De VS zijn wel/niet een voorbeeld

Non-fictie

Is Amerika een land in verval of valt er juist veel van het land te leren? Twee journalisten gaan op zoek naar het Amerika van nu en trekken verschillende conclusies.

Foto Mike Segar/Reuters

Toen Barack Obama op de partijconventie van de Democraten sprak, schetste hij een beeld van een optimistisch Amerika dat, na een recessie, de weg voorwaarts was ingeslagen. Hij probeerde tegenwicht te bieden aan de dystopische teksten die een week eerder tijdens de Republikeinse conventie werden uitgespuwd. Wie heeft gelijk? Is Amerika een land in verval, waar de elite de gewone man heeft verraden en illegaal binnengeslopen verkrachters en terroristen hun kwade werk kunnen doen? Of zijn de trends gunstig, en wordt er door politici en media een vertekend beeld van de werkelijkheid opgeroepen? Twee Nederlandse boeken proberen door te dringen in hedendaags Amerika, een land dat onderhevig is aan demografische, sociaal-economische en ideologische veranderingen.

De beste van die twee boeken is Guus Valks Obamaland. In een reeks reportages reist de NRC-correspondent langs de breuklijnen van het moderne Amerika. Hij portretteert personen en regio’s die actuele kwesties belichamen. Neem John Fetterman, burgemeester van Braddock in de Rust Belt, het oude hart van de teloorgegane Amerikaanse industrie. Een spookstad: gesloten fabrieken, gesloten winkels, vervallen huizen. De achterblijvers zitten gevangen in een nachtmerrie van geweld en drugsoverlast. Fetterman, die de bijnaam ‘Burgemeester van de Hel’ kreeg, doet er alles aan om het tij te keren, langs links-populistische weg. En ook rechtse populisten doen het in de Appalachen goed, getuige het succes van Trump. ‘Enerzijds háten mensen in Braddock de overheid,’ schrijft Valk. ‘Ze voelen zich verraden door hun leiders, die vrijhandelsakkoorden sloten. De arbeidsmarkt werd „flexibel”, waardoor banen in de jaren negentig nog sneller verdwenen dan voorheen. Tegelijkertijd zien inwoners van Appalachia in diezelfde leiders hun enige kans om uit de ellende te komen.’

Persoonlijke geschiedenissen

Valk verhaalt, aan de hand van de stad Baltimore en persoonlijke geschiedenissen, van de opgelaaide strijd voor rassengelijkheid, aangewakkerd door politiegeweld en het daaruit voortvloeiende Black Lives Matter. Hij neemt ons mee naar Colorado en Nevada, en spreekt met burgers en gezagsdragers die weigeren nog langer de zeggenschap van de federale overheid te erkennen. Uiteindelijk gaan alle verhalen daarmee over de Culture War tussen het conservatieve en verdwijnende Amerika en het etnisch diversere en progressieve nieuwe Amerika.

Vaak zijn boeken als deze – snel even voor de verkiezingen uitgebracht – van bedenkelijk niveau. Maar Valk slaagt erin de krantenreportage te overstijgen. Dat heeft te maken met de keuze van onderwerpen en personages, maar ook met stijl: Valk heeft het verdomd goed opgeschreven. Bovendien versterken de verschillende hoofdstukken elkaar, waardoor het boek meer is dan de som der delen.

Het minste hoofdstuk is gek genoeg dat over Valks eigen standplaats, Washington DC, waar hij woont in een wijk waar het enige prangende vraagstuk ‘de herrie van de bladblazers’ is. Zijn tekening van dit ‘Hollywood for ugly people’ is een Fremdkörper, maar ik begrijp wel waarom het als openingshoofdstuk is opgenomen. De atrofie van het politieke systeem plaatst lokale en zelfs persoonlijke moeilijkheden in een context. Maar in het werkelijk blootleggen van de systemische problemen laat Valk veel liggen. Hij gaat kort in op gerrymandering – het vanuit partijpolitieke overwegingen herindelen van districten – en maakt de zelfradicalisering van de Republikeinse partij tastbaar. Maar over Citizen United, de Hooggerechtshof-uitspraak die de rol van het grote geld in de politiek sterk vergrootte, geen woord. Noch over de vele schadelijke politieke praktijken die er, direct en indirect, uit voort zijn gevloeid.

Nieman over al het goede van de VS

Tv-journalist Rick Nieman, die in Amerika studeerde en ooit voor CNN werkte, maakt nog minder woorden vuil aan de verlamming van het bestel. Zijn boek Wat wij van Amerika kunnen leren is dan ook in de eerste plaats een essay over alle goede eigenschappen van Amerika.

