Braindrain uit Venezuela

Economische crisis

Venezuela verkeert door de lage olieprijs in hoge nood en raakt verder geïsoleerd. Hoogopgeleide burgers ontvluchten het land.

Inwoners van Caracas staan in de rij bij de bakker. Er is een groot tekort aan voedsel in Venezuela. Foto Ronaldo Schemidt /AFP

De honderd staatshoofden die waren uitgenodigd voor de zeventiende vergadering van de Beweging van Niet-Gebonden Landen, dit weekend in Venezuela, hebben het grotendeels laten afweten: slechts twaalf lidstaten kwamen.

Venezuela verkeert in een diepe economische en humanitaire crisis en de meeste leden voelden kennelijk weinig voor een bezoek aan het door schaarste, honger en criminaliteit geteisterde land: er waren voornamelijk trouwe vrienden van de socialistische president Nicolas Maduro gekomen. Onder hen de Zimbabweaanse president Mugabe, de Iraanse president Rouhani en hooggeplaatste functionarissen uit Cuba.

Ter vergelijking: bij de laatste vergadering in 2012 in Iran waren nog 35 staatshoofden aanwezig. De ongebonden landen bundelden zich meer dan vijftig jaar geleden tijdens de Koude Oorlog, om noch aan de Verenigde Staten, noch de Sovjet Unie gelieerd te zijn.

President Maduro hoopte dat de bijeenkomst op zijn grondgebied hem weer meer internationale steun zou opleveren. „De economische aanval tegen Venezuela door de Verenigde Staten is een aanval tegen ons allemaal. Ze proberen ons weer afhankelijk te maken, opnieuw te koloniseren”, aldus Maduro tijdens de bijeenkomst. Maar naarmate het olierijke Venezuela verder afglijdt, raakt het land juist meer geïsoleerd.

Vorige week dreigde Mercosur, het handelsblok van Argentinië, Paraguay, Uruguay en Brazilië, waar ook Venezuela lid van is, het land met schorsing als de mensenrechten niet verbeteren en als de handelsregels niet worden versoepeld. De autoritaire president Maduro heeft nog tot 1 december om aan de gestelde eisen te voldoen, anders wordt Venezuela uit de Mercosur gezet.

De Venezolaanse economie is ingestort als gevolg van de aanhoudend lage olieprijs, maar ook vanwege wanbeleid en corruptie binnen Maduro’s socialistische regering.

Venezuela is grotendeels afhankelijk van import, maar kan daar door het tekort aan oliedollars niet meer voor betalen. Er is schaarste aan primaire levensbehoeften als eten, medicijnen en toiletpapier. De hyperinflatie loopt al tegen de 700 procent en Internationaal Monetair Fonds voorspelt dat deze volgend jaar zal oplopen tot 1.600 procent.

De sociale spanningen nemen toe. Al enige tijd worden winkels geplunderd door Venezolanen die op zoek zijn naar voedsel. En er ontstaat een braindrain: een groeiend deel van de bevolking, voornamelijk de hogeropgeleide middenklasse, vertrekt.

Tekst gaat verder onder de video.

Zo ook Jesus Sucre (26), advocaat en manager bij een zakenbank. Hij kan ondanks zijn goede baan niet rondkomen. Maar bovenal voelt hij zich onveilig, Sucre was ettelijke malen slachtoffer van de toenemende criminaliteit. „Geld is niets waard, eten is niet te krijgen. Er is ondertussen al drie keer bij mij thuis ingebroken, ik ben een keer klemgereden en moest onder bedreiging van een wapen mijn auto afstaan. Daarna kocht ik een nieuwe auto, en ook daar ben ik weer van beroofd”, zegt hij telefonisch. Hij vertrekt volgende maand naar Argentinië in de hoop een nieuw leven op te bouwen.

Net als Venezuela is Argentinië Mercosur-lid en daardoor kan Sucre makkelijker een werkvergunning krijgen. Tenminste, zolang Venezuela nog in de Mercosur zit, na december kan het mogelijk ingewikkeld worden. „Ik vertrek met pijn in mijn hart. Maar wat moet ik? Ik zit in de bloei van mijn leven. Ik heb naast mijn werk bij de bank zelfs een extra baantje als taxichauffeur genomen, maar het wordt alleen maar erger. Ik moet weg”, zegt de bankmanager.

Ondernemer Omali Simoza (39) vertrok naar Panama toen ze vanwege de crisis haar sieradenzaak in Caracas moest sluiten. „Het was zelfs zo erg dat ik de sieraden uit mijn eigen winkel inruilde voor dollars en die op de zwarte markt weer wisselde om eten te kunnen kopen.”

Simoza vluchtte net als veel Venezolanen naar Panama, om een nieuw leven op bouwen. Maar met de komst van tienduizenden Venezolanen neemt de xenofobie daar toe. „Panama is een klein, rijk land. Het wordt nu overspoeld door massa’s wanhopige Venezolanen. Ze zien ons als indringers, niemand zit hier op ons te wachten”, zegt ze aan de telefoon.

Ondertussen heeft president Maduro aan de vooravond van de vergadering voor Niet-Gebonden Landen, de noodtoestand in het land voor de vierde keer verlengd. Hierdoor zijn rechten van de oppositie en burgers verder ingeperkt en hebben regeringsgezinde militairen en burgermilities meer macht gekregen. „Venezuela is een tijdbom, dit ooit rijke land is nu onleefbaar, dat is diep triest”, zegt bankmanager Jesus Sucre, die zijn laatste papierwerk nu aan het regelen is. Om daarna zo snel mogelijk te vertrekken.