Ambassadeur Qatar vreesde ‘escalaties’ met werknemer

Vandi Sannoh wil dat zijn ontslag bij de ambassade van Qatar in Den Haag ongedaan wordt gemaakt. Volgens hem en vier andere oud-medewerkers werden ze als moderne slaven behandeld.

De ambassade van Qatar in Den Haag. Foto David van Dam / NRC

Vandi Sannoh heeft zijn beste pak aangetrokken. Daarbij een lichtblauwe das en blinkende lakschoenen. Hij sleept vandaag de staat van Qatar voor de rechter, omdat Vandi Sannoh wil dat zijn ontslag op staande voet bij de ambassade van Qatar in Den Haag ongedaan wordt gemaakt. „Ik ben bloednerveus”, zegt Sannoh. „Ik heb nog nooit een voet in de rechtszaal gezet. Maar dit is voor de goede zaak.”

Vandi Sannoh is een van de vijf oud-werknemers die afgelopen vrijdag in NRC vertelden over de werkomstandigheden op de ambassade van Qatar in Den Haag. Volgens de werknemers zijn die in strijd met het Nederlandse arbeidsrecht.

Zo zouden werknemers tientallen onbetaalde overuren per week maken, gedwongen worden om ondanks ziekte door te werken en in weerwil met hun contract allerlei privéklusjes moeten opknappen voor de ambassadeur. Eén oud-werknemer zegt dat zijn reisdocument is ingenomen.

Respect

In de civiele procedure in het Haagse Paleis van Justitie gaat het niet om de werkomstandigheden op de ambassade, maar specifiek om het ontslag van Vandi Sannoh. Dat gebeurde in juli van dit jaar op staande voet, nadat hij de ambassadeur een brief had gestuurd. Daarin vraagt hij of de ambassadeur de keuken, die volgens Sannoh zou zijn dichtgegooid uit desinteresse voor het personeel, weer open wilde stellen. „We zijn mensen”’ schrijft Sannoh in die brief. „Ik ben een hardwerkende werknemer van de ambassadeur en verdien met respect behandeld te worden.”

De ambassadeur van Qatar wilde tegenover NRC niet reageren op de beschuldigingen van de oud-werknemers. Ook de twee advocaten die de staat Qatar vertegenwoordigen, van het advocatenbureau Alalim Legal, willen niet op vragen ingaan. Tijdens de zitting betogen ze dat Sannoh werd ontslagen omdat hij opnamen maakte in de ambassade en daarnaast, toen hij daar op werd aangesproken „een onbeschofte toon en dreigende houding” zou hebben aangenomen. „De vrees bestond dat er in de toekomst weer escalaties zouden ontstaan.”

Volgens Marielle Leijstra, de advocaat van Vandi Sannoh, is er nooit sprake geweest van een dreigende sfeer. Ook ontbreekt volgens Leijstra de onderbouwing voor zulk gedrag. Zo zouden er geen regels of contracten zijn waaruit blijkt dat filmen in de ambassade verboden is. De opnamen zou Vandi gemaakt hebben om te laten zien wat de situatie op de ambassade was.

„Er is niks gebeurd dat een ontslag op staande voet rechtvaardigt. De ambassadeur had in gesprek kunnen gaan met Vandi Sannoh als hij het gevoel had dat er escalatie zou dreigen.”

Hoop op schikking

Het probleem is dat het nu vooral het woord is van Vandi Sannoh tegenover de ambassadeur van Qatar, zegt de rechter. Hij laat doorschemeren dat het voor hem lastig wordt een uitspraak te doen zonder eerst getuigen te horen. Tijdens de schorsing die volgt, doen beide partijen elkaar een voorstel om tot een schikking te komen, maar de bedragen liggen te ver uit elkaar. De rechter doet uitspraak over twee weken, tenzij er eerder alsnog een overeenkomst wordt bereikt tussen Vandi Sannoh en de staat van Qatar. De verschillen tussen de twee bedragen zijn volgens advocaat Leijstra “overbrugbaar”.

Op dat laatste hoopt Sannoh, vertelt hij als hij opgelucht de rechtszaal verlaat. „Hoewel ik heel graag het oordeel van de rechter wil horen, kan het zomaar zo zijn dat we toch een schikking treffen. Want ik heb weinig geld meer. Ik ben nu bezig met een uitkering, maar dat is nog niet geregeld. Daarom wil ik dit eigenlijk zo snel mogelijk achter me laten, en verder met mijn leven.”