Nieman is zich natuurlijk bewust van de slechte reputatie van het land, met name op het vlak van wapenwetgeving, economische en rassenongelijkheid en de veel grotere bestaansonzekerheid. ‘Ik kan me voorstellen dat je dit boek hebt opgepakt, de voorkant hebt gelezen, en nu denkt: is Rick Nieman gek geworden? Wij leren van Amerika?’ Er valt inderdaad wel iets van de Amerika te leren, maar toch niet in de mate die Nieman suggereert.

Dit bescheiden boekje vloeide voort uit een zomerverblijf in Arlington Heights, een nette buitenwijk van Chicago, het type wijk ‘waar mensen de achterdeur niet op slot doen, en de krantenjongen de krant op je oprit gooit’. Dit is de wereld van normale, buitengewoon vriendelijke, hardwerkende mensen, aldus Nieman, en daarmee veel meer ‘Amerika’ dan New York en Los Angeles. Maar daar beginnen de problemen al. Arlington Heights is gegroeid dankzij white flight en volgens de census bestaat de bevolking voor meer dan negentig procent uit blanken. Dit is dus níét Amerika. Naast het verblijf aldaar maakte Nieman met zijn vrouw een aantal roadtrips, waaronder eentje per motor.

Hoewel Nieman zich beroept op onderzoeken, blijft hij overwegend steken in bekende dooddoeners die hij met anekdotisch bewijs omhangt. De Amerikanen zijn zo vriendelijk en behulpzaam, daar kunnen wij wat van opsteken. Hun patriottisme vinden wij misschien ergerlijk, maar het maakt de integratie van minderheden wel makkelijker: iedereen is Amerikaan. Het politieke bestel werkt in Niemans beleving beter dan het onze, al wijst Valk er met recht op dat het aantal wetten dat door het Congres komt historisch laag is. Belangrijk en terugkerend: ‘Amerikanen mopperen niet, Amerikanen dromen!’ Terwijl Amerikanen continu over Washington klagen en we momenteel met een presidentskandidaat te maken hebben die gedragen wordt door elitehaat.

Historicus Jan van Oudheusden wijst er in zijn geactualiseerde Amerika, een kleine geschiedenis (Prometheus, 232 blz. € 12,50) fijntjes op: ‘Onderzoek van Pew Research wees uit dat 75 procent van de aanhangers van Donald Trump het leven slechter vond dan voorheen. Onder hen bevonden zich veel zogeheten middle American radicalen: niet rijk en niet arm. Zij voelden zich bedreigd door de bovenlaag én de onderlaag van de samenleving: door Wall Street én door immigranten en armen die van de steun leefden. Deze middenklassers ergeren zich aan het oprukken van het Spaans naast het Engels. Ze waren pessimistisch over de kansen van hun kinderen.’ Voor de goede orde, we hebben het dus over zo’n dertig procent van het totale electoraat der dromers. Meer dan eens schreef ik bij Niemans boek in de kantlijn: ‘Eh…? Trump?’

Achterbuurtromantiek

Ronduit ergerlijk is dat Nieman, zittend op zijn luxueuze huurmotor en behept met een soort VVD-naïviteit, rechtstreeks de valkuil van de achterbuurtromantiek in rijdt. ‘Wanneer heb je een beter leven?’ vraagt hij zich te midden van de Derde Wereld-armoede van ruraal Mississippi af. ‘Hier in de uitgestrekte Mississippi Valley, met weinig voorzieningen maar veel vrijheid, of als je afhankelijk bent van een uitkering en huursubsidie en op vierhoog woont in een jarenvijftigflatje ergens langs een Nederlandse snelweg? Wij zijn eraan gewend dat de staat van wieg tot graf voor ons zorgt. Maar wordt een mens er over het algemeen niet beter, sterker én gelukkiger van als hij zijn eigen boontjes moet doppen?’

Dat wil niet zeggen dat Nieman niet enkele goede punten maakt. De verdeling van taken tussen de Staten en de federale overheid, zou ons kunnen helpen na te denken over een werkzamere opzet van de EU. De integratie van ouderen en gehandicapten in de arbeidsmarkt is in de VS beter geregeld. Voor veel groepen ziet de toekomst er rooskleurig uit, en voor het eerst in jaren, is het inkomen van huishoudens – en dus niet louter de één procent rijksten – sterk gegroeid. Maar te vaak heeft Nieman dan al de rol gespeeld van de oom die makkelijk praten heeft. Jammer, want een van zijn kernpunten – er is veel om optimistisch over te zijn – zou door de media vaker ter harte mogen worden genomen. Amerika is namelijk beide: een land in verval én een land met een zonnige toekomst.