De moed om de heersers van Iran te trotseren

Iran is een heerlijk land om met vakantie te gaan. Maar u weet, het regime en zijn repressie zijn een heel andere zaak, en dat is het geval sinds de islamitische revolutie van 1979 (en ook onder de sjah, maar dat valt buiten dit bestek). Ik las net een zeer interessant boek, Children of Paradise: the Struggle for the Soul of Iran, van Laura Secor. Zij beschrijft de strijd van filosofen, journalisten en activisten voor een islamitische republiek naar hun ideaalbeeld. De meesten van hen leven nu in ballingschap, wat al genoeg zegt over de afloop.

Secor heeft velen van hen langdurig geïnterviewd. Dat levert een stortvloed aan schokkende beschuldigingen op over de praktijken in de gevangenissen. Dat de machthebbers mensenrechten schenden is bekend. Maar het is veel minder bekend hoe ver conservatieve ayatollahs en hun handlangers gingen en gaan om élke afwijking van hun strikte lijn te verhinderen. Tegen mensen die de islamitische revolutie steun(d)en en helemaal niet van het islamitische systeem af wilden. Maar ja, hervorming kan onbedoelde gevolgen hebben en macht is verslavend.

Deze zomer kwam juist het grootste bloedbad van alle opnieuw in het nieuws, dat van 1988, toen in gevangenissen duizenden mensen – bijna 5.000 volgens Amnesty International – werden opgehangen of anderszins geëxecuteerd op geheim bevel van ayatollah Khomeiny. Aanhangers van de Mujahedeen-Khalq (die nog aan de revolutie deelnam maar later in diskrediet raakte) en van linkse groepen werden zonder meer ter dood veroordeeld, geëxecuteerd en in geheime massagraven bijgezet. Veel families weten nog steeds niet waar hun verwanten liggen want de autoriteiten zwijgen, ja, als het graf.

De zoon van grootayatollah Hussein-Ali Montazeri, destijds beoogd opvolger van Khomeiny, zette vorige maand een geluidsband op zijn website waarop zijn in 2009 overleden vader zich fel keert tegen het aan de gang zijnde bloedbad, dat hij omschrijft als „de grootste misdaad in de geschiedenis van de Islamitische Republiek Iran”. Dat doet hij in een gesprek met vier leden van het tribunaal dat voor de schijnprocessen verantwoordelijk was (van wie Mustafa Pourmohammadi nu minister van Justitie is!). Niet lang daarna gaf Khomeiny hem zijn congé als opvolger.

Montazeri jr. zei de band te hebben gepubliceerd omdat „het volk het recht heeft om te weten”. Hij bedoelt: het recht op bewijs heeft van wat het wel weet. Hij moest natuurlijk al snel die band van de site weghalen, en inmiddels is hij al even voorspelbaar ondervraagd en in staat van beschuldiging gesteld wegens bedreiging van de nationale veiligheid. Niet alleen in Iran wordt nationale veiligheid vaak verward met die van de machthebbers.

Het is na bijna veertig jaar onderdrukking verbazingwekkend dat nog steeds mensen als Montazeri de moed hebben de heersende orde te trotseren. Overigens, Secors boek telt 500 bladzijden. Het is maar dat u het weet.