Achteruitkijken in campagnetijd (1)

tomjanmeeus0

Ik ga het omdraaien. Terecht worden kabinetten bekritiseerd op hun beleid. Maar controleert iemand de critici? Deze week hebben we Prinsjesdag en de Algemene Beschouwingen, en we weten hoe dat gaat. De koning zegt dat het land op de weg terug is. Het kabinet herhaalt dit in eigen woorden. De oppositie is kritisch.

En woensdag, bij de Algemene Beschouwingen, spreken Wilders en Kuzu buitenissige teksten uit, want dat wordt beloond: je krijgt meer aandacht met iets roepen dan met iets doen.

Dit verklaart ook het eigenaardige verschijnsel dat Haagse discussie zelden over het beoordelingsvermogen van politici gaat: wie verstaat zijn vak? Daarom zal ik het op dit plekje de komende tijd geregeld omdraaien. Ik bekijk beleidsresultaten en vraag: wie zag het goed?

Op de laatste Prinsjesdag van Rutte II begin ik, logisch, met de presentatie in de Troonrede van het economisch beleid. We weten al dat macroresultaten beter zijn dan in 2012 werd voorzien: zag de oppositie het aankomen?

„Er zat geen greintje van hoop of vertrouwen in voor de toekomst”, zei Roemer (SP) in 2013. „Volgend jaar verliezen elke dag tweehonderd mensen hun baan”, zei GroenLinks. En: „Afgaande op de Troonrede doet het kabinet niets voor die mensen.” Het CDA zag dat de overheid te veel schuld maakte en bedrijven geen geld voor investeren hadden. „Helaas levert het kabinet niet de oplossing”, zei Buma. Wilders kwam in actie: „We zullen het kabinet keihard afrekenen, alternatieven presenteren en zorgen dat het zo snel mogelijk opstapt.”

In 2014 was het er niet beter op geworden. „Geen begin van een oplossing voor welk probleem ook”, zei Wilders over de Troonrede. „Waar was de blik op de toekomst? Helemaal niks nieuws gehoord”, twitterde Pechtold (D66). Buma meende dat het kabinet „niet echt stappen naar een robuuste economie zet”. Roemer stelde dat het kabinet de economie alleen verslechterde. „Zij zijn degene geweest die de lasten enorm hebben verzwaard, waardoor de koopkracht daalt [...].”

Ook vorig jaar bleef het behelpen. Het kabinet „doet onvoldoende” tegen de werkloosheid, zei Buma. Wilders wilde alleen over vluchtelingen praten. „Nederland is nu in groot gevaar.” Klaver voorzag geen lagere werkloosheid door lagere belasting. Pechtold zei: „Hoe beter het gaat met de economie, hoe slechter met het kabinet.”

Je kunt, op dit onderwerp, kortom niet zeggen dat er veel van de oppositiekritiek overblijft. Het laat vooral zien hoe gemakkelijk je een coalitie onderuit kunt praten. Wat mediagenieke teksten uitroepen waarvan niemand weet of ze kloppen – en klaar is Kees.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Jutta Chorus.