Amsterdam in de ban van twee beurzen

Kunstbeurzen

Unseen en Amsterdam Drawing vieren deze week hun eerste lustrum. De directeuren van beide beurzen over hun evenementen.

Beursdirecteuren Hans Gieles en Rixt Hulshoff Poll van respectievelijk Amsterdam Drawing en Unseen. Foto Merlijn Doomernik

Hutjemutje en zonder airco zijn zeventien jonge vrouwen aan het werk in een kamer in een pand aan de Herengracht in Amsterdam. De voertaal is Engels en het lijkt wel of niemand last heeft van de nazomerhitte, zo noest wordt er gewerkt.

Dit is het organisatiekantoor van Unseen, beurs en festival voor hedendaagse fotografie, waarvan de beurs vrijdag begint in en rond de Westergasfabriek. Zo vlak voor de opening zijn werkdagen tot één uur ’s nachts geen uitzondering, zegt Rixt Hulshoff Pol, de directeur van Unseen.

Elders in Amsterdam is Hans Gieles met tien medewerkers en een aantal stagiaires al even druk in de weer met de laatste voorbereidingen voor de beurs Amsterdam Drawing. Onder leiding van beursdirecteur Gieles verrijst op het NDSM-plein in Noord een grote tent, waar vanaf donderdag veertig galeries werken op papier zullen tonen.

Twee internationale kunstbeurzen in Amsterdam, die voor de vijfde keer tegelijk plaatsvinden. Toeval is dat gezamenlijke ‘timeslot’ niet. Om niet samen te vallen met ABC Berlin, de druk bezochte kunstmanifestatie in de Duitse hoofdstad, besloten Hulshoff Pol en Gieles hun eigen beurzen dit jaar een week later te organiseren. In overleg werd ook afgesproken de openingen te spreiden: de tekeningenbeurs opent woensdag voor genodigden, Unseen een dag later.

Daarmee is de samenwerking tussen beide beurzen wel ongeveer samengevat. De pendelbus die vorig jaar door Amsterdam Drawing werd geïntroduceerd, is dit jaar wegens gebrek aan belangstelling komen te vervallen.

Grote zusje

Tussen verzamelaars van fotografie en tekeningen zit weinig overlap, zegt Hulshoff Pol. De Unseen-directeur is zeker niet tegen samenwerken, maar wel „vanuit eigen kracht” en „op een manier die logisch is”. De zestien kunstinstellingen die meedoen aan het Unseen Photo Festival, van Eye tot het Stedelijk Museum, dát zijn dezer dagen haar culturele partners.

Gieles zou wel iets meer samen willen doen. Een poging om zijn tekeningenbeurs op loopafstand van Unseen bij de Westergasfabriek te organiseren, strandde op gebrek aan een geschikte locatie voor zijn tent. Met gezamenlijke advertenties in buitenlandse kunstbladen zouden volgens hem nog meer internationale bezoekers naar Amsterdam kunnen worden gelokt.

In het verleden mopperden galeriehouders wel eens over de strenge regels van Unseen, maar uiteindelijkheid houden ze van ons

Gieles noemt Unseen „het grote zusje” van Amsterdam Drawing. Die beeldspraak doet recht aan het verschil in omvang tussen beide evenementen. Unseen trekt jaarlijks zo’n 20.000 bezoekers, vier keer zoveel als Amsterdam Drawing. De fotobeurs lokt ook veel meer internationale galeries en bezoekers naar de hoofdstad, organiseert verder nog een boekenmarkt, lezingen en wat niet al.

De budgetten verschillen eveneens sterk. Unseen krijgt een lening van het Blockbusterfonds en een forse bijdrage van de BankGiro Loterij. Met een groot tijdschrift dat tot in Australië wordt verspreid, vestigt de fotobeurs internationaal de aandacht op zich.

Amsterdam Drawing heeft minder financiële slagkracht. Schakelt Unseen bijvoorbeeld zestig mannen in voor de opbouw van de beurs, Gieles werkt jaarlijks met slechts een handvol timmerlieden. Hij brengt de deelnemers ook veel minder standhuur in rekening. Gieles: „Ik probeer als organisator met weinig genoegen te nemen. Als galeriehouder heb ik vroeger aan beurzen deelgenomen waar ik tot wel 14.000 euro aan standhuur moest betalen. Dat geeft een enorme druk en zorgt ervoor dat galeries op zeker gaan spelen.”

Festivalweer

Gieles’ streven is een beurs waar intimiteit en concentratie de boventoon voeren en, niet onbelangrijk, waar de galeriehouders het naar hun zin hebben. Dagelijks taart en koffie ‘van het huis’ voor de deelnemers aan Amsterdam Drawing maken daarom traditiegetrouw onderdeel uit van zijn gastvrijheid.

Beide beurzen stellen hoge eisen aan de deelnemers. Neem de voorwaarden van Unseen. Die beurs is bedoeld als platform voor nieuwe en baanbrekende fotografie, zegt Hulshoff Pol. Het getoonde werk mag hooguit twee jaar oud zijn en bij voorkeur nergens anders zijn getoond. „Ontdekkingen, daar gaat het om”, zegt de directeur, die ruim een jaar geleden overkwam van het Stedelijk Museum Amsterdam, waar ze werkte als hoofd publiek en educatie.

Ik neem als organisator met weinig al genoegen

In het verleden mopperden galeriehouders wel eens over de strenge regels van Unseen, maar „uiteindelijkheid houden ze van ons”, zegt Hulshoff Pol. Door de lat hoog te leggen is de beurs er volgens haar in geslaagd een nieuwsgierig internationaal publiek te lokken. „Het eerste jaar kwam 12 procent van de bezoekers uit het buitenland, nu is dat gegroeid tot 35 procent.” Dit jaar komt er zelfs een groep curatoren uit India naar de beurs, zegt ze trots.

Gieles heeft een meteorologische wens. Twee jaar geleden hadden de beurzen hinder van een fantastische nazomer, vorig jaar stormde en regende het. Dit jaar hoopt de directeur op echt festivalweer. Gieles met een lach: „Graag een graad of 18 met dreigende regen en mooie gedekte luchten.”

Rixt Hulshoff Pol van Unseen wil haar organisatieteam voor volgend jaar iets vermannelijken. Eén man in haar team van zeventien „superambitieuze vrouwen”, dat gaat niet werken, zegt ze. „Minimaal drie mannen, dat lijkt me een gezondere balans.”