Waarom zo veel Eritreeërs vluchten

Broedermoord

Vijftien jaar geleden werd Eritrea een kille politiestaat. Jaarlijks vluchten tienduizenden voor de repressie, ook naar Europa.

Werkers in de hoofdstad Asmara. Foto Andrea Moroni

De Eritrese balling Dawit Mesfin is bitter. „Er is geen enkel nieuws van de gevangenen”, zegt hij vanuit Londen. „Ze zijn totaal geïsoleerd in geheime gevangenissen sinds hun arrestatie vijftien jaar geleden. Dat is een buitengewoon wrede maatregel tegen Eritreeërs die alles opofferden voor de bevrijding van hun land.”

Mesfin is nog steeds aangeslagen over wat er in de ochtend van 18 september 2001 in de hoofdstad Asmara gebeurde. President Isaias Afewerki pleegde die dag broedermoord. Hij zette 23 kritische hoge regeringspolitici en militairen gevangen – allemaal kameraden van de dertig jaar lange bevrijdingsstrijd – evenals twaalf prominente journalisten. „Van de twaalf journalisten zijn er, denken we, nog vijf in leven”, zegt Abraham Zere, een Eritrese balling die naar Canada trok. „De laatste overlevenden wachten in de gevangenis op hun einde”.

De arrestaties luidden een periode in van repressie zonder einde. Eritrea staat helemaal onderaan de wereldlijst van persvrijheid, het heeft sinds zijn onafhankelijkheid in 1993 nooit verkiezingen gehouden. Bijna iedere week vluchten duizend jongeren weg.

Politiestaat

Zere noemt het „een kille politiestaat waar de bevolking leeft met angst in de genen”. Onafhankelijke onderzoekers en journalisten krijgen vrijwel nooit toestemming het land te bezoeken, waardoor de karige informatie doorgaans alleen van ballingen komt.

De schoonzus van Dawit Mesfin was een prominente strijder in de onafhankelijkheidsoorlog tegen Ethiopië (1961-1991). Ook van haar is al vijftien jaar niets meer vernomen. „Iedere Eritrese familie heeft een ex-strijder”, zegt Mesfin. „We zijn hecht met elkaar verbonden. Maar niemand weet waar de arrestanten zijn gebleven.”

Abraham Zere was in 2001 een jonge freelance journalist bij de krant Zemen van dichter en hoofdredacteur Amanuel Asrat. „Hij vermoedde dat hij zou worden gearresteerd, maar dacht dat het nooit lang kon duren”, vertelt Zere over Asrat, die hij „mijn rolmodel” noemt. De meeste arrestanten verdwenen in de beruchte Eiraeiro-gevangenis. Zere, die werkt voor Pen Eritrea, een internationale groep voor de belangenbehartiging van schrijvers, kreeg zes jaar geleden voor het eerst een beetje nieuws van een gevluchte kampbewaker, die vertelde dat van de 35 arrestanten er nog 15 leven.

Isaias Afewerki ging de afgelopen vijftien jaar steeds autoritairder heersen. Zelfs de mildste kritiek is er uit den boze. Volgens Amnesty International waren er drie jaar geleden tienduizend politieke gevangenen. De president wees in 2011 alle buitenlandse hulporganisaties uit en Eritrea werd een geïsoleerde en geheimzinnige staat. Rapporten van mensenrechtengroepen en de VN kritiseren vooral de verplichte burgerdienst, die zij slavenarbeid noemen.

Op de vlucht voor burgerdienst

Iedere Eritreeër moet officieel achttien maanden in burgerdienst, in het leger of ontwikkelingsprojecten. In de praktijk duurt die dienst oneindig. Daardoor heeft het kleine Eritrea een van de grootste legers in Afrika en beschikt de overheid over gratis arbeidskracht. Tienduizenden jongeren trekken uit vrees voor die burgerdienst weg, waardoor Eritrea in Afrika een enorme bijdrage levert aan de migrantenstroom naar Europa. De EU hervatte in een poging die Eritrese vluchtelingenstroom in de dammen onlangs weer haar ontwikkelingsrelatie met president Afewerki.

De koppige bevrijdingsstrijd en de onafhankelijkheid, de prikkelende politieke discussies en de bruisende pers de eerste jaren: Eritrea belichaamde onder Afrikanen de hoop op vernieuwing. Nu is het een van de repressiefste staten, waar bewoners weinig anders rest dan te hopen op de dood van hun brute dictator. Zere:

„Eritreeërs kijken alleen nog naar de staatstelevisie om te zien of de president er ongezond uitziet.”

Het vertrek van de president is volgens ballingen een voorwaarde voor verbetering van de penibele situatie in Eritrea. „Verandering moet van de jonge generatie komen”, denkt Dawit Mesfin. „De overgebleven vrijheidsstrijders zijn te oud of uitgeschakeld en in het gevang. Zij kunnen de cirkel naar de bevrijding niet meer rond maken.”