De wapenstilstand redden terwijl de bommen vallen

Syrië Terwijl de VS en Rusland onderhandelen over Syrië, vielen er weer bommen op Aleppo. Het bestand heeft fase twee niet gehaald.

Een beschadigde muurschildering in een school in Ain Tarma, een voorstad van Damascus die in handen van de rebellen is. Foto Bassam Khabieh/Reuters

De wapenstilstand in Syrië is ten einde. Dat heeft het regime van president Assad maandag verklaard. Kort daarna werden trucks van een voedselkonvooi bij Aleppo beschoten. Volgens het Syrisch Observatorium voor de Mensenrechten, doorgaans betrouwbaar, zouden bij deze en andere aanvallen 32 doden zijn gevallen.

Sinds eind vorige week stond het akkoord, dat de maandag ervoor was ingegaan, al op springen. Terwijl Aleppo werd gebombardeerd, deden de VS en Rusland maandagavond in Genève verwoede pogingen alsnog tot een verlenging te komen.

Volgens het akkoord tussen de VS en Rusland zouden de partijen alle aanvallen staken, behalve op IS. Dat zou hulporganisaties de gelegenheid bieden voedselhulp af te leveren. Na zeven dagen zouden Russen en Amerikanen hun aanvallen op IS en Jabhat Fatah al-Sham – voorheen het Al-Qaeda-filiaal Jabhat al-Nusra – gaan coördineren. Door de VS gesteunde rebellengroepen zouden afstand moeten nemen van Fatah al-Sham.

Zover is het dus niet gekomen. Directe aanleiding is het bombardement van de door de VS geleide coalitie – met Deense, Britse en Australische toestellen – op Assads troepen nabij door IS gedomineerd gebied in Noord-Syrië, waarbij tientallen soldaten en Hezbollah-strijders omkwamen. Per ongeluk, zeiden de VS. Expres, zei Rusland, waarop de beschuldigingen over en weer vlogen.

De ophef leidde de aandacht af van het feit dat het akkoord al eerder werd geschonden. Vrijdag al nam het geweld weer aanzienlijk toe. Van beide kanten werd geweld gerapporteerd. In Damascus braken de hevigste gevechten sinds weken uit.

Hevige bombardementen

Zondag hervatten het Syrische leger en Rusland de luchtaanvallen op Aleppo. Het regime houdt de rebellen verantwoordelijk voor het einde van het bestand. Een deel van de Syrische oppositie zei dat „het Syrische regime zich niet aan de wapenstilstand heeft gehouden [en dus niet in de positie is] om het beëindigd te verklaren”.

Hoewel de VS zeiden dat het „te vroeg” was om het bestand beëindigd te verklaren, werden in en rond Aleppo maandag hevige bombardementen gemeld. Daarbij werd ook het voedselkonvooi van zo’n twintig wagens getroffen, bevestigden de VN. Het was niet direct duidelijk of de aanval werd uitgevoerd door het Syrische leger of door Rusland.

Belangrijke voorwaarde van het akkoord was dat voedselhulp toegelaten zou worden in belegerde gebieden, zoals het oosten van Aleppo. De konvooien kregen volgens de VN van het regime geen toestemming om vanaf de Turkse grens naar Aleppo te rijden. Lokale hulporganisaties schatten dat er nog voor twee weken voedsel is voor de circa 275.000 mensen in de belegerde delen van de stad.

Beide kanten beschuldigen elkaar ervan de wapenstilstand te hebben gebruikt om zich te hergroeperen. Rusland beschuldigt rebellengroepen van het voorbereiden van een grote aanval op Aleppo. Rebellenleiders zeiden tegen persbureau Reuters dat ze snel militaire actie verwachtten.