Big Brother was eerst nog echt

InterviewPaul Römer

Big Brother is de moeder aller realityshows. Werd daarin gesjoemeld met emoties?

Alles wat de kijker zag in de eerste seizoenen was echt, zegt Paul Römer. „Dat zeg ik met mijn hand op mijn hart.” Met onder anderen John de Mol bedacht Römer het format in 1999. „De situatie was artificieel, met al die mensen in één huis, maar de emoties waren echt. Als je daarmee gaat manipuleren, kun je beter een dramaserie schrijven.”

„We hebben wel impulsen gegeven”, zegt Römer, nu directeur van omroep NTR. „Als het wat saai werd in het Big Brother-huis, en sommige kijkers zeiden dat, organiseerden we een spelletje of hielden een feestje met wat meer alcohol. Na zo’n impuls bloeide het intermenselijk contact.”

Casting van de deelnemers was, en is, cruciaal. Big Brother ging uit van een gezinssituatie. Römer: „We zochten een vader, een moeder, een ondeugende dochter, een brave dochter, een ondeugende zoon en een brave zoon. En een odd one out, een vrije figuur. Met die sjablonen hebben we de kandidaten ingevuld.”

Het Big Brother-team zinspeelde op allerlei scenario’s: de ondeugende ‘dochter’ zou bijvoorbeeld gaan met de brave ‘zoon’. Römer: „En dat gebeurde ook: niet alleen hier in Nederland, maar in alle Big Brother-huizen. In Noord- en Zuid-Europa, in Noord- en Zuid-Amerika. En steeds volgens hetzelfde tijdspad.”

In de eerste series van Big Brother werd niks gefaket, aldus Römer. Later wel? „Zeker”, zegt hij. „En niet alleen bij Big Brother. Overal.” Dat merkte ook zijn dochter, die stage liep bij een Amerikaanse tv-producent. Ze werkte mee aan een Amerikaanse editie van het realityprogramma Hoe Schoon Is Mijn Huis. „Op een dag belt ze naar huis. ‘Papa, weet je wat ik moet doen? Dertig zakken vuilnis in een huis leegstorten’. Dat is geen echte reality meer.”

Zulke dingen gebeuren nu meer dan voorheen, aldus Römer. „De kijker is ongeduldiger dan vroeger. In het begin klaagden kijkers dat Big Brother saai was. Maar dat vond ik zelf juist heel mooi. Er is altijd de spanning dat er iets kan gebeuren. Als er dan wat gebeurt, is de bevrediging veel groter.” Moderne vormen van reality-tv vindt Römer daarom minder interessant. „Maar het werkt nog steeds. Mensen willen er nog steeds naar kijken.”

Een bekende truc: nog even nadraaien. Een scène opnieuw opnemen als je iets hebt gemist, of niet goed in beeld hebt gekregen. „Dat is niet echt meer”, zegt Römer. „Toneelspel.”

Maar de kijker interesseert het niet dat een programma een beetje in scène is gezet, aldus Römer. „Neem Expeditie Robinson, dat is één keer per week. De samenvatting die je op tv ziet, is per definitie niet echt. Het is een gemonteerde versie van de werkelijkheid. Je zou kunnen zeggen dat het niet uitmaakt dat een situatie niet chronologisch wordt verteld, als je daarmee een beter verhaal kan vertellen. Dat is ook niet langer de belofte aan de kijker.”

Reality-tv is minder echt geworden, concludeert Römer. „Maar de televisiekijkers zijn ook wijzer geworden. Er is geen kijker meer die gelooft dat het echt is.”