Visser, Anneke Blok, Lot van Lunteren en Astrid van Eck gaan meteen een woordenstrijd aan, die dan scène na scène verder escaleert.

Regisseur Rob Ligthert streeft, zoals vaker bij Suburbia, een ingeleefde, psychologisch realistische stijl na. Daarbij is voor geserreerd spel geen ruimte. Vrouwenruzie is kennelijk altijd ruzie op ruzieachtige toon. Althans, dat suggereert de regie van Winterbloemen.

Dat is ontzettend jammer. Van Eck kruipt als kinderloze Beertje over de grond en gilt het uit; haar wanhoop maakt haar machteloos. Dat is een aangrijpend gegeven, maar een verstildere vertolking was krachtiger geweest. De enige die aan het pandemonium weet te ontsnappen, is Anneke Blok. Haar stem heeft diepte en warmte en brengt humor mee. Wittenbols’ tekst biedt een overdaad aan thema’s en zou, als het goed is, gaan over vriendschap. Maar ergens is vriendschap veranderd in vijandschap. Het waarom daarvan blijft schimmig.