Rottende soldaten als borstwering

Slag aan de Somme

De aanval heeft zowel aan Britse als aan Duitse zijde 600.000 doden en gewonden gekost. Slechts drie Britse tanks zijn ingezet, een deed het. En de Britse officieren waren incompetent. Toch was de slag aan de Somme een succes, meent schrijver Hugh Sebag-Montefiore.

L.J.A.D. Creyghton: Ieper-Ypres Foto Jan van Hoof Galerie ’s Hertogenbosch

In de vroege, nog duistere ochtend van 15 september 1916 ging de Britse luitenant Basil Henriques in een tank op weg naar het niemandsland tussen de loopgraven van de Britse en Duitse legers. Langzaam hobbelde de metalen doos op rupsbanden naar de ‘verzonken weg’ in het glooiende land tussen de Noord-Franse dorpjes Ginchy en Morval. Het landweggetje was bezaaid met gesneuvelde Duitse soldaten, schrijft de Britse historicus Hugh Sebag-Montefiore (1955) in Somme. Into the Breach, over de Slag aan de Somme die honderd jaar geleden plaatsvond, ruim honderd kilometer ten noorden van Parijs. Henriques en zijn bemanning reden over de lijken ‘die al stonken voordat ze werden geplet door de rupsbanden’.

Ruim op tijd bereikte de ‘langzaam rijdende reuzenpad’ het front om deel te nemen aan de eerste aanval in de Eerste Wereldoorlog waarbij tanks werden ingezet. De tanks, zo was het plan, zouden om tien over half zes voor de Britse infanterie uit gaan om de Duitse ‘machinegewerennesten’ te vernietigen.

Een succes was de eerste tankaanval in de geschiedenis niet, zo oordeelt Sebag-Monterfiore, die eerder twee boeken over de Tweede Wereldoorlog schreef. Twee van de drie tanks die bij Ginchy zouden worden ingezet, waren een dag voor de aanval kapotgegaan en de stalen pad die nog wel kon rijden, bleek niet bestand tegen de kogelregen uit de Duitse machinegeweren. Al gauw was de bestuurder van de tank zwaargewond. Henriques kreeg glassplinters van de kapotgeschoten periscoop in zijn gezicht. Het bloed stroomde in zijn ogen. ‘Ik kon helemaal niets zien’, schreef hij later. ‘Het enige wat ik kon doen was het voorste scherm iets openen om erdoorheen te gluren. Maar uiteindelijk werd dat geraakt en kon de vijand van nabij op ons vuren.’

Terugvuren kon de tankbemanning niet. Want juist op de plekken waar de kanonnen waren bevestigd, vlogen de Duitse kogels naar binnen, zodat de kanonniers hun posities hadden moeten verlaten. Er zat niet anders op dan terug te keren naar de Britse stellingen, besloot Henriques. Maandenlang zou hij worden gekweld door het gevoel dat hij in de Slag aan de Somme een lafaard was geweest.

Verwarring

Sebag-Montefiores verslag van de eerste tankaanval in de geschiedenis is een van de minst gruwelijke passages in Somme. Into the Breach. De broer van de bekende Britse historicus Simon Sebag-Montefiore begint zijn chronologische geschiedenis van de slag met het opblazen van de Duitse stellingen bij het dorpje Beaumont-Hamel in de vroege ochtend van 1 juli 1916. Op negentien plaatsen aan het front bij de Somme hadden de Britten lange tunnels gegraven om diep onder de Duitse stellingen gigantische hoeveelheden explosieven te plaatsen. Die werden kort voor de Britse soldaten uit hun loopgraven kropen tot ontploffing gebracht. De Britse legerleiding onder generaal Douglas Haig verwachtte dat de Duitsers door de torenhoge explosies zo in verwarring zouden raken dat de Britse infanteristen ze zonder veel strijd onder de voet konden lopen.

Maar tot doorbraken door de Duitse linie kwam het niet. De verwarring onder de Duitse soldaten bleef beperkt en al kort na de explosies hadden ze zich verschanst achter de randen van de tientallen meters diepe kraters die de explosies hadden achtergelaten en die tot op de dag van vandaag zichtbaar zijn in het Franse land. Tot hun verbazing bleven er de hele dag steeds weer nieuwe Britse infanteristen op hen afkomen die ze met hun machinegeweren gemakkelijk massaal konden neermaaien. Alleen al op de eerste dag van de Slag aan de Somme werden 57.000 geallieerde soldaten gedood of zwaar verwond.

Met Somme. Into the Breach heeft Sebag-Montefiore, die van huis uit geen (militair) historicus maar jurist is, een oorlogsgeschiedenis van de gewone soldaat geschreven. De meeste aandacht besteedt hij aan de belevenissen van de infanteristen die na een fluitsignaal uit hun loopgraven moesten klimmen om door de prikkeldraadversperringen in niemandsland naar de Duitse loopgraven te sjouwen. Veelvuldig citeert hij uit de vele brieven, dagboeken en herinneringen die de Britse, Franse en Duitse soldaten hebben nagelaten en die zich nu in de archieven van onder meer het Rode Kruis bevinden.

Het resultaat is een verbijsterende aaneenschakeling van gruwelen die in ongepolijst soldatenproza worden beschreven. Hoofden spatten uiteen na geraakt te zijn door Duitse sluipschutters. Hersenen liggen op de treden van de trappetjes in de loopgraven. Soms verdwijnen soldaten spoorloos na een voltreffer van een granaat. Mannen met hun ingewanden uit de buik bungelend, smeken om water. Een dokter en een verpleegster weten niet hoe ze een soldaat zonder kaken te drinken moeten geven. Gewonden grijpen zich vast aan de laarzen van terugtrekkende soldaten. Later liggen ze dagenlang in niemandsland te kermen en te schreeuwen om hulp. Een blind geworden soldaat die een been heeft verloren, probeert vergeefs uit een glibberige, modderige krater te kruipen – niemand kan hem helpen. Een andere blinde soldaat loopt urenlang rondjes in niemandsland, tot een Duitser hem doodschiet. In sommige loopgraven liggen de lijken in stapels van vijf, zes hoog opgetast zodat er geen ruimte is voor de levenden. Later worden ze gebruikt om de borstweringen van de loopgraven te versterken. Hun rottende, grijnzende gezichten staren de nog levenden aan.

Incompetent

Tussen de eindeloze gruwelen door beschrijft Sebag-Montefiore steeds hoe de Britse officieren de plannen maakten voor de aanvallen op de Duitse linie die de geallieerden in de zomer en herfst van 1916 bij de Somme uitvoerden. Zelden laat hij zich positief uit over de plannenmakers. Op een enkele uitzondering na waren ze ijdel, incompetent en nauwelijks geïnteresseerd in het lot van hun ondergeschikten. De hoogste legerleiding, met name generaal Haig, was ongefundeerd optimistisch over een doorbraak door de Duitse linies. Haig, die volgens Sebag-Montefiore een onthutsend gebrek aan kennis over moderne oorlogsvoering had, geloofde dat de Duitse troepen volledig gedemoraliseerd waren en dat de aanval bij de Somme een walk over zou worden. Dat werd de slag, ook na het rampzalige begin, nooit. Af en toe veroverden de geallieerde troepen een dorpje of drongen ze door tot de derde of vierde Duitse loopgraaf maar nergens kwam het tot een grote doorbraak. Uiteindelijk zouden de aanvallen, die tot ver in de herfst van 1916 duurden, aan elke zijde ongeveer 600.000 doden en gewonden kosten.

Toch was de Slag aan de Somme niet zinloos, concludeert Sebag-Montefiore verrassend genoeg aan het einde van Somme. Into the Breach. Zeker, de slag kostte veel meer doden en gewonden dan nodig was, maar één van de vooraf gestelde doelen van de geallieerden werd gehaald: door de aanvallen werden de Duitsers gedwongen troepen van het front bij Verdun, waar de Franse legers dreigden te bezwijken, te verplaatsen naar de Somme. Ook raakten de Duitse legers aan de Somme zodanig verzwakt dat ze hun loopgraven in de winter van 1916/17 in oostwaartse richting verschoven. Bovendien hervatte Duitsland toen, als een kat in het nauw, de onbeperkte duikbotenoorlog die de Verenigde Staten ten slotte deed besluiten Duitsland de oorlog te verklaren. En de eerste tankaanval die een eeuw geleden plaatshad, was een leerzame les. Ruim een jaar later zorgden verbeterde tanks in de Slag bij Cambrai voor een doorbraak in de Duitse linies